Weergave problemen?

View this email in your browser

 

DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Contractor Review Total Refinery Antwerp - NC2 Ethane Project
  • CE-markering gebouwbekabeling verplicht
  • NEN 3140 belangrijker dan ooit
  • Duidelijkheid in ‘Functiebehoud bij brand’
  • Houden PBM ook rekening met vrouwen?
  • Arbeidsongevallen verminderen
  • Telefoon
  • Werken met NEN 8112
  • Explosieveiligheidsdocument
  • Machinerichtlijn en/of ATEX richtlijn beide toepassen?
  • Publicatie ISO 20400 ’Richtlijn voor maatschappelijk verantwoord inkopen’

 

 

Contractor Review Total Refinery Antwerp - NC2 Ethane Project

 

Tijdens het NC2 Ethane project kreeg Arts Safety Consultants de opdracht vanuit Auxitec Ingénierie/ Bilfinger Tebodin om de veiligheid voor het project NC2 Ethane Project te waarborgen.

Inmiddels is dit uitdagende project op de locatie bij Total Raffinaderij te Antwerpen afgerond. Arts Safety Consultants B.V. scoorde door middel van de contractor beoordeling zeer hoog:

Communication:          8
Intangibles:                   9.4
Safety:                           9

Hierop zijn wij zeer trots en bedanken via deze weg alle betrokkenen voor dit resultaat en in het bijzonder natuurlijk onze adviseur Frans Joseph van der Leemputte.

Tevens bedanken wij onze opdrachtgevers Auxitec Ingénierie en Bilfinger Tebodin voor het vertrouwen in de expertise van Arts Safety Consultants B.V.

 

 

CE-markering gebouwbekabeling verplicht

 

Vanaf 1 juli 2017 moeten alle kabels die in Europa in bouwwerken worden geïnstalleerd zijn voorzien van een CE-markering met bijbehorende documenten waarin hun brandklasse wordt aangegeven.

Dat wordt voorgeschreven door de Europese Bouwproducten Verordening. Voor het bepalen van deze classificatie dienen fabrikanten hun gebouwbekabeling te laten testen en CE-markeren volgens de Europese norm NEN-EN 50575.

Ieder Europees land bepaalt zelf welke brandklasse bekabeling bij welke gebruiksfunctie van een gebouw - of specifieke ruimte daarin - wordt geëist. In Nederland staat dat in het Bouwbesluit.

Kabels die niet met een brandklasse zijn gemarkeerd en nog vóór 1 juli op de markt worden gebracht mogen ook na deze datum nog in gebouwen worden geïnstalleerd. De Nederlandse norm NEN 8012 geeft aan welke kabels de brandveiligheidseigenschappen hebben die horen bij de verschillende CE-markeringsklassen.


Bron: NEN Elektromail 2017

 

 

NEN 3140 belangrijker dan ooit


De norm NEN 3140 staat centraal bij de zelfregulering door de markt van de veiligheid van elektrotechnische installaties in alle sectoren van het bedrijfsleven.

Hierbij gaat het niet alleen om de eigen veiligheid van elektrotechnische installateurs en inspecteurs. Het gaat ook om de veiligheid van mensen die bij hun dagelijks werk met elektrotechnische installaties omgaan in onder meer gebouwen, fabrieken en de infrastructuur.

NEN 3140 kent veel verschillende gebruikers en doelgroepen, zowel binnen als buiten de elektrotechnische sector. NEN 3140 schrijft voor op welke manier de installateurs en inspecteurs zelf voor hun eigen veiligheid dienen te zorgen. Maar ook hoe werkgevers moeten zorgen voor de veiligheid van werknemers die de installaties bedienen.

In reguliere gebouwen hoeft dat niet meteen te leiden tot grote risico’s. Maar in de industrie of infrastructuur ligt dat heel anders. Ook in die sectoren dienen werkgevers in het kader van NEN 3140 functionarissen aan te stellen met bepaalde bevoegdheden en niveaus van vakbekwaamheid die in de norm worden omgeschreven.
Bovendien moeten de elektrotechnische installaties in werkomgevingen periodiek worden geïnspecteerd volgens de eisen in deze norm. Daarbij verwijst NEN 3140 naar tal van andere elektrotechnische normen die op de installaties van toepassing kunnen zijn.

Hierdoor wordt NEN 3140 niet alleen een steeds belangrijker juridisch instrument voor werkgevers en leidinggevenden. Binnen het gehele Nederlandse bedrijfsleven raakt ook een groeiend aantal andere mensen in verschillende functies bij NEN 3140 betrokken, vooral op het gebied van benoemingen en opleidingen, werkvoorschriften, werkprocedures, en de handhaving ervan. Kortom, NEN 3140 is een complexe en veelomvattende norm. Tot de doelgroep behoren niet alleen installateurs en inspecteurs, maar ook de Installatie-Verantwoordelijken en andere opgeleide functionarissen die door werkgevers dienen te worden aangesteld.


Bron: NEN Elektromail mei 2017

 

 

Duidelijkheid in ‘Functiebehoud bij brand’


Welke delen van gebouwinstallaties moeten ook tijdens brand blijven functioneren?

De brandveiligheidscommissie bij NEN verwacht hierin nog dit jaar meer duidelijkheid te scheppen. De NPR 2576 met de titel ‘Functiebehoud bij brand’ wordt volledig vernieuwd.

Bij brand in een gebouw dienen de aanwezigen zich tijdig in veiligheid te kunnen brengen. Daarna moet de brandweer veilig haar werk kunnen doen. En uiteindelijk dient de materiële schade zo veel mogelijk te worden beperkt.

Een beginnende brand moet daarom zo snel mogelijk door de brandmeldinstallatie worden gedetecteerd en gemeld aan de alarmcentrale. Vervolgens gaat het brandalarm binnen het gebouw af, en wordt het aanwezige publiek via de ontruimingsalarminstallatie aangespoord het pand zo snel mogelijk - en toch zonder paniek – te verlaten. Dat gebeurt via brandvrije vluchtroutes naar de nooduitgangen, die worden aangeven door de noodverlichting en vluchtwegaanduiding.

Afhankelijk van de risicoklasse van het gebouw treden vervolgens blusinstallaties, rook- en warmteafvoer, branddeuren en –liften, en brandkleppen in de ventilatie automatisch in werking. Al deze voorzieningen moeten ook tijdens de brand gedurende een voorgeschreven periode blijven functioneren. Net als de elektrotechnische installaties waaraan ze zijn gekoppeld. Dit alles wordt aangeduid met het begrip ‘functiebehoud’. In de NPR 2576 is te vinden hoe aan deze eisen kan worden voldaan.


 Bron: NEN Elektromail mei 2017

 

 

Houden PBM ook rekening met vrouwen?


De grootste Britse vakcentrale TUC, publiceerde onlangs een rapport over het feit dat PBM vaak niet zijn afgestemd op het vrouwelijk lichaam. En dat gaat knellen, nu vrouwen zijn doorgedrongen tot beroepen waar je vroeger gewoon alleen mannen tegenkwam, zoals bouwvakker of noodhulpverlener.

Minder dan 30 procent van die vrouwen krijgt PBM die speciaal voor hen zijn gemaakt. Dat maakt dat de meeste PBM voor hen niet alleen oncomfortabel zijn, maar ook hinderlijk en afleidend. Veiligheidsschoenen zijn een veelgenoemd voorbeeld: de vrouwelijke voet is gemiddeld korter en smaller, waardoor een kleiner paar schoenen qua lengte wel kan voldoen, maar toch te wijd zit.

Ook de ergonomie van gereedschappen en werkplekken mag volgens Britse werkneemsters best wat vaker op hun behoeften worden afgestemd. Vaak werken ze in een gedwongen en onjuiste houding, waardoor ze slachtoffer worden van ongevallen of spier- en gewrichtsklachten ontwikkelen.


Bron: De veiligheidskundige mei 2017

 

 

Arbeidsongevallen verminderen


De Stichting Arbeidsongevallen wil een actieplan tegen arbeidsongevallen. Er moeten snel minder arbeidsongevallen gebeuren en slachtoffers en nabestaanden moeten fatsoenlijk worden behandeld.

Gemiddeld komen volgens de stichting jaarlijks 60 tot 80 mensen in Nederland om op hun werk. Dagelijks lopen werknemers blijvend of tijdelijk letsel op. Volgens de meest recente cijfers (2015) liepen 211.000 werknemers lichamelijk of geestelijk letsel op door een ongeval tijdens het werk. Het aantal arbeidsongevallen neemt al jaren niet af. De aantrekkende economie zal naar verwachting eerder een toename dan een afname van arbeidsongevallen laten zien.’

De Stichting Arbeidsongevallen hoort regelmatig schrijnende verhalen van slachtoffers en nabestaanden van arbeidsongevallen. Heel vaak gaat het om situaties waarin de werkgever ontkent dat het ongeval heeft plaatsgevonden of betwist dat het letsel is ontstaan door het ongeval. Ook zijn er veel schrijnende verhalen van werkenden die onfatsoenlijk behandeld worden door werkgevers en verzekeraars. En vaak worden slachtoffers en nabestaanden volgens de stichting in het ongewisse gelaten over de toedracht van een arbeidsongeval.

De Stichting Arbeidsongevallen vindt dat werkgevers, overheid, vakbonden en verzekeraars een actieplan moeten maken dat ervoor zorgt dat het aantal arbeidsongevallen niet gaat stijgen maar gaat dalen en dat slachtoffers en nabestaanden beter worden bejegend.


Bron: Petrochem mei 2017

 

 

Telefoon


Gemiddeld kijken mensen iedere 10 minuten een keer op hun telefoon. Dat is helemaal geen goed idee: je krijgt er stress van en het kan zelfs een burn-out tot gevolg hebben. Want mensen kunnen zoveel informatiestromen helemaal niet aan.

Mail, whatsapp, twitter, de hele dag zijn we bereikbaar via verschillende kanalen. Natuurlijk kun je je telefoon wegleggen, maar echt makkelijk is dat niet. Want er wachten mensen op je reactie. En vooral als het om werk gaat, vinden veel mensen dat ze toch binnen een uur moeten reageren. Want je bent een goede werknemer en collega. En dus altijd bereikbaar, ook ’s avonds of op je vrije dag.
 
De keerzijde van die bereikbaarheid is dat je er stress van kunt krijgen. 


Bron: Werk en Veiligheid 2017

 

 

Werken met NEN 8112


Organisaties hebben terecht veel aandacht voor de veiligheid van medewerkers en bezoekers, en daarmee voor hun continuïteit. Hiertoe zijn zij ook wettelijk verplicht. Traditioneel wordt die veiligheid geborgd door diverse afdelingen, procedures en maatregelen.

De herziene norm NEN 8112 Bedrijfsnoodorganisatie (BNO) brengt hier samenhang in. Bij de norm bieden we een digitale tool: ‘Werken met NEN 8112’, waarmee organisaties een geïntegreerde bedrijfsnoodorganisatie op maat kunnen opzetten en onderhouden. Uiteraard brengt het lanceren van een online tool veel vragen met zich mee, wellicht is de tool iets voor uw bedrijf.


Bron: NEN Arbo, mei 2017

 

 

Explosieveiligheidsdocument


Het explosieveiligheidsdocument kan worden gezien als een onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie van het bedrijf. Zie artikel 3.5c van het Arbobesluit:

De gevaren in verband met explosieve atmosferen en de bijzondere risico’s die daaruit kunnen voortvloeien, worden in het kader van de risico-inventarisatie en evaluatie, bedoeld in artikel 5 van de wet, voor de aanvang van de arbeid en bij iedere belangrijke wijziging, uitbreiding of verbouwing van de arbeidsplaats, de arbeidsmiddelen of het arbeidsproces, in hun geheel beoordeeld en schriftelijk vastgelegd in een explosieveiligheidsdocument.
Iedereen mag een RI&E en dus ook een explosieveiligheidsdocument opstellen. In de Arbowet worden geen deskundigheidseisen genoemd.


De RI&E en ook het EVD moet echter wel worden getoetst, dit kan door een kerndeskundige, zoals een gecertificeerde hogere veiligheidskundige, arbeidshygiënist, arbeids- en organisatiedeskundige, bedrijfsarts of een gecertificeerde arbodienst. Indien een kerndeskundige zelf de RI&E heeft opgesteld, kan het toetsen achterwege blijven.

Een explosieveiligheidsdocument kan worden beschouwd als een verdiepende RI&E en ook deze moet worden getoetst. De toetsing van het explosieveiligheidsdocument dient te geschieden door een hierboven genoemde kerndeskundige die op het gebied van explosieveiligheid voldoende kennis heeft. De aantoonbaarheid van voldoende kennis op het gebied van explosieveiligheid kan bijvoorbeeld doordat de kerndeskundige in het bezit is van IECEx persoonscertificaten.


Bron: IAB Ingenieurs nieuwsbrief 2017

 

 

Machinerichtlijn en/of ATEX richtlijn beide toepassen?


De machinerichtlijn (2006/42/EG) en de ATEX richtlijn (2014/34/EU) sluiten elkaar niet uit en moeten soms beide op machines worden toegepast. Wanneer beide richtlijnen moeten worden toegepast is soms niet zo duidelijk. In dit artikel hebben we dit nader toegelicht. In de praktijk roepen deze situaties veel vragen op. Uiteindelijk is de meest belangrijkste doelstelling: het voorkomen van een explosie.

De machinerichtlijn heeft in bijlage 1 punt 1.5.7 de volgende bepaling:

Risico’s door ontploffing
De machine moet zodanig zijn ontworpen en gebouwd dat de machine zelf en de gassen, vloeistoffen, stofdeeltjes, dampen en andere door de machine geproduceerde of gebruikte stoffen geen risico van ontploffing opleveren. De machine moet, wat betreft de risico’s van ontploffing door gebruik in een omgeving met ontploffingsgevaar,  in overeenstemming zijn met de specifieke communautaire richtlijnen.


Bij machines kan ontploffingsgevaar aanwezig zijn in het binnenste van een machine of in de omgeving of beide. De plaats van ontploffingsgevaar is van belang, om dat hiermee al of niet de toepassing van de ATEX richtlijn 92014/34/EU) wordt bepaald.

Voor een visuele situatieschets verwijzen wij u graag naar deze link.


Bron: IAB Ingenieurs Nieuwsbrief april 2017

 

 

Publicatie ISO 20400 ’Richtlijn voor maatschappelijk verantwoord inkopen’


NEN-ISO 20400 is  internationale richtlijn voor maatschappelijk verantwoord inkopen zal wereldwijd een rol gaan spelen. Nederland heeft als koploper op het gebied van duurzame inkoop een sleutelrol gespeeld in het normontwikkelingsproces om te komen tot deze internationale richtlijn.

Inkoop speelt een sleutelrol in de duurzame wereld waar wij naar streven. Inkoop is nauw verbonden met de duurzaamheidsstrategie van een organisatie. Maar hoe verbinden we de duurzame strategie aan de praktijk van inkoop? De internationale richtlijn ISO 20400 biedt hierin handvatten.

ISO 20400 bevat praktische handvatten voor publieke en private organisaties om hun inkoopproces op een maatschappelijk verantwoorde wijze in te richten, te borgen en aan te laten sluiten bij hun duurzaamheidsstrategie.


Bron: NEN KAM mei 2017

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com
 


Arts Group Company:

 

 

 

Voorkeuren aanpassen
Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92

info@arts-safety.com

Copyright © 2017 Arts Safety Consultancy B.V. Alle rechten voorbehouden.