Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Even voorstellen...Blue Tak                               
  • Opening nieuw kantoor              
  • SNA-keurmerk voor Arts Safety B.V.
  • Methode voor het beoordelen van elektrisch materieel op brandrisico
  • Veiligheidsladder helpt bewust veilig werken
  • Arbobeleid
  • Nieuwe Regelgeving stralingsbescherming van kracht
  • Gezondheidsrisico's door nachtwerk
  • Bedrijven laks met registreren van kankerverwekkende stoffen
  • Licht op de werkplek: wat neem je op in de RI&E?
  • Bespreekbaar maken van (on)veilig gedrag: je punt maken of gedrag beďnvloeden?


Even voorstellen...Blue Tak 

Functie:  Recruiter Arts Safety B.V.
Naam:     Blue Tak

Ik ben Blue Tak, 28 jaar en maandag 05-02-2018 gestart als recruiter bij Arts Safety B.V.

Gedurende mijn loopbaan heb ik mezelf kunnen ontwikkelen in verschillende sectoren wat nu tot positieve uiting komt in de functie van recruiter.

Mijn dagelijkse werkzaamheden bestaan o.a. uit het selecteren van de consultants via de meest effectieve recruitmentkanalen, screenen en beoordelen van sollicitaties en het actief benaderen van interessante opdrachtnemers die passen in het geschetste functieprofiel vanuit de opdrachtgevers.

Ik kijk uit naar een fijne samenwerking en hoop mezelf snel aan u te mogen voorstellen. 
Met vriendelijke groet,

Blue Tak
Recruiter Arts Safety B.V.



                  

Opening nieuw kantoor                                        

De bouw van ons nieuwe bedrijfspand is in afrondingsfase, de verwachte oplevering zal medio maart 2018 plaatsvinden.

Met trots zullen we u uiteraard uitnodigen voor de aankomende opening.

Het nieuwe pand zal huisvesting bieden aan Arts Group, waartoe Arts Safety B.V., Arts Construction B.V., Arts Vastgoed B.V. en DuCisco B.V. behoren. Met deze ontwikkeling kunnen we onze medewerkers en relaties nog beter van dienst zijn. Een essentiële stap om verdere groei mogelijk te maken.


SNA-keurmerk voor Arts Safety B.V.                          

Het SNA-keurmerk (Stichting Normering Arbeid) is ontwikkeld om de risico’s van inleners van arbeid en opdrachtgevers van werk te beperken. Hoewel dit keurmerk niet verplicht is, onderstreept het de kwaliteit binnen de interne organisatie en bied het voordelen voor inleners.

Sinds 1 juli 2012 geldt er een fiscale vrijwaring inzake inlenersaansprakelijkheid, welke betekent dat inleners die werknemers inlenen van een organisatie met het SNA-keurmerk gevrijwaard kunnen worden van eventuele aansprakelijkheidsstelling door de Belastingdienst ten aanzien van niet betaalde loonheffingen en omzetbelasting door de uitlener.

Met het positieve resultaat van deze audit conform de richtlijnen NEN 4400-1 is Arts Safety B.V. opgenomen in het register van Stichting Normering Arbeid.



                         

Methode voor het beoordelen van elektrisch materieel op brandrisico

Brand is een groot gevaar voor mens, dier en milieu en kan leiden tot grote economische schade. Een brand met een elektrische oorzaak beperkt zich niet alleen tot een elektrische installatie, een elektrisch apparaat of elektrische uitrusting van een machine. Verspreiding van brand is daarom een belangrijk aandachtspunt in NTA 8220. Naast het beoordelen van het elektrisch materieel op brandrisico, moet ook worden beoordeeld of in de nabijheid van het elektrisch materieel brandbaar materiaal aanwezig is.

De beoordelingsmethode in NTA 8220 bestaat uit visuele waarnemingen, metingen en beproevingen. De visuele controle omvat al het elektrisch materieel dat deel uitmaakt van een installatie, en elektrisch materieel dat in gebruik is op het moment van de controle. Tijdens de controle moet rekening worden gehouden met brandbare materialen in de directe omgeving van het elektrisch materieel. Er wordt hierbij van uitgegaan dat het elektrisch materieel is geďnstalleerd volgens de van toepassing zijnde norm(en) en wordt gebruikt volgens de voorschriften van de fabrikant.

De NTA 8220 is geen wettelijke verplichting, maar kan geëist worden door verzekeraars aan hun klanten met een brandverzekering. Waar vroeger een vraag was naar bijvoorbeeld een NEN 3140 inspectie vanuit de brandverzekering kan dit hierdoor gaan verschuiven naar een NTA 8220 inspectie of wellicht beide inspecties (waarbij de NTA 8220 een aanvulling is op de NEN 3140).


Bron: NEN Elektromail


Veiligheidsladder helpt bewust veilig werken                               

De Veiligheidsladder heeft als doel het terugdringen van het aantal onveilige situaties, met als gevolg een vermindering van het aantal incidenten. De Veiligheidsladder is daarmee een aanvulling op systeemnormen zoals ISO 45001 (OHSAS) en VCA.

De Veiligheidsladder kent vijf treden:

Hoe hoger het veiligheidsbewustzijn is in een organisatie, hoe hoger de score op de veiligheidsladder.

1. Pathologisch: ‘wat niet weet, wat niet deert’;
2. Reactief: Verandergedrag is ad-hoc en van korte duur;
3. Berekenend: Veiligheidsregels worden belangrijk gevonden;
4. Proactief: Veiligheid heeft een hoge prioriteit en wordt continu verbeterd;
5. Vooruitstrevend: Veiligheid is volledig geďntegreerd in alle bedrijfsprocessen.

De Veiligheidsladder is gericht op de veiligheidscultuur en daarmee aanvullend en versterkend op deze normen. De Veiligheidsladder biedt een duidelijk groeipad voor de veiligheidscultuur en het veiligheidsbewustzijn van een organisatie. Hiermee wordt invulling gegeven aan de PDCA-cyclus van OHSAS 18001 en vooral de cultuuraspecten in de nieuwe ISO 45001.
Van oudsher was veiligheid binnen een organisatie iets instrumenteels. Denk hierbij aan persoonlijke beschermingsmiddelen, brandblussers die op tijd gekeurd moesten zijn, bedrijfskleding die in orde moet zijn etc. Door de Veiligheidsladder te gebruiken, is er meer aandacht voor intrinsieke motivatie ontstaan. Het komt meer aan op leiderschap, de motivatie van binnenuit.

Bij de Veiligheidsladder heeft NEN een webtool Veiligheidsladder ontwikkeld. Met deze webtool kunnen bedrijven op een gemakkelijke manier tot een zelfverklaring komen. Benieuwd hoe deze webtool werkt?

Voor een gratis proefabonnement kijkt u op webtoolveiligheidsladder.nl/nl

Bron: NEN Elektromail


Arbobeleid

Alle vaste en niet-vaste werkenden hebben recht op een goed arbobeleid. De werkgever is verantwoordelijk voor het zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de werkenden. Hij moet hierbij voldoen aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Maar naast de werkgever hebben ook werkenden plichten rondom gezond en veilig werken. De wijze waarop Arbozorg wordt georganiseerd, is de keuze van de werkgever, in overleg met de werkende. Niet alleen vaste werkenden hebben recht op arbozorg. Dit geldt ook voor deeltijd- en flexwerkers, oproepkrachten en personen met een nul uren contract. Arbozorg valt onder de Arbowet en deze wet geldt altijd als een persoon een arbeidsovereenkomst heeft of onder gezag werkt van een werkgever en tegen betaling werk verricht.

Vaste en niet-vaste werkenden moeten ervan uit kunnen gaan dat hun werkgever hen goed informeert en beschermt. Het gaat dan bijvoorbeeld om:

• Informatie over de werkzaamheden, risico’s en maatregelen;
• Informatie over de professionele ondersteuning bij gezond en veilig werken binnen 
  het bedrijf;
• Bescherming tegen onveilige of ongezonde werksituaties. Denk aan de inrichting van de  
  werkplek en de uitvoering van het werk;
• De werkgever zorgt ervoor dat de werkende de Risico-Inventarisatie en –Evaluatie (RI&E)  
  kent;
• Bij acuut gevaar voor de eigen veiligheid of die van anderen, moet de werkende maatregelen   kunnen nemen om dat gevaar weg te nemen. De werkende mag zijn werk bijvoorbeeld  
  onderbreken als hij vindt dat hij of anderen ernstig gevaar lopen;
• De werkende mag van zijn werkgever verwachten dat oorzaken voor psychosociale  
  arbeidsbelasting als stress, pesten, agressie, intimidatie en discriminatie zoveel als mogelijk  
  worden voorkomen;
• Werkenden hebben recht op een gezondheidskundig onderzoek om de risico’s van het werk  
  voor de gezondheid te beperken of te voorkomen;
• Werkenden hebben recht op een goede, onafhankelijke begeleiding van hun klachten of  
  ziekte door een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is ook bereikbaar bij vragen over de gezondheid  
  of veiligheid op de werkplek;
• Werkenden hebben recht om – zonder toestemming van de werkgever - de bedrijfsarts te  
  bezoeken als zij vragen hebben over hun gezondheid in relatie tot het werk, ook als de  
  werkende nog niet verzuimt of klachten heeft. Dit kan bijvoorbeeld via een open spreekuur.  
  Ook hebben werkenden recht op toegang tot een preventiemedewerker.
  Om gezond en veilig werken mogelijk te maken, hebben werkenden ook verplichtingen.
 
  Een aantal voorbeelden:
• De werkende moet zorgen voor de eigen veiligheid en gezondheid, en voor die van de  
  anderen. Hij past kennis uit zijn opleiding en instructies van de werkgever toe in zijn gedrag;
• De werkende gebruikt hulpmiddelen en persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste  
  manier. Hij volgt de voorschriften als hij werkt met gevaarlijke stoffen, bergt  
  beschermingsmiddelen op de aangewezen plaats op en haalt beveiligingen niet weg;
• De werkende moet meewerken aan een goede uitvoering van het arbobeleid;
• De werkende meldt gevaren voor de veiligheid of gezondheid bij de werkgever of  
  leidinggevende;
• De werkende volgt instructies en cursussen op het gebied van gezond en veilig werken;

Een uitzendkracht heeft geen dienstverband bij de werkgever die hem inhuurt. De inlenende  werkgever moet wel zorgen voor gezondheid en veiligheid op de werkvloer. Ook moet de inlenende werkgever de uitzendkracht vooraf informeren over risico’s van het werk en eventuele noodzakelijke instructies geven. Het uitzendbureau en de inlenende werkgever die de persoon inhuren zijn samen verantwoordelijk voor de gezondheid en veiligheid van de uitzendkracht.

De Arbowet is in beginsel niet van toepassing op vrijwilligers, omdat deze niet als werkende worden gezien onder de Arbowet. De vrijwilliger heeft namelijk geen arbeidsovereenkomst of publieke aanstelling. Toch gelden voor het werk door vrijwilligers wel enkele verplichtingen. Deze staan in het Arbobesluit, artikel 9.5a. 

Bij ernstige risico’s of bijzondere gevaren voor de veiligheid of gezondheid van de vrijwilliger, moeten de aangegeven voorschriften verplicht worden nageleefd. Denk hierbij aan goede voorlichting aan vrijwilligers over het veilig werken met hulp- en beschermingsmiddelen. Dit staat omschreven in artikel 16 lid 7 van de Arbowet.

Bron: Arbowet
                               


Nieuwe Regelgeving stralingsbescherming van kracht

Vanaf 6 februari 2018 is de Nederlandse regelgeving op het gebied van stralingsbescherming in belangrijke mate vervangen. Aanleiding hiervoor is nieuwe Europese regelgeving: richtlijn 2013/59/EURATOM, de Basic Safety Standards (BSS).

Om tot de nieuwe Nederlandse regelgeving te komen, heeft de overheid nauw samengewerkt met deskundigen en vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, en diverse branches en beroepsverenigingen. Deze samenwerking heeft geresulteerd in het Besluit basisveiligheidsnormen stralingsbescherming (Bbs), een drietal ministeriële regelingen en een ANVS-verordening.

In Hoofdstuk 7 van het Besluit Basisveiligheidsnormen stralingsbescherming en in de ministeriële Regeling stralingsbescherming beroepsmatige blootstelling 2018 wordt werknemersbescherming geregeld. Hierin zijn enkele zaken gewijzigd ten opzichte van de eerdere regelgeving. Op de website van de Autoriteit Nucleaire Veiligheid en Stralingsbescherming (ANVS) is alle nieuwe regelgeving.

Bron: ARBO portaal


Gezondheidsrisico's door nachtwerk

In Nederland werken bijna 1,3 miljoen mensen – zo’n 15% van de beroepsbevolking - soms of regelmatig ’s nachts. Op verzoek van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de Gezondheidsraad onderzoek gedaan naar de gezondheidsrisico’s van nachtwerk. De Gezondheidsraad adviseert nachtwerk waar mogelijk te beperken.

Werk in de nachtelijke uren verstoort het dag-nachtritme van het lichaam wat kan leiden tot nadelige gezondheidseffecten. Nachtwerk veroorzaakt gezondheidsproblemen op korte termijn. Slaapproblemen komen anderhalf tot tweemaal vaker voor bij nachtwerkers dan bij dag werkers. Er is ook sterk bewijs voor het bestaan van gezondheidsrisico’s op lange termijn. Nachtwerk verhoogt het risico op diabetes mellitus (type 2) en hart- en vaatziekten, en dat risico neemt toe naarmate men meer jaren nachtwerk verricht. Het onderzoek is niet eenduidig als het gaat om het risico op borstkanker.

Over de relatie tussen nachtwerk en andere ziekten kan wegens een gebrek aan onderzoek geen uitspraak worden gedaan. De Gezondheidsraad adviseert de minister van SZW op basis van de bewezen gezondheidseffecten nachtwerk waar mogelijk te beperken.
Ga hier naar de publicatie Gezondheidsrisico's door nachtwerk.


Bron: ARBO portaal


Bedrijven laks met registreren van kankerverwekkende stoffen                                                                                                 

Bedrijven zijn verplicht om de Inspectie SZW in te lichten als ze werken met kankerverwekkende stoffen of straling, maar doen dit amper. In de regel is de werkgever de hoofdverantwoordelijke voor de registratie van individuele blootstelling. Uit het rapport blijkt dat vooral deze vorm van blootstelling vaak niet wordt gemeld. Enkele uitzonderingen zijn de zorgsector en de chemiesector.

FNV geeft bij de NOS aan flink geschrokken te zijn van de uitkomst: er wordt zelfs gesteld dat de registratie kanker kan voorkomen. Zo'n 3.000 mensen sterven jaarlijks in Nederland aan een kanker die zij op het werk hebben opgelopen. En dat terwijl de grotere bedrijven wel de middelen hebben om de individuele blootstelling te meten. Daarvoor moeten ze verschillende registraties koppelen, om zo te berekenen wat de individuele blootstelling achteraf moet zijn geweest. Ook dit gebeurt volgens de onderzoekers niet of nauwelijks.

FNV vindt dat er na dit onderzoek ook werk aan de winkel is voor bedrijfsartsen. Zij zien vanzelfsprekend zelden blootstellingsgegevens, maar ze hebben deze volgens wel nodig om een goede analyse van het verzuim te maken. Van een bedrijfsarts en arbodienst mag je verwachten dat ze de werkgever hierom vragen en de werkgever erop wijzen dit op orde te hebben.

Bron: NOS                                


Licht op de werkplek: wat neem je op in de RI&E?                                    

Licht- en uitzichtproblemen oplossen is een kwestie van teamwerk. De eerste signalen die erop wijzen dat er ergens sprake is van een lichtknelpunt worden vaak opgepikt door de leidinggevende of de gebouwbeheerder, al dan niet gebruik makend van een standaard klachtenregistratiesysteem. De Arbo professional is vaak de volgende schakel: hij zal het probleem allereerst dienen te objectiveren (wat zijn de klachten precies?), geeft een verklaring van het probleem en zal vervolgens suggesties doen voor verbetering.

Er bestaan verschillende manieren om tijdens een RI&E in kaart te brengen of er sprake is van licht gerelateerde gezondheids- en welzijnsrisico’s. Metingen aan kunstlicht, daglicht of uitzicht zijn lang niet altijd nodig. Met simpele middelen (bijvoorbeeld korte interviews, inventariseren van gebouw- en/of proces gebonden risicofactoren) is vaak ook al een goed inzicht in de situatie te verkrijgen. Eventueel kunnen daarna altijd nog metingen uitgevoerd worden ter ‘objectivering’ van de situatie.

Om licht- en uitzichtrisico’s te herkennen kan de Arbo professional zich de volgende vragen stellen:

• Hebben relatief veel medewerkers vaak klachten over licht?
• Vraagt de visuele taak of aflezing van zeer kleine details (letters, cijfers) of is er sprake van 
  precisiewerkzaamheden/ ‘fijn werk’?
• Hoe zit het met de verhouding diffuus licht/ gericht licht?
• Moeten er regelmatig werkzaamheden verricht worden in ruimten met weinig daglicht of
  uitzicht?
• Is men gedwongen om in een relatief donkere ruimte te werken (doka’s, CAD-tekenateliers)?
• Of is er juist sprake van een relatief veel glas in de gevel met een meer dan gemiddelde kans
  op hinder door verblinding en spiegeling ten gevolge van daglicht/ zonlicht?
• Ontbreekt helderheidswering?
• Bevindt een deel van de medewerkers zich relatief ver van de gevel?
• Is er sprake is van (relatief veel) verouderde armaturen die onvoldoende afscherming
  bieden?
• Zijn er relatief veel medewerkers ouders dan 45-50 jaar?
• Wordt er gewerkt met laserlicht, UV of infrarood?
• Zijn de juiste noodverlichting voorzieningen aanwezig?

Bron: Werk en Veiligheid                                     


Bespreekbaar maken van (on)veilig gedrag: je punt maken of gedrag beďnvloeden?                                                                                               

Veel bedrijven die te maken hebben met risicovolle omstandigheden op. Wat opvalt, is dat het voor zowel bedrijven als medewerkers lang niet altijd duidelijk is wat het verschil is tussen het bespreekbaar maken en feedback geven op wat er beter en/of anders kan rondom veilig werken of het daadwerkelijk iemand aanspreken op dit onveilige gedrag.

Elkaar aanspreken

Medewerkers geven veelal aan dat het ‘aanspreken’ of 'feedback geven' op onveilig gedrag prima verloopt bij het bedrijf waar zij werken. Met aanspreken bedoelen ze dat ze een collega direct aanspreken wanneer deze onveilig gedrag vertoont. Dit kan een goede methode zijn wanneer het gedrag direct gestopt moet worden, bijvoorbeeld wanneer iemand geen helm draagt op een bouwplaats. De vraag is wel wat het effect is van deze eenzijdige boodschap op de langere termijn? Zijn collega’s door deze eenmalige ‘berisping’ intrinsiek gemotiveerd om het gedrag niet meer te vertonen? De ervaring leert dat medewerkers helaas vaak toch in hun oude gedrag vervallen.

Bespreekbaar maken

Wat wél invloed blijkt te hebben op de intrinsieke motivatie van medewerkers om hun gedrag blijvend aan te passen is het bespreekbaar maken van onveilig gedrag. En met bespreekbaar maken bedoelen we niets anders dan een gesprek met de desbetreffende collega aan te gaan en écht door te vragen. Als een collega ruimte krijgt om aan te geven waarom hij of zij dit onveilige gedrag vertoont, of wat mogelijke belemmeringen of juist wensen zijn om veilig te werken, kunnen deze aspecten aangepakt worden. Vaak worden op deze manier ervaringen gedeeld waarmee ook processen en procedures verbeterd kunnen worden, een dubbele werking dus!

In situaties waarin onveilig gedrag onmiddellijk gestopt moet worden, is het direct aanspreken van collega’s zeker nodig. Wat in de praktijk gebeurt is dat medewerkers op bijvoorbeeld een bouwplaats bij een onveilige situatie niet altijd het gesprek aangaan. Wie hier een voorbeeldrol in moet nemen zijn onder andere leidinggevenden/voormannen en veiligheidscoördinatoren. Zij hebben een rol waarin het juist zeer belangrijk is om alert te zijn op de veiligheid van medewerkers. Veilig en onveilig gedrag dient door hen altijd bespreekbaar gemaakt te worden. Dit kunnen zij bijvoorbeeld doen tijdens het lopen van veiligheidsrondes of inspecties maar ook gewoon tijdens de dagelijkse werkzaamheden.

Bron: Veiligheid

 


Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via
info@arts-safety.com
 


Arts Group Companies:

   

             

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright © 2018 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.