Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • LOTO
  • RI&E: VERPLICHT MAAR OOK HEEL NUTTIG.
  • KANKERPATIENTEN KRITISCH OP ROL VAN BEDRIJFSARTS.       
  • VAAK ONVOLDOENDE INFORMATIE OVER VEILIGHEIDSFUNCTIES IN DE GEBRUIKSAANWIJZING.
  • WERKNEMERS MOETEN VEILIG EN GEZOND KUNNEN WERKEN.
  • CHEMISCHE EN CMR STOFFEN.                                                         
  • RISICOANALYSE IN DE MAJOR HAZARD INDUSTRIE


cid:5407479238-2

LOTO         


De LOTO-procedure is toch die vervelende procedure die door veiligheidsdeskundigen bedacht is en waar je als techneut alleen maar last van hebt? De LOTO-procedure staat voor de Lock Out Tag Out eventueel aangevuld met Try Out, een procedure om de machine uit te schakelen en te vergrendelen en anderen duidelijk te maken dat men aan het werk (bijvoorbeeld voor reparatie, schoonmaken, demontage) is bij de betreffende machine en dat de machine absoluut niet gestart mag worden. Een procedure die bij veel bedrijven gehanteerd wordt en hoog in het vaandel staat. 

De LOTO-procedure is bedoeld om ongevallen te voorkomen. In de dagelijkse praktijk is deze procedure voor veel veiligheidsdeskundigen de meest belangrijke procedure om de persoonlijke veiligheid van productie- en/of technische medewerkers te borgen. 

In de regelgeving (o.a. Machine Richtlijn) wordt geëist dat de machine voorzien is van een vergrendelbare hoofdschakelaar. Hierbij moeten, als de machine voorzien is van pneumatiek en/of hydrauliek, ook deze vormen van energievoorziening voorzien zijn van een vergrendelbare hoofdafsluiter. Hierbij gaat het om de beheersing van de (rest)energie van de installaties. Er bestaan namelijk veel energiebronnen die een potentieel risico kunnen vormen. Voorbeelden hiervan zijn o.a. elektrische, mechanische, hydraulische, pneumatische, chemische en warmte-energiebronnen. Dit zijn strikte veiligheidseisen die een waarborg moeten geven dat de machine niet onverwachts ingeschakeld kan worden. 

Echter in de praktijk blijkt dat het niet naleven van de LOTO-procedure (dus het niet veiligstellen van de machine) regelmatig leidt tot ernstige ongevallen. Door niet veilig te stellen en een onverwachte opstart van draaiende delen zijn er al diverse amputaties of dodelijke ongevallen geweest. Soms worden ook robotinstallaties niet veiliggesteld of worden door degene die onderhoud moet uitvoeren zelf een aantal veiligheden overbrugd. 

Dit betekent dat een duidelijke LOTO-procedure opgesteld moet worden en medewerkers getraind om deze procedure ook te volgen. Daarnaast verlangt de Arbowetgeving ook dat er door de leiding van het bedrijf op de naleving van de procedure (net zoals bij andere procedures) toezicht gehouden moet worden. Hier ligt weer een mooie taak voor de leidinggevenden. Ieders persoonlijke veiligheid komt in het geding komt als men deze LOTO-procedure niet (goed) toepast. Begin dus altijd bij jezelf.

     

RI&E: VERPLICHT MAAR OOK HEEL NUTTIG.

Het aantal arbeidsongevallen in de transport en logistiek is de afgelopen jaren niet of nauwelijks verminderd. Een van de meest genoemde oorzaken is dat de hoge prestatiedruk op de werkvloer leidt tot meer onveilige situaties en ongelukken. Om dit te voorkomen roept I-SZW bedrijven op om te werken aan hun veiligheidscultuur. Bij dat streven spelen medewerkers een belangrijke rol. Maar hoe werk je aan een veiligheidscultuur? De basis hiervoor is continue aandacht voor veiligheid op de werkvloer. De eerste belangrijke stap is een Risico-Inventarisatie en -Evaluatie, kortweg RI&E.

Elk bedrijf met meer dan 25 medewerkers is wettelijk verplicht de risico’s voor werknemers in kaart te brengen in de vorm van een zogenoemde RI&E. Denk hierbij aan arbozorg, verzuimbeleid, werkplekinrichting, fysieke belasting, visuele informatie en het werken met machines. Maar uit recent onderzoek van de I-SZW blijkt dat ruim 60 procent van de wettelijk verplichte bedrijven helemaal geen RI&E heeft. En van de bedrijven die er wél een hebben, blijkt deze in vier van de tien gevallen onvolledig te zijn. Dit kan leiden tot hoge boetes.

In de Code Gezond en Veilig Magazijn wordt het inventariseren en evalueren van de risico’s genoemd als een belangrijke basis voor een goede veiligheidscultuur. Hoe zorg je ervoor dat de RI&E – van management tot werkvloer – bekend is en ook wordt nageleefd? Wie controleert en corrigeert dat? En wat zijn de consequenties als iemand zich niet aan de regels houdt? Door trends als arbeidsmarktkrapte plus de hoge werkdruk is het verleidelijk om iets losser met de regels om te gaan, want er gebeuren hier toch nooit ernstige ongevallen
Heb je nog geen RI&E? Dan wordt het hoog tijd om de basis in orde te maken.


Bron: evofenedex

KANKERPATIENTEN KRITISCH OP ROL VAN BEDRIJFSARTS.

MKankerpatiënten ervaren dat de ziekte grote gevolgen heeft voor hun werk. Bij negen op de tien mensen wordt de werksituatie aangepast, zes op de tien ervaart financiële gevolgen en een op de tien verliest zelfs zijn of haar baan. Dat blijkt uit het onderzoek van de Nederlandse Federatie voor Kankerpatiëntenorganisaties (NFK), waar 3500 (ex-)kankerpatiënten en ruim zeshonderd naasten vragen beantwoordden over de impact van kanker op hun werk.

Minder dan de helft van de patiënten wordt begeleid door een bedrijfs- of verzekeringsarts. De meeste mensen maken met die arts een persoonlijk plan van aanpak, bespreken medische klachten en krijgen re-integratiebegeleiding. Ondanks dat veel patiënten tevreden zijn over de begeleiding van de bedrijfsarts, geeft ruim een kwart van hen aan dat zij echter iets gemist te hebben in de begeleiding. Ze missen vooral kennis en expertise over kanker, de behandeling en de gevolgen (zowel in de privé- als in de werksituatie). Ze voelen zich onbegrepen en geven de begeleiding van de bedrijfsarts een onvoldoende.

Bedrijfsartsen schieten nog te vaak te kort in de begeleiding van kankerpatiënten. Kennis over kanker en de gevolgen daarvan lijkt te ontbreken. Uit het onderzoek blijkt ook dat de ziekte en de behandeling grote gevolgen hebben voor de werksituatie van patiënten. Twee derde van de zorgverleners in het ziekenhuis bespreekt die gevolgen met de patiënt niet. Hier valt nog veel winst te boeken. Het onderzoek laat namelijk zien dat wanneer het wél besproken wordt, dit voor negen van de tien patiënten van meerwaarde is.

Dat de impact op de werksituatie groot is blijkt uit het feit dat bij negentig procent van de ondervraagde patiënten de werksituatie is aangepast. Zo melden vijf op de tien mensen zich ziek, stopt een kwart (tijdelijk) met werken en gaat een kwart (tijdelijk) minder werken. Dit heeft gevolgen op de inkomsten van de werknemers. Zes op de tien mensen geven aan er financieel op achteruit te gaan.

Bron: NFK


VAAK ONVOLDOENDE INFORMATIE OVER VEILIGHEIDSFUNCTIES IN DE GEBRUIKSAANWIJZING.

MDe meeste machines die tegenwoordig in de handel gebracht worden, bevatten tenminste één of meerdere besturingstechnische veiligheidsfuncties. Vaak is door de fabrikant de Performance Level-norm EN-ISO 13849-1 toegepast voor de realisatie van deze veiligheidsfuncties. De norm wordt dan ook vaak vermeld op de ‘EG Verklaring van overeenstemming’ behorende bij de CE-gemarkeerde machine. Maar hoe zit het met de gebruiksaanwijzing?

In de praktijk blijkt dat fabrikanten wel verklaren dat de machine in overeenstemming is met de PL-norm, maar in ieder geval niet voldoet aan de eisen met betrekking tot de informatie die opgenomen moet zijn in de gebruiksaanwijzing. Daarom deze attendering voor fabrikanten en gebruikers van machines op de door de norm vereiste gebruiksinformatie.

VEILIGHEIDSBESTURING IN NIEUWE MACHINES
Een veiligheidsfunctie is in de norm ENISO 12100 gedefinieerd als:
‘Machinefunctie waarvan een storing kan leiden tot een onmiddellijke toename van het (de) risico(‘s)’
In de praktijk zijn dit vaak besturingstechnische machinefuncties (elektrisch, hydraulisch en/of pneumatisch) bedoeld om mensen veilig met de machine te kunnen laten werken. Wanneer uit de risicobeoordeling een maatregel volgt die gebruik maakt van het besturingssysteem van de machine, kan dit beschouwd worden als een ‘veiligheidsfunctie’. Fabrikanten van nieuwe machines hanteren vaak de PL-norm (EN-ISO 13849-1) om de veiligheidsbesturing te realiseren. Behalve de PL-norm wordt ook de SILnorm EN-IEC 62061 toegepast. Hierbij zijn kwaliteit en betrouwbaarheid van de veiligheidsbesturing afgestemd op de potentiële veiligheidsrisico’s in de machine. Per veiligheidsfunctie wordt vastgesteld aan welk Performance Level (PLa t/m PLe) minimaal moet worden voldaan. Dit Performance Level kan beschouwd worden als een gemiddelde kans op gevaarlijk falen van een veiligheidsfunctie per uur waarbij de meest betrouwbare veiligheidsfunctie (PLe) een faalkans heeft van tenminste 10-7 per uur. De gebruikte architectuur van de hardware (uitgedrukt in categorie) is een belangrijk onderdeel van de PL-bepaling.

INFORMATIE VOOR DE GEBRUIKER
Om de kwaliteit van de veiligheidsbesturing in een machine te borgen, moet de fabrikant een gestructureerd proces volgen van specificatie tot aan faalkansberekeningen, realisatie, verificatie, testen enzovoort. Dit alles moet worden gedocumenteerd en toegevoegd aan het Technisch Dossier van de machine. Dit Technisch Dossier vormt de onderbouwing en bewijslast dat de fabrikant aantoonbaar aan de relevante ‘productwetgeving’ voldoet (CE). Dit Technisch Dossier hoeft de fabrikant niet aan de gebruiker te verstrekken. Wel dient de fabrikant in de gebruiksaanwijzing de veiligheidsfuncties te documenteren.
Het komt in de praktijk echter regelmatig voor dat een fabrikant vooral de focus heeft op de ‘PL berekeningen’, waarbij de informatieverstrekking in de gebruiksaanwijzing te wensen over laat. Zoals in de PL-norm beschreven is, heeft de fabrikant de verantwoordelijkheid om in de gebruiksaanwijzing alle relevante informatie met betrekking tot het gebruik, in stand houden, onderhouden, levensduur/ vervangen en testen van veiligheidsfuncties op te nemen. Het zou namelijk erg jammer zijn wanneer een fabrikant bij de ontwikkeling van de machine zijn best doet om de betrouwbaarheid van een veiligheidsfunctie tot acht cijfers achter de komma te berekenen, maar dat de uiteindelijke gebruiker door onvoldoende informatie componenten gaat vervangen of de machine anders gaat gebruiken waardoor de berekende betrouwbaarheid teniet gedaan wordt en de machine misschien niet veilig genoeg meer is.

Hoe borgt de machinefabrikant dat de veiligheidsfuncties over bijvoorbeeld tien jaar nog steeds betrouwbaar functioneren. Moet er specifieke informatie met betrekking tot vervangen of afstellen van componenten verstrekt worden, moeten bepaalde testen periodiek uitgevoerd worden, hoe moet er bij een storing gehandeld worden, enzovoort.
In tabel 1 is conform EN-ISO 13849-1 een overzicht gegeven van informatie met betrekking tot de veiligheidsbesturing die een fabrikant (wanneer dit relevant is voor de betreffende machine) minimaal middels de gebruiksaanwijzing aan de gebruiker moet verstrekken. Per onderwerp is een toelichting gegeven wat er met een eis bedoeld is. Let op, dit is géén limitatieve lijst, voor bepaalde veiligheidsfuncties kunnen aanvullende instructies of informatie vereist zijn.

Wanneer een fabrikant op de ‘EG verklaring van Overeenstemming’ met onder andere de Machinerichtlijn (2006/42/ EG) verklaart dat de machine in overeenstemming is met de PL-norm (EN-ISO 13849-1), wordt daarmee dus ook verklaard dat aan de informatievereisten uit de betreffende norm is voldaan. Tabel kan daarom gebruikt worden als leidraad om redelijk eenvoudig te controleren of de fabrikant met betrekking tot de veiligheidsbesturing aan zijn informatieverplichting heeft voldaan.
Als eerste stap kan in de gebruiksaanwijzing worden gecontroleerd of de aanwezige besturingstechnische veiligheidsfuncties met bijbehorende PL-levels en een referentie naar de toegepaste norm zijn opgenomen. Een volgende stap die eenvoudig te controleren zou moeten zijn, is op te zoeken wat de termijnen zijn waarop de componenten die deel uitmaken van een veiligheidsfunctie preventief vervangen moeten worden. Kijk daarnaast of er op basis van de veiligheidsbesturing van de machine informatie lijkt te ontbreken wat het in stand houden, functioneren, onderhouden van veiligheidsfuncties de komende twintig jaar bemoeilijkt. Regelmatig ontbreken deze gegevens in de gebruiksaanwijzing waarop u terug naar de fabrikant moet om die informatie alsnog te krijgen.
Het is in een inkooptraject van een nieuwe machine aan te bevelen om expliciet de verwachtingen met betrekking tot functionele veiligheid in de machine op voorhand af te stemmen. Hierbij kan het helpen om in een vroeg stadium de fabrikant erop te wijzen dat onder andere de gebruiksaanwijzing tijdens de afname van de machine gecontroleerd gaat worden op dit punt.


Bron: D&F



                         

WERKNEMERS MOETEN VEILIG EN GEZOND KUNNEN WERKEN.

Om daarvoor te zorgen is de Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet). Daarnaast zijn er ook nog andere wetten die werknemers beschermen tegen eventuele negatieve aspecten op het werk. De wetgeving omtrent arbeidsomstandigheden is ingedeeld in drie niveaus.

Arbowet - De Arbowet vormt de basis van de arbowetgeving. Hierin staan de algemene bepalingen die gelden voor alle plekken waar arbeid wordt verricht (dus ook voor verenigingen en stichtingen). De Arbowet is een kaderwet. Dat betekent dat er geen concrete regels in staan. Die zijn verder uitgewerkt in het Arbobesluit en de Arboregeling.
Arbobesluit - Het Arbobesluit is een uitwerking van de Arbowet. Hierin staan de regels waar zowel werkgever als werknemer zich aan moeten houden om arbeidsrisico's tegen te gaan. Deze regels zijn verplicht. Er staan ook afwijkende en aanvullende regels in voor een aantal sectoren en categorieën werknemers.
Arboregeling - De Arboregeling is weer een verdere uitwerking van het Arbobesluit. Het gaat hierbij om concrete voorschriften. Bijvoorbeeld de eisen waar arbeidsmiddelen aan moeten voldoen of hoe een arbodienst zijn wettelijke taken exact moet uitvoeren. Ook deze regels zijn verplicht voor werkgever en werknemers.
 
Doelvoorschriften
Sinds 2007 is de Arbowet vereenvoudigd. Dat wil zeggen dat de wet een aantal zogenoemde doelvoorschriften stelt, maar dat werkgevers en werknemers meer mogelijkheden hebben gekregen om zelf te bepalen hoe ze deze normen bereiken. Zo geeft de Arbowet wel eisen aan het maximale geluid op de werkplek, maar bepaalt het bedrijf zelf hoe ze dit bereiken.

Arbocatalogus
Werkgevers bekijken samen met de werknemers (via ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging) hoe aan deze doelvoorschriften het best voldaan kan worden. Dit wordt vastgelegd in een arbocatalogus. Bedrijven kunnen zelf een Arbo catalogus opstellen of zich aansluiten bij de Arbo catalogus van hun branche. De I-SZW toetst de Arbo catalogi die voor een hele sector of branche worden opgesteld, om zeker te stellen dat aan de doelvoorschriften wordt voldaan. 

Verplichtingen werkgevers
In de Arbowetgeving zijn verplichtingen opgenomen waar werkgevers zich aan moet houden:
Het ontwikkelen en uitvoeren van arbeidsomstandighedenbeleid. De arbeid die in het bedrijf verricht wordt, mag geen nadelige gevolgen hebben voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers.

Verplichtingen werknemers
Ook werknemers moeten zich aan een aantal regels houden. De belangrijkste verplichtingen van werknemers zijn: o.a. Arbeidsmiddelen en gevaarlijke stoffen op een juiste wijze gebruiken en beschikbaar gestelde PBM op een juiste manier gebruiken en op de daarvoor bestemde plaats opbergen, meewerken aan de voor werknemers georganiseerd onderricht en de werkgever inlichten over opgemerkte gevaren voor de veiligheid en gezondheid in het bedrijf.


Bron: Arboportaal



                  

CHEMISCHE EN CMR STOFFEN.           

SZeer veel werknemers worden blootgesteld aan chemische agentia: in de chemische industrie, waar ze worden geproduceerd, maar ook in al de sectoren waar deze stoffen worden gebruikt.

Een aantal van deze stoffen zijn relatief onschadelijk, andere zijn gevaarlijk voor de veiligheid of de gezondheid van de werknemers.  Een aantal ervan zijn mutageen (d.w.z. ze beschadigen het DNA) of zelfs carcinogeen (kankerverwekkend).

Meer informatie omtrent de bescherming van de werknemers tegen chemische agentia in het algemeen en ook tegen kankerverwekkende (waaronder asbest) en mutagene agentia vindt u in de onderstaande sub thema’s:

Chemische agentia
Nanodeeltjes
Kankerverwekkende, mutagene en reprotoxische agentia
Asbest en asbestverwijderaars

Bijkomende inlichtingen:

• In de eerste plaats bij de preventieadviseur van de interne en/of de externe dienst voor preventie en bescherming.
• In de tweede plaats bij de regionale directie van het Toezicht op het Welzijn op het Werk die bevoegd is voor de werkgever.
• Over interpretatie van de regelgeving: schriftelijk bij de Algemene Directie Humanisering van de Arbeid.


Bron: FOD België
                                                                       


RISICOANALYSE IN DE MAJOR HAZARD INDUSTRIE         

 

Met de campagne ‘Pak stof aan!’ vraagt Stigas aandacht voor de risico’s van blootstelling aan stof in de agrarische en groene sector. In de praktijk zijn werkgevers en werknemers zich namelijk onvoldoende op de hoogte van de gezondheidsrisico’s voor longen en luchtwegen. In de campagne staan daarom bewustwording, advies en het vroegtijdig zien van klachten centraal.

De campagne van Stigas (een kennisinstituut voor veilig en gezond werken in de agrarische
sector) bestaat uit meerdere activiteiten. Zo zal Stigas het komende jaar verhalen uit de praktijk verspreiden maar ook stofmetingen en longfunctiemetingen uitvoeren. Daarnaast wordt er aan de ontwikkeling van een stoftest gewerkt waarmee een varkenshouder op een gemakkelijke manier kan vaststellen of hij risico’s loopt.

De kwaliteit van de (binnen) lucht heeft een directe invloed op de gezondheid. Hoofdpijn, irritaties van neus, keel en ogen, luchtweginfecties, astma en andere ziekten zoals kanker zijn mogelijke effecten van een vervuild binnenmilieu. De binnen lucht bevat vaak meer chemische stoffen dan de buitenlucht.


De FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu wil de bronnen van schadelijke stoffen in huis zoveel mogelijk beperken, o.a. door strenge normen vast te leggen voor chemische producten en voor het gebruik van chemische stoffen met mogelijke schadelijke effecten bij het maken van meubels, vloer- en wandbekleding en voor bouwmaterialen. Dit zal ze ook doen door producten met EU Ecolabel te promoten en door consumenten te informeren over het juiste gebruik van sommige producten.

 

Bron: Arboportaal en FOD België

      

            

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com

                                                                           

                 

Arts Group Subsidiaries:

   

 

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright 2019 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.