Fouten in ADR-vervoer van gevaarlijke stoffen leiden tot hoge boetes

Tijdens een grootschalige controle op de Duitse A5 werden veel vrachtauto’s met gevaarlijke stoffen op overtredingen betrapt. Dat meldt de Duitse politie. Ook Nederlandse vervoerders kregen te maken met forse boetes. De controle laat zien dat kleine fouten in het ADR-vervoer niet alleen veiligheidsrisico’s opleveren maar ook flink in de papieren kunnen lopen.

Een beschadigd of verkeerd gevarenetiket lijkt onschuldig, maar volgens het ADR (Europees verdrag voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de weg) is de afzender verplicht om elke verpakking correct te etiketteren, markeren en documenteren. Inspecteurs beoordelen daarbij streng: een etiket dat deels is afgescheurd of vervaagd, geldt al als onjuist of zelfs afwezig. Dat is een overtreding van ADR-hoofdstuk 5.2 en kan leiden tot een boete van ruim duizend euro per verpakking.

Belangrijk om te weten is dat niet alleen de afzender maar ook andere partijen in de logistieke keten verantwoordelijk zijn voor het naleven van de ADR-regels. Denk aan de vervoerder, verlader en verpakker. Iedere schakel heeft een eigen rol en verplichting om te zorgen dat het vervoer van gevaarlijke stoffen veilig en conform de voorschriften verloopt.

Wordt tijdens een controle een overtreding vastgesteld, dan kan de inspectie niet alleen de afzender, maar ook andere betrokken partijen aanspreken op hun verantwoordelijkheid. In de praktijk betekent dit dat meerdere partijen binnen dezelfde keten een boete kunnen krijgen voor hun aandeel in dezelfde overtreding. De regels maken zo duidelijk dat ADR-vervoer een gezamenlijke verantwoordelijkheid is: alleen wanneer iedere partij zijn taak zorgvuldig uitvoert, blijft de hele keten compliant en veilig.

De Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) signaleert tijdens controles vaak dezelfde tekortkomingen:

  • Beschadigde of onleesbare gevarenetiketten.
  • Onjuiste of ontbrekende UN-markering.
  • Onvolledig of niet-ondertekend vervoersdocument.
  • Verpakkingen zonder goedkeuringscode.
  • Chauffeurs zonder geldig ADR-certificaat.
  • Ontbrekende veiligheidsuitrusting aan boord, zoals brandblussers of lekbakken.

Hoewel deze tekortkomingen zelden direct gevaar opleveren, gelden ze wel als overtreding van de ADR-regels. Dat betekent: boetes, vertraging en reputatieschade.

Inspecteurs kijken niet alleen naar de lading als geheel, maar beoordelen elke verpakkingseenheid afzonderlijk. Tien colli met hetzelfde etiketprobleem kunnen dus ook als tien overtredingen worden aangemerkt. Zeker bij standaardproducten in grote aantallen kan een kleine fout leiden tot een aanzienlijk boetebedrag.

Bedrijven die regelmatig gevaarlijke stoffen verzenden, kunnen veel problemen voorkomen door interne controles. Een eenvoudige visuele controle van etiketten, markeringen en verpakkingen vóór verlading voorkomt al veel fouten. Ook het actualiseren van ADR-instructies voor magazijn- en transportmedewerkers is belangrijk, omdat de regels elke twee jaar worden herzien. Praktische tips:

  • Controleer bij verlading of etiketten volledig zichtbaar, goed hechtend en onbeschadigd zijn.
  • Check of het vervoersdocument alle verplichte gegevens vermeldt, zoals UN-nummer, gevarenklasse en aantal colli.
  • Zorg dat de ADR-instructie (1.3-training) actueel is.
  • Controleer regelmatig de verpakkingsgoedkeuringen (UN-codes).
  • Leg controles vast, bijvoorbeeld met een foto of checklist.

Wanneer binnen een bedrijf gevaarlijke stoffen worden vervoerd of aangeboden zonder gebruik van vrijstellingen, is een ADR-veiligheidsadviseur verplicht. Deze adviseur ziet toe op naleving van de voorschriften, beoordeelt ongevallen, stelt jaarverslagen op en helpt incidenten te voorkomen. De verplichting geldt al bij relatief kleine hoeveelheden, tenzij wordt gewerkt onder vrijstellingen zoals 1.1.3.6 of beperkte hoeveelheden (LQ).

Bron: evofenedex