Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Even voorstellen...Claudia van Gorp
  • Nieuwe editie NEN 4400 voor de uitzendbranche                
  • Pasvorm belangrijk bij gehoorbescherming
  • Bijeenkomsten
  • Meer geld voor handhaving door ISZW, bedrijven bereid u voor!
  • Beroepsaansprakelijkheid/ bedrijfsaansprakelijkheid
  • Duurzame inzetbaarheid
  • Alleen werken en de RI&E
  • Brand
  • Nieuwe versie VCA Checklist
  • Klaar voor 2018?


Even voorstellen...Claudia van Gorp

Functie:  Operations Manager Arts Safety B.V.
Naam:     Claudia van Gorp

Ik ben Claudia van Gorp. Als nieuwkomer en operations manager binnen Arts Safety stel ik me graag voor;

In de afgelopen 13 jaar heb ik me gespecialiseerd binnen de diverse aspecten van projectmanagement, recruitment, human resource, audits en kwaliteitscontroles, marketing en procesoptimalisatie binnen zowel Nederlandse als Europese omgevingen. Met deze ervaring zal ik een aantal dagelijkse verantwoordelijkheden uit handen nemen bij de directie van Arts Safety waardoor verdere groei van de organisatie geborgd zal zijn. 

Een mooie uitdaging ga ik dus niet uit de weg, daarom kijk ik uit naar alle ontmoetingen en uitdagingen die ik met het team van Arts Safety aan zal gaan. 

Met vriendelijke groet,

Claudia van Gorp

Operations Manager Arts Safety B.V.



                  

Nieuwe editie NEN 4400 voor de uitzendbranche                                         

In december 2017 zijn nieuwe edities gepubliceerd van NEN 4400-1 en NEN 4400-2. De norm beschrijft aan welke eisen uitzendondernemingen en (onder)aannemers van werk moeten voldoen om aantoonbaar hun ‘verplichtingen uit arbeid’ na te leven.

Het gaat daarbij met name om juiste aangifte en afdracht van loonbelasting, omzetbelasting en sociale verzekeringspremies, het uitvoeren van identiteitscontroles en controles op het gerechtigd zijn tot het verrichten van arbeid in Nederland (tegengaan van illegaliteit), en loonbetaling die niet in strijd is met de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.

Op basis van een inspectie tegen NEN 4400 door een daarvoor geaccrediteerde inspectie-instelling kan een uitzendonderneming worden opgenomen in het register van de Stichting Normering Arbeid (SNA) en staat daarmee als 'bonafide' te boek.

NEN 4400 bestaat uit twee delen: deel 1 geldt voor Nederlandse uitzendbureaus en deel 2 geldt voor bureaus die vanuit het buitenland op de Nederlandse markt opereren.

De norm NEN 4400 beschrijft ook op welke manier een inspectie-instelling moet controleren of aan de gestelde eisen wordt voldaan, met welke frequentie dat moet gebeuren en wat de deskundigheid van de inspecteurs moet zijn.

Vanwege de voortdurende veranderingen in wet- en regelgeving rond de verplichtingen uit arbeid en de maatschappelijke wens om uitleners en (onder)aannemers ook te beoordelen op naleving van de van toepassing zijnde cao-bepalingen, is besloten nieuwe edities van de beide delen van de norm uit te brengen. NEN 4400 bevat eisen voor ‘bonafide’ uitzendbureaus en (onder)aannemers van werk. De overheid ziet NEN 4400 als een goed instrument om risico’s te beperken op aansprakelijkheidsstelling en op boetes die voortvloeien uit in- en doorlening van arbeidskrachten of uitbesteding van werk.


Bron: NEN Arbeid en Veiligheid


Pasvorm belangrijk bij gehoorbescherming                          

Werkgevers moeten hun werknemers voorzien van de juiste PBM en training. Bij het samenstellen van een gehoorbeschermingsprogramma moet er rekening worden gehouden met 7 stappen: meten, controle, selectie, validatie, training, onderhoud en evaluatie. De denkwijze “een maat voor iedereen” werkt niet. Slecht passende bescherming beschermt niet of onvoldoende. Een juiste pasvorm is dus belangrijk.

Hier moeten we onder andere stilstaan bij de grootte van het oor, de vereiste bescherming, de werkomstandigheden, het comfortniveau, maar ook aan mogelijke medische afwijkingen.
Dit zijn factoren die meespelen in het valideren van de pasvorm.

In het ideale geval hebben alle werknemers in een gehoorbeschermingsprogramma aan de basis al een pasvormtest doorlopen. Het verdient daarnaast aanbeveling om medewerkers die extra opleiding en/of een nieuwe maat of type gehoorbescherming nodig hebben, van dichtbij op te volgen. Een jaarlijkse pasvormtest draagt bij aan het correct dragen van gehoorbescherming.

Bron: Arbo-online



                         

Bijeenkomsten en Congressen

Bijeenkomsten:                                            

Op 6 en 8 februari 2018 wordt een seminar georganiseerd over kostenbesparing in de afvalwaterzuivering. Zo wordt ingegaan op de vraag waar en hoe energie- en procesoptimalisatie binnen water- en afvalwaterinstallaties bijdragen aan een minimaal energieverbruik en een maximale energieproductie. Frequentieomvormers spelen daarbij een belangrijke rol.

Vanuit de analysewereld wordt behandeld hoe plaatsing van analysemeters op de juiste plekken in het proces, geld op kan leveren voor afvalwaterzuiveringsinstallaties.

Pompen spelen in de afvalwaterzuiveringswereld een prominente rol. Met een compleet energie-efficiëntieconcept voor pompen kunnen dan ook forse besparingen, een verbeterde doelmatigheid én een gezonder milieu worden gecombineerd.

Congressen:

 - 25/01 Jaarcongres Industriële Veiligheid te Utrecht

 - 06/02 Conferentie Shutdowns & Turnarounds te Spijkenisse

 - 18+19 april Beurs eRIC, vliegveld Twente

 

Bron: Fluid Processing


Meer geld voor handhaving door ISZW, bedrijven bereid u voor!                               

In het Regeerakkoord staat dat de Inspectie SZW (ISZW) – fasegewijs – 50 miljoen euro per jaar extra budget zal krijgen voor de handhavingsketen. Een forse toename, zeker wanneer dit wordt afgezet tegen de huidige kosten van ongeveer 100 miljoen euro per jaar. Bedrijven zullen de toename aan inspectie-capaciteit gaan merken.

De uitbreiding van het budget is in lijn met de aanbevelingen uit het Inspectie Control Framework dat is opgezet om te onderzoeken op welke deelgebieden ISZW meer capaciteit nodig heeft. Daaruit volgde dat ISZW verwacht 100 extra fte’s nodig te hebben om arbeidsuitbuiting tegen te gaan en eerlijk werken te bevorderen. Daarnaast zijn ongeveer 40 extra fte’s nodig, om preventief onderzoek te verrichten ter voorkoming van arbeidsongevallen. En nog eens 20 extra fte’s, die zich specifiek bezighouden met de controle van Brzo-bedrijven.

Het ligt voor de hand dat die toename in capaciteit zal leiden tot meer of uitgebreidere controle van bedrijven. De kans op ontdekking van eventuele onregelmatigheden of onvolkomenheden wordt daardoor groter. Daarmee lopen bedrijven een groter risico op handhavingsacties, waaronder mogelijk ook bestuurlijke boetes of strafrechtelijke handhaving. De boetes die ISZW kan opleggen kunnen hoog oplopen, vooral voor Brzo-bedrijven. 

Bedrijven kunnen zich hier goed op voorbereiden, door zich van tevoren kritisch af te vragen welke maatregen zijn getroffen om incidenten en overtredingen te voorkomen. Aan de hand van een goede analyse kunnen mogelijke verbeteringen in kaart worden gebracht en doorgevoerd. 

Daarbij is het belangrijk om niet alleen de juiste maatregelen te treffen, maar deze ook goed te documenteren. Indien zich onverhoopt toch een incident voordoet, kan het bedrijf aantonen dat alle noodzakelijke maatregen wel degelijk reeds aanwezig waren.

Een bedrijf zou zichzelf vooraf dezelfde vragen moeten stellen als die ISZW na een incident zal onderzoeken:

  • Zijn alle risico's geïnventariseerd?
  • Is er een veilige werkwijze opgesteld?
  • Wordt aan alle randvoorwaarden voldaan (persoonlijke beschermingsmiddelen, voldoende training, etc.)?
  • Zijn de werknemers voldoende duidelijk geïnstrueerd?
  • Wordt er voldoende toezicht gehouden op het naleven van de veilige werkwijze?

Door het opzetten, naleven en documenteren van een stevig compliance programma waarbij actief wordt nagedacht over de voorgaande vragen kan het risico op beboeting worden beperkt. Nog belangijker, mogelijk kunnen bepaalde incidenten hiermee voorkomen worden.

Veel bedrijven zijn zich inmiddels ook bewust van het belang van een goede voorbereiding op eventuele bezoeken van toezichthouders. Op branche niveau zien we een toenemende aandacht voor voorbereiding op het toezicht door ISZW Ook zien bedrijven steeds vaker de noodzaak zich goed voor te laten bereiden door gespecialiseerde advocaten om zo goed beslagen ten ijs te komen tijdens bezoeken van ISZW. Dit is ook goed voorstelbaar, aangezien een bezoek van ISZW grote gevolgen kan hebben.

Bron: www.stibbe.com


Beroepsaansprakelijkheid/ bedrijfsaansprakelijkheid

Bestaat de mogelijkheid voor een collectieve beroepsaansprakelijkheidsverzekering? Deze vraag is voorgelegd aan een verzekeraar.

Voor veiligheidskundigen gaat het om een beroepsaansprakelijkheidsverzekering (BAV). Er bestaat ook een bedrijfsaansprakelijkheidsverzekering (AVB). Het verschil is dat laatstgenoemde nodig is voor werkzaamheden die te maken hebben met ‘doen’ (bouw, winkeliers etc.) en dekt schade die aan personen of zaken is toegebracht.

Beroepsaansprakelijkheid is voor werkzaamheden met ‘denken’   (advieswerkzaamheden, architecten etc.) en dekt de gevolgschade door uitoefening van het beroep. Een combinatie van beide is ook mogelijk bijvoorbeeld de architect die het ontwerp maakt en daarna ook het huis zelf bouwt.
 
Voor beroepsaansprakelijkheid is het van belang een goed beeld te krijgen van wat een veiligheidskundige doet, binnen welke branche en welke risico’s in de uitoefening van het beroep afgedekt dienen te worden.

Gezien het om een collectieve polis gaat, dient die alle af te dekken risico’s te omvatten waarmee een veiligheidskundige te maken zou kunnen krijgen. Dat betekent een uitgebreide en ook kostbare polis voor risico’s, waar een deel van de leden wellicht nooit mee te maken zal krijgen. 

Bron: NVVK                                   


Duurzame inzetbaarheid

2,5 miljoen volwassenen in Nederland hebben moeite met lezen, schrijven en rekenen. Zij zijn laaggeletterd. Op de werkvloer kan dit de oorzaak zijn van gevaarlijke situaties. Door het niet begrijpen van een veiligheidsinstructie bijvoorbeeld. Daarom is het voor bedrijven zaak om laaggeletterdheid te herkennen en aan te pakken.

In tegenstelling tot wat veel mensen denken is tweederde van deze mensen van Nederlandse afkomst. Het zijn geen analfabeten, want ze kunnen wel lezen en schrijven. Ze beheersen echter niet het eindniveau vmbo of niveau mbo-2/3. Daardoor hebben ze bijvoorbeeld moeite met het invullen van formulieren, reizen met openbaar vervoer en het lezen van straatnaamborden, voorlezen, werken met een computer en het begrijpen van informatie.

Laaggeletterdheid kan grote gevolgen hebben op de werkvloer. Deze groep mensen is minder zelfredzaam, minder sociaal actief en minder gezond dan geletterde mensen. Als het op veiligheid aankomt, kan laaggeletterdheid een groot probleem zijn. Uit onderzoek blijkt dat 5 tot 10% van de arbeidsongevallen een direct gevolg is van een matige of slechte beheersing van de taal. Wie de veiligheidsinstructies niet begrijpt, is immers extra kwetsbaar. Bovendien kan het ertoe leiden dat verplichte diploma’s niet gehaald worden.

Volgens de Arbowetgeving moet een werkgever de maatregelen laten aansluiten bij de eigenschappen en bekwaamheden van de werknemer. De werkgever moet maatregelen treffen bij taal gerelateerde veiligheidsrisico’s. Bij vermoeden van laaggeletterdheid is het belangrijk om erachter te komen wat het taalniveau van de werknemer is.

Bron: Werk en Veiligheid


Alleen werken en de RI&E

Alleen werken is onvermijdelijk bij bepaalde functies. Wie alleen werkt, kan niet terugvallen op collega’s bij gevaar of een ongeval. De Arbowet geeft geen speciale eisen voor alleen werken. Werkgevers blijven echter verantwoordelijk voor een veilige en gezonde werkplek voor medewerkers. Jongeren onder de achttien jaar mogen helemaal niet werken zonder toezicht.

De werkgever moet in kaart brengen wie alleen werken, waar en wanneer. Ook moet de werkgever maatregelen en voorzieningen treffen om de risico’s van alleen-werken te beperken. Kijk daarbij niet alleen naar voor de hand liggende functies, maar ook naar werknemers die (tijdens kantooruren) in besloten ruimten werken, in kooiladders, of naar situaties waarin wordt gewerkt met gevaarlijke stoffen of perslucht.

Het is raadzaam een handleiding te maken waarin staat wat te doen in verschillende noodsituaties. Dat geeft houvast en voorkomt paniek in crisissituaties.

  • Zorg bovendien voor een goede registratie van wie aanwezig is. Dit is ook van belang voor uw BHV-organisatie.
  • Zorg dat de medewerker zich snel en makkelijk kan beschermen tegen ongewenst of agressief bezoek of indringers, bijvoorbeeld door de toegang te blokkeren.
  • Zorg dat een werknemer in geval van nood duidelijk hoorbaar alarm kan slaan.
  • Verstrek goed werkende communicatieapparatuur, zoals een (mobiele) telefoon of portofoon.
  • Zorg dat een werknemer in geval van nood kan vluchten zonder obstakels tegen te komen.
  • Zorg ervoor dat sleutels van deuren en andere hulpmiddelen zichtbaar binnen handbereik.

Bron: Werk en Veiligheid


Brand                   

Brand is een groot gevaar voor mens, dier en milieu en kan leiden tot grote economische schade. Een brand met een elektrische oorzaak beperkt zich niet alleen tot een elektrische installatie, - apparaat of - uitrusting van een machine.

Verspreiding van brand is daarom een belangrijk aandachtspunt in NTA 8220. Naast het beoordelen van het elektrisch materieel op brandrisico, moet ook worden beoordeeld of in de nabijheid van het elektrisch materieel brandbaar materiaal aanwezig is.

De beoordelingsmethode in NTA 8220 bestaat uit visuele waarnemingen, metingen en beproevingen. De visuele controle omvat al het elektrisch materieel dat deel uitmaakt van een installatie, en elektrisch materieel dat in gebruik is op het moment van de controle. Tijdens de controle moet rekening worden gehouden met brandbare materialen in de directe omgeving van het elektrisch materieel. Er wordt hierbij van uitgegaan dat het elektrisch materieel is geïnstalleerd volgens de van toepassing zijnde norm(en) en wordt gebruikt volgens de voorschriften van de fabrikant.

De NTA 8220 is geen wettelijke verplichting, maar kan geëist worden door verzekeraars aan hun klanten met een brandverzekering.

Bron: NEN Elektro                                   


Nieuwe versie VCA Checklist                                    

De Raad voor Accreditatie (RvA, de toezichthouder op het VCA-systeem), heeft de nieuwe VCA-versie 2017/6.0 geaccepteerd. VCA 2017/6.0 stelt veiligheid nog meer centraal, bevat verbeteringen op het gebied van de werkplek en veilig gedrag en zorgt voor meer duidelijkheid en betrouwbaarheid voor de keten. Ook is er nu één schema voor Nederland en België, zonder eigen accenten.

Van oud naar nieuw
VCA 2017/6.0 vervangt de vorige versie, 2008/5.1. Toch zal het nog enige tijd duren voordat hij echt in gebruik zal zijn genomen. Dit komt doordat de schemabeheerder (het SSVV) nog wat zaken moet regelen om ervoor te zorgen dat de certificatie-instellingen volgens de nieuwe versie kunnen gaan certificeren. Zo moet onder andere de nieuwe checklist nog worden gepubliceerd, zodat bedrijven precies weten aan welke eisen ze moeten voldoen. Op VCA.nl wordt de meest actuele status van de nieuwe checklist bijgehouden.

Alle VCA-gecertificeerde bedrijven krijgen uiteindelijk met de nieuwe versie te maken. Er geldt wel een overgangsregeling. Die houdt in dat bedrijven bij hun eerstvolgende (her)certificeringsmoment op VCA 2017/6.0 overgaan. De nieuwe versie heeft geen gevolgen voor de VCA-examens. Mensen met een VCA-diploma krijgen er dus niet mee te maken.

Wat wordt er anders?
Op hoofdlijnen kent VCA 2017/6.0 vijf grote verbeteringen:

1. Terug naar de basis

Veiligheid komt nog meer centraal te staan. Door strakker te formuleren en te ontdubbelen, zijn het het aantal eisen verminderd. De eisen die overblijven zijn logischer gestructureerd. Vergeleken met de vorige VCA-versie is er minder aandacht voor milieu.

2. Werkplek: meer aandacht voor de praktijk

De onderdelen van de VCA die over de werkplek gaan, zijn aangescherpt op basis van de laatste inzichten en feedback van gecertificeerde bedrijven. De onderdelen sluiten nu beter aan bij de veiligheidspraktijk van vandaag. Ook is er meer tijd ingeruimd voor audits op de werkplek.

3. Gedrag: ruimte voor maatwerk

Ieder bedrijf is anders. Wat bij de een werkt als het gaat om het stimuleren van veilig gedrag, hoeft bij de ander (nog) niet op die manier te werken. Het vakgebied gedragsbeïnvloeding is bovendien volop in ontwikkeling en bedrijven moeten de kans krijgen om op die ontwikkelingen in te spelen. Daarom komt er meer ruimte voor een maatwerkaanpak van de gedragsaspecten van VCA. Het observatieprogramma uit de vorige VCA-versie is vervangen door een programma voor VGM-bewustzijn en -gedrag, dat verplicht is voor VCA**-bedrijven.

4. Meer duidelijkheid en betrouwbaarheid voor de keten

De positie van de zzp’er binnen de VCA is verduidelijkt. Door meer must-vragen op te nemen voor het certificatieniveau VCA*, wordt de betrouwbaarheid van partijen aan het begin van de keten verhoogd. Ook moeten inhurende partijen (meestal VCA**- en VCA Petrochemie-bedrijven) onderaannemers op meer punten toetsen dan nu het geval is.

5.  VCA en andere landen: meer gelijkwaardigheid en betere toepasbaarheid

Met de komst van VCA 2017/6.0 is er één schema voor Nederland en België. Deze landen leggen geen eigen accenten meer. De nieuwe versie is zo ingericht dat ook andere landen deze makkelijk kunnen gebruiken, met een duidelijke ondergrens van wat zij precies moeten regelen. 

Bron: ebncertification.nl          


Klaar voor 2018?                 

Sinds 1 juli 2017 geldt de vernieuwde Arbowet. In de vernieuwde Arbowet is de betrokkenheid van werkgevers en werknemers bij de arbodienstverlening vergroot en staat preventie nog meer centraal.

Zo is de positie van de preventiemedewerker versterkt, heeft het medezeggenschapsorgaan een grotere rol gekregen bij het arbobeleid en zijn de randvoorwaarden voor het handelen van de bedrijfsarts aangescherpt.

Door de nieuwe Arbowet is de rol van verschillende betrokkenen, zoals de werkgever, de werknemer, bedrijfsarts en preventiemedewerker, maar ook van het medezeggenschapsorgaan in de vorm van een ondernemingsraad (OR) of personeelsvertegenwoordiging (PVT), verandert.

Werkgevers en arbodienstverleners krijgen tot 1 juli 2018 de tijd om bestaande contracten aan te passen. Aanpassen kan door middel van een aanvulling op het huidige contract of door een nieuw contract af te sluiten. Contacten die na 1 juli 2017 zijn afgesloten moeten direct voldoen aan de wettelijke vereisten.

Begin het jaar goed. Bekijk de digitale toolkit over de nieuwe Arbowet voor handige factsheets, animaties en downloadbare bestanden zoals posters over de veranderingen in de Arbowet.

Bron: Nieuwsbericht Arboportaal

 


Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via
info@arts-safety.com
 


Arts Group Companies:

   

             

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright © 2018 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.