Al flink wat jaren staat de terugdringing van blootstelling aan gevaarlijke stoffen hoog op de agenda van het Ministerie van SZW. In het kader van blootstelling aan gevaarlijke stoffen heeft de Nederlandse Arbeidsinspectie speciale aandacht voor de hoog risicosectoren zoals luchthavens, metaal-, hout-, timmer- en meubelindustrie en industriële schoonmaak. De Arbeidsinspectie vindt dat de werkgever aantoonbaar verantwoordelijkheid moet nemen om medewerkers te beschermen tegen blootstelling aan gevaarlijke stoffen.
In de Arbowetgeving is een flink aantal verplichtingen opgenomen in het kader van het tegen gaan van blootstelling aan gevaarlijke stoffen. Dit zijn o.a. de RI&E, het vaststellen van grenswaarden van gevaarlijke stoffen wanneer geen wettelijke grenswaarden zijn vastgesteld, diverse extra verplichtingen bij blootstelling aan CMR -stoffen. Dit alles vormt samen de basis van het gevaarlijke stoffen beleid wat bestaat uit vier stappen:
1. Inventariseren
Dit is de moeilijkste stap en tevens de basis voor de rest van het beleid. Bij de inventarisatie moeten alle gevaarlijke stoffen in kaart worden gebracht die een risico kunnen vormen voor de veiligheid en gezondheid van medewerkers. Dit valt onder de verplichting van de RI&E en wordt nader uitgewerkt in een verdiepend onderzoek naar de blootstelling aan gevaarlijke stoffen, een verdiepende RI&E gevaarlijke stoffen.
2. Beoordelen
Om de risico’s goed in kaart te kunnen brengen is het belangrijk om te weten wat het blootstellingsniveau is. Het blootstellingsniveau geeft aan in welke mate werknemers de gevaarlijke stof binnenkrijgen. Deze waarde bestaat uit twee componenten: de concentratie van een gevaarlijke stof waaraan een werknemer wordt blootgesteld en hoe vaak en hoe lang de blootstelling plaatsvindt.
Aanvullend op de beoordeling kan ook meteen een periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO) worden aangeboden aan de medewerkers die worden blootgesteld aan gevaarlijke stoffen.
3. Maatregelen nemen
Bij de aanpak van de blootstelling aan gevaarlijke stoffen is de STOP-strategie het belangrijkste uitgangspunt. Dit betekent dat je de maatregelen in de juiste volgorde toepast. Hierbij staat de aanpak aan de bron in de vorm van Substitutie met stip op nummer 1! Zeker wanneer het gaat om CMR stoffen. Als er geen goede reden is moeten deze stoffen altijd worden vervangen door minder schadelijke stoffen.
Is dit echt niet mogelijk, dan volgt niveau twee: welke Technische maatregelen kunnen worden genomen om blootstelling te voorkomen of te beperken, denk hierbij aan een gesloten systeem of bronafzuiging.
Niveau drie is het nemen van Organisatorische maatregelen. Organiseer het werk zo dat zo min mogelijk medewerkers in aanraking kunnen komen met de gevaarlijke stof. Voor de medewerkers die hier wel mee in aanraking komen kan de blootstellingsduur worden verkort, bijvoorbeeld door taakroulatie.
Niveau vier staat voor het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM’s).
Voor CMR-stoffen geldt dat geregistreerd moet worden welke medewerkers hieraan worden blootgesteld. Sla deze gegevens op in het medisch dossier van de betreffende medewerker. Medewerkers hebben hierop inzagerecht conform de AVG en moeten minimaal 40 jaar worden bewaard.
4. Borgen
Belangrijk is dat geëvalueerd wordt of maatregelen effectief zijn. Zorg er daarom voor dat er structureel een PAGO wordt aangeboden aan alle medewerkers die bloot worden gesteld aan gevaarlijke stoffen.
Veranderingen zijn vaak aan de orde van de dag. Bij elke verandering is het belangrijk om na te gaan of de genomen maatregelen nog voldoende zijn. Het is daarom verstandig om het beleid actueel te houden.
Dan is er de verplichting rond goede voorlichting en instructie over risico’s en maatregelen aan medewerkers die blootgesteld kunnen worden aan gevaarlijke stoffen. Van belang is dat alle medewerkers weten hoe zij veilig moeten werken met gevaarlijke stoffen. Naast voorlichting is ook dagelijks toezicht op de werkvloer belangrijk. Denk hierbij aan het nagaan of werknemers werken volgens de veiligheidsinstructies en of ze de PBM’s op de juiste manier gebruiken, onderhouden en reinigen.
Mocht er toch iets misgaan dan is een passende BHV-organisatie van het grootste belang. Deze moet zijn afgestemd op de risico’s van gevaarlijke stoffen die aanwezig zijn in het bedrijf. Dit is zowel van belang in het kader van ontruiming en blusmethodes als voor het geven van passende hulp aan de slachtoffers.
Bron: werk en veiligheid