De onderwerpen voor deze nieuwsbrief:

 

  • ATEX wijzing Arbobesluit definitief
  • Afmetingen van gevarenzones bij grote lekdebieten berekenen
  • Praktische tips om veilig en gezond te werken
  • Afspraken voor een betere wereld
  • Wijzigingen Norm EN-IEC 60204-1
  • Interim PGS-versies voor Omgevingswet: PGS 12, 15, 25, 31 en 33-2
  • Risico’s gevaarlijke stoffen verder beperken
  • Praktische tools aanpak fysieke belasting
  • Toename risicobeoordelingen onder Europese bedrijven
  • Naleving van de RI&E-plicht

 

 

 

ATEX wijzing Arbobesluit definitief


Met een wijzigingsbesluit (23-01-2020) is het Arbobesluit artikel 3.5e, onderdeel e, aanhef, wordt “geen andere eisen” vervangen door “geen aanvullende eisen” en wordt “de categorieën als bedoeld in het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016” vervangen door “de apparatencategorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016”.

Dit lijken ogenschijnlijk kleine aanpassingen, maar met best wel wat consequenties. Het komt er kort op neer: indien ATEX-versies van apparaten beschikbaar zijn, dienen deze ook te worden gebruikt.

Voor zover het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, geen aanvullende eisen stelt, worden in de gevarenzones apparaten en beveiligingssystemen gebruikt overeenkomstig de apparaten categorie, bedoeld in artikel 1, eerste lid, van het Warenwetbesluit explosieveilig materieel 2016 en toegepast volgens de navolgende principes:

  • 1°. Gevarenzone 0 of 20: categorie 1-apparatuur;
  • 2°. Gevarenzone 1 of 21: categorie 1- of categorie 2-apparatuur;
  • 3°. gevarenzone 2 of 22: categorie 1-, categorie 2- of categorie 3-apparatuur;

 Als uit de beoordeling van de gevaren in verband met explosieve atmosferen (bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit) blijkt dat maatregelen nodig zijn, dan moeten die worden genomen. Dit dient schriftelijk te worden vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.

Uit de aanhef van artikel 3.5e Arbobesluit (oud) volgde dat het explosieveiligheidsdocument op basis van de beoordeling, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid, Arbobesluit “andere eisen” kon stellen.

De formulering “andere eisen” kon ten onrechte de indruk wekken dat het mogelijk was:

  • ter zake minder eisen te stellen;
  • een minder strenge gevarenzone te kiezen;
  • ter zake minder eisen te stellen;
  • een minder strenge gevarenzone te kiezen;
  • apparatuur of beveiligingsmiddelen te gebruiken uit een minder strenge categorie dan vermeld in de punten 1°, 2° of 3° van onderdeel e;
  • af te zien van het treffen van de maatregelen die nodig zijn volgens de beoordeling van de gevaren met betrekking tot explosieve atmosferen, bedoeld in artikel 3.5c, eerste lid.

Met “andere eisen” werd en wordt echter bedoeld dat er “aanvullende, extra eisen” gesteld kunnen worden.

Uitgangpunt bij de eisen met betrekking tot explosieve atmosferen is het voorkomen van het ontstaan van een explosieve atmosfeer.

Bron: IAB Ingenieurs.

 

 

 

Afmetingen van gevarenzones bij grote lekdebieten berekenen


Naar aanleiding van een inspectie door ISZW wordt de volgende opmerking gemaakt bij een biovergistingstank: “De afmetingen van de gevarenzones bij de veiligheidsafblazen dienen door berekening te worden vastgesteld”.

De afmetingen van de ATEX zones worden voor een groot gedeelte bepaald door het zogenaamde lekdebiet. In de NPR 7910-1 worden de afmetingen als volgt aan het lekdebiet gekoppeld:

  • lekdebiet tot 1 gram /.s: R= 1 meter
  • lekdebiet 1 – 10 gram /s: R = 7 meter
  • lekdebiet groter dan 10 gram /s: afmetingen berekenen

Het lekdebiet is de hoeveelheid gas of damp, maar niet de hoeveelheid vloeistof.

Uit een veiligheidsafblaas op de betreffende biovergistingstank werd met een lekdebiet van circa 150 gram/s gerekend. Dit is beduidend meer dan 10 gram/s. Daarom is een berekening van de gevarenzone-afmeting is hier zeker op zijn plaats. Voor grote lekdebieten dienen de afmetingen van de gevarenzones dus te worden berekend. Hoe bereken je afmetingen van ATEX zones?

Er zijn verschillende methodieken beschikbaar: berekening via de ‘release characteristic’. Met de IEC 60079-10-1 kan met de zogenaamde “release characteristic” de afmeting van de zone worden bepaald. Met behulp van figuur D.1 uit de IEC 60079-10-1 kan de afstand van de zone worden bepaald, op basis van de release characteristic [lekdebiet / (dichtheid x veiligheidsfactor x LEL)].

Afmetingen van ATEX zones berekenen met behulp van software.

Bron: IAB Ingenieurs.

 

 

 

 

 

 

Praktische tips om veilig en gezond te werken
 

Voor 23.59 uur besteld, morgen in huis. Iedere dag spannen duizenden zzp’ers  zich in om bij hun klanten een glimlach op hun gezicht te toveren. Achter deze belofte schuilt een enorme logistieke operatie. Alle bestellingen worden dezelfde dag nog verzonden. Dit betekent dat het magazijnpersoneel vaak in de avond en de nacht werkt. Er wordt veel aandacht besteed aan het selecteren, inwerken en op peil houden van de kennis van alle medewerkers om zo veilig en efficiënt mogelijk te werken. Maar gaat het dan altijd goed?

Alle bedrijven hebben te maken met uitdagingen rondom veiligheid en gezondheid. Hoe gaat dit bedrijf bijvoorbeeld om met bijna-ongevallen? Hoe zorgen zij voor een goede veiligheidscultuur? En wat doen zij om alle medewerkers mee te krijgen bij het gezond en veilig werken? Verandering vergt volhouding en aandacht” en “Gebruik eerst je verstand en daarna pas je spierballen”.

Een veiligheidsaanpak die wel werkt:

  • Laat elke bezoeker van de werkvloer voor het bezoek eerst een veiligheidsfilm zien en voorzie iedereen van een veiligheidshesje en werkschoenen.
  • Loop veiligheidsrondes op de werkvloer met mensen van de werkvloer en coach ze op het geven van feedback over veiligheid.
  • Schilder de bumpers van trucks, zodat je altijd kunt zien waar schade is gereden.
  • Communiceer en overleg regelmatig met collega’s over veiligheid; maak het onderwerp bespreekbaar. Betrek medewerkers te allen tijde bij dit thema en zoek samen naar oplossingen. Kies veiligheidsambassadeurs.
  • Begin klein, met het geven van kleine prikkels en focus je op die punten. Zorg voor een follow-up.
  • Controleer de kwaliteit van het productacceptatiebeleid: het verschil tussen veiligheidsinformatieblad (VIB) en de lijst van Inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over CM-stoffen.

Bron: Evofenedex.

 

 

 

Afspraken voor een betere wereld
 

Veganisten, pescotariers, pollotariers, lacto-ovo-vegetariërs, flexitariërs of alleseters: er is een enorme verscheidenheid in groepen met een bepaalde voedingskeuze. De afgelopen jaren heeft een groei plaatsgevonden in de maatschappij, die een bewustere keuze maken in voeding met betrekking tot het verbeteren van het milieu, terugdringen van dierenleed of vanwege hun gezondheid.

Om duidelijkheid te geven welke voedingsmiddelen en ingrediënten vegans, vegetariërs of lacto-ovo-vegetariërs kunnen nuttigen, heeft ISO een eerste stap genomen om in Zwitserland met belanghebbenden bij elkaar te komen. Een initiatief voor een mondiale norm die hier helderheid kan geven. 

Als we eten of drinken kopen, dan wil de consument erop kunnen vertrouwen dat dit veilig te consumeren is. Of het nu een product is dat direct van het land komt of een eindproduct is dat bestaat uit tientallen ingrediënten, de voedselveiligheid moet voorop staan.

Een fabrikant, bewerker of eindverkoper in de voedselketen, simpelweg alle leveranciers van levensmiddelen moeten ‘veilig voedsel’ leveren. De wereldwijd bekende norm ISO 22000 draagt hieraan bij! 

Bron: NEN.

 

 

 

Wijzigingen Norm EN-IEC 60204-1

EN IEC 60204-1 schrijf het beveiligen van contactdozen met een aardlekschakelaar verplicht voor. Dit bij machines waarop een looplamp of een ander extern service-device kan worden aangesloten. Dit verhoogt de veiligheid, want je weet als machinebouwer nooit of het apparaat dat op de machine zal worden aangesloten geaard is.

De internationale norm EN IEC 60204-1 beschrijft de eisen waaraan de elektrische uitrusting van machines moet voldoen om de veiligheid van personen, een consistente besturing en bedienings- en onderhoudsgemak te borgen. Hij is van toepassing op de hele elektrische installatie van de machine, vanaf het punt waar de binnenkomende voedingskabel kan worden aangesloten op de klemmen of hoofdschakelaar.

Het harmonisatieproces voor de toepassing ervan in de Europese Unie is nog niet afgerond, maar dat zal vermoedelijk niet lang meer duren. Het is dan ook raadzaam voor machinebouwers om zich alvast te verdiepen in de wijzigingen ten opzichte van de vorige versie uit 2006.

De gewijzigde IEC 60204-1 zegt niets over het type toe te passen schakelaar op service-contactdozen, enkel dat deze maximaal 30 mA moet zijn.

Bron: Norm.

 

 

 

Interim PGS-versies voor Omgevingswet: PGS 12, 15, 25, 31 en 33-2

Alle PGS-richtlijnen worden gereed gemaakt voor de komst van de nieuwe Omgevingswet. Ze worden daarvoor omgezet in Nieuwe Stijl, gebaseerd op een risicobenadering waarbij er scenario’s en doelen zijn opgenomen. Enkele PGS-richtlijnen zullen echter eerst nog als interim versie worden gepubliceerd.

De Omgevingswet zal begin april 2020 naar Brussel worden gestuurd ter notificatie aan de Europese Commissie. Het doel van deze notificatie is het voorkomen dat landen nieuwe wetten en regels invoeren die het vrije verkeer van diensten en goederen binnen de EU belemmeren. Omdat het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) dat daaronder hangt verwijst naar PGS-richtlijnen zullen deze ook mee naar Brussel moeten. Voor een aantal PGS-richtlijnen lukt het niet om deze op tijd in Nieuwe Stijl gereed te hebben. 

Er is daarom besloten om die richtlijnen als interim versie te publiceren en vervolgens de tijd te nemen om deze richtlijnen met een gedegen proces in Nieuwe Stijl af te ronden. Dit geldt voor PGS 12, 15, 25, 31 en 33-2.

Bron: Publicatiereeks Gevaarlijke Stoffen.

 

 

 

 

 

 

Risico's gevaarlijke stoffen verder beperken

De Europese Unie wil de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen verder verminderen. Daarom geeft de Unie een aantal adviezen en aanbevelingen. Er is reeds een goede basis gelegd om de risico’s van het werken met gevaarlijke stoffen te verminderen.

Zo zijn er bijvoorbeeld voor veel stoffen al grenswaarden vastgesteld. Maar het kan nog beter en daarom is het tijd voor fase 2, zo vindt de EU.

Zo moeten er ook grenswaarden komen voor gevaarlijke (kankerverwekkende en mutagene) stoffen die tot nu toe buiten beschouwing bleven. Ook moet er meer aandacht komen voor wetgeving die in het uiterste geval kan leiden tot eisen die elkaar tegenwerken. De EU stelt daarom de volgende maatregelen voor:

  • voor nog meer stoffen bindende grenswaarden;
  • actualisering van bestaande grenswaarden;
  • ontwikkeling van een leidraad voor het meten van bindende grenswaarden;
  • coördinatie verbeteren door transparante procedures;
  • criteria opstellen voor wet- en regelgeving rond grenswaarden.

 En verder wil de EU graag dat de afzonderlijke landen zich nog actiever gaan opstellen. Zo moeten zij zorgen voor beter toezicht op de gezondheid van werknemers. Ook moeten ze zorgen voor extra aandacht voor werknemers die aan specifieke gevaarlijke stoffen zijn of worden blootgesteld, moeten ze inzicht krijgen in het belang van risicobeoordeling en moeten ze nadrukkelijk wijzen op preventieve maatregelen om bedrijfsongevallen en beroepsziekten te voorkomen.

Bron: Rendement.nl 

 

 

 

Praktische tools aanpak fysieke belasting

 

Herhalende bewegingen, kracht zetten of ongemakkelijke werkhoudingen: ze veroorzaken veel klachten en verzuim. 35% van de werknemers die zegt te verzuimen in verband met werk, verzuimt door klachten aan het bewegingsapparaat.

Meer dan 100.000 werknemers hebben een beroepsziekte aan het bewegingsapparaat. Met de juiste maatregelen kan dit worden voorkomen.

Fysieke belasting weegt in de loop der jaren door. Eén keer moeten bukken om iets te pakken, is natuurlijk geen probleem, maar als je dit dag in dag uit, jaar in jaar uit moet doen, ontstaat er slijtage die niet meer herstelt. Als je direct de gevolgen voelt van een beweging, probeer je dat de volgende keer te voorkomen.

Maar de risico’s waar je pas op de langere termijn gevolgen van ondervindt, worden niet altijd herkend en erkend. Door simpele acties, procesveranderingen en de inzet van hulpmiddelen wordt het werk lichter gemaakt. TNO biedt verschillende tools om fysieke belasting te inventariseren en maatregelen te kunnen nemen. Ze bundelde kennis en ervaring in een online-instrument: de Wegwijzer Fysieke belasting helpt in vijf stappen de fysieke belasting goed aan te pakken. Van een goede voorbereiding (stap 1), via risico-inventarisatie (stap 2) en het zoeken naar oplossingen (stap 3) neemt de wegwijzer je mee naar het invoeren (stap 4) en borgen (stap 5) van de maatregelen. De instrumenten zijn allemaal gratis beschikbaar via www.fysiekebelasting.tno.nl.

Bron: Werk en Veiligheid.

 

 

 

Toename risicobeoordelingen onder Europese bedrijven

Langdurig zitten wordt steeds meer gezien als risicofactor voor de gezondheid van medewerkers. Dat blijkt uit een recente enquête naar nieuwe en opkomende risico’s uitgevoerd door het Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk. Andere risicofactoren zijn de omgang met lastige mensen, repetitieve arm- en handbewegingen en het tillen en verplaatsen van mensen of zware lasten.

Het Europees agentschap voor veiligheid en gezondheid op het werk (EU-OSHA) ziet bovendien dat het percentage bedrijven dat risicobeoordelingen uitvoert in een aantal landen is gestegen. Aan de andere kant is in een aantal landen de participatie van werknemers in het beheer van psychosociale risico’s gedaald.

Van de ondervraagde Europese bedrijven blijkt dat bij 59 procent langdurig zitten als risicofactor wordt beschouwd voor de gezondheid van hun medewerkers. Het is daarmee de op twee na meest voorkomende risicofactor die door Europese ondernemingen wordt gemeld. Uit de enquête blijkt ook dat verder de omgang met lastige mensen, repetitieve arm- en handbewegingen en het tillen en verplaatsen van mensen of zware lasten van groot belang zijn op de werkvloer.

Ruim 45.000 bedrijven in 33 Europese landen hebben deelgenomen aan de enquête. In het onderzoek wordt bovendien gedetailleerd ingegaan op psychosociale arbeidsbelasting, waaronder werkstress, intimidatie en pesten. In vergelijking met de resultaten van de voorgaande enquête, uit 2014, blijkt dat de participatie van werknemers in het beheer van psychosociale risico's in een aantal landen gedaald is, terwijl het percentage bedrijven dat risicobeoordelingen uitvoert in een aantal landen is gestegen.

Bedrijven melden nog steeds als risicofactor voor de gezondheid van werknemers in heel Europa de omgang met lastige mensen, repetitieve arm- en handbewegingen en het tillen en verplaatsen van mensen of zware lasten, aldus de eerste bevindingen van de derde Europese bedrijvenenquête naar nieuwe en opkomende risico’s.

Aanvullende vragen in de enquête van 2019 werpen nieuw licht op opkomende risico's voor de veiligheid en gezondheid op het werk, zoals het effect van digitalisering bijvoorbeeld en het belang van langdurig zitten.

Een vergelijking met de resultaten uit 2014 geeft tendensen op nationaal en EU-niveau weer, niet alleen op het gebied van risicofactoren, maar ook op het gebied van de aanpak van VGW en de daarmee samenhangende impulsen en barrières. Zo is de participatie van werknemers in het beheer van psychosociale risico's in een aantal landen gedaald, ondanks het feit dat een participatieve aanpak als belangrijk beschouwd wordt om deze steeds vaker voorkomende risico's aan te pakken. Aan de andere kant is het bemoedigend dat het percentage bedrijven dat risicobeoordelingen uitvoert in een aantal landen is toegenomen.

Bron: EU-OSHA.

 

 

 

 

 

Naleving van de RI&E-plicht

 

Dit jaar intensiveert de Inspectie SZW het toezicht op de naleving van de RI&E. Het toezicht richt zich op aanwezigheid en kwaliteit van de RI&E binnen bedrijven. Het aantal doden door arbeidsongevallen en beroepsziekten ligt jaarlijks rond de 4000, dat moet omlaag. Het is daarom van groot belang dat werkgevers te allen tijde inzicht hebben in de aanwezige risico’s op de werkvloer, zodat zij op basis daarvan een gedegen arbobeleid kunnen vormgeven.

Van de Nederlandse werknemers werkt 80% in een bedrijf met een RI&E. Vooral de grotere bedrijven, met meer dan 50 werknemers, hebben een RI&E. Dat lijken goede aantallen, maar in totaal heeft minder dan de helft van de bedrijven een RI&E. Dat komt omdat met name bedrijven met minder dan 50 werknemers vaak geen RI&E hebben. Van de bedrijven die niet voldoen aan de RI&E-plicht is de helft niet op de hoogte van de wettelijke verplichting. Van de bedrijven die voldoen aan de verplichting heeft een klein deel alle risico’s geïnventariseerd.

Met het RI&E-meerjarenplan 2020-2023 wil de staatssecretaris een flinke inspanning leveren om langs drie lijnen de naleving van de RI&E te verbeteren. Van Ark kiest voor een gefaseerde uitvoering van het plan. De prioriteit ligt de eerste twee jaar op het verhogen van het aantal bedrijven met een RI&E en het bevorderen dat werkgevers in staat zijn op een goede manier de risico’s te inventariseren. Ten tweede moeten werkgevers die op de hoogte zijn van de RI&E-plicht ook in staat zijn op een goede manier te voldoen aan de verplichting. Knelpunten rondom de informatievoorziening worden weggenomen en er komen beschikbare instrumenten die helpen bij het maken van een RI&E.

Parallel aan de campagne en verbetering van de ondersteuning aan bedrijven wordt strenger gecontroleerd of werkgevers de RI&E-plicht daadwerkelijk naleven. Dit jaar intensiveert de Inspectie SZW het toezicht op de naleving van de RI&E binnen actieve inspectieprogramma’s op het terrein van gezond en veilig werken. Het toezicht richt zich op aanwezigheid en kwaliteit van de RI&E binnen bedrijven. Daarbij is ook aandacht voor het plan van aanpak.

Voor een intensiever handhavingsregime is de pilot ‘administratieve handhaving’ gestart. Binnen deze pilot worden 400 bedrijven volledig schriftelijk gecontroleerd op de aanwezigheid van een volledige RI&E en een basiscontract. Het proces van opvragen tot aan mogelijke boeteoplegging vindt schriftelijk, liefst digitaal, en volledig op afstand plaats. De pilot wordt eind 2020 afgerond. Op basis van de resultaten wordt gekeken naar de effectiviteit en de mogelijkheid de werkwijze uit te breiden zodat in de toekomst 100% inspectiedekking mogelijk is. Dan kan de Inspectie kijken of in de toekomst alle bedrijven die niet over een RI&E beschikken een boete kunnen krijgen.

Bron: Rijksoverheid.

 

 

Arts Group Subsidiaries:

 

 

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda

NL: +31 85 888 04 60
BE: +32 3 808 08 92

info@arts-safety.com


Dit is een hyperlink...

 

 

 

 

size=1 width="50%" noshade style='color:white' align=center>

Uitschrijven / Gegevens wijzigen
Powered door YMLP