Weergave problemen?

View this email in your browser

 

DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Even voorstellen…Fred Groen
  • Betere afstemming normen noodverlichting
  • Bouwbesluit 2012
  • Herziening normen voor gehoorbescherming
  • De nieuwe codex is een feit!
  • Aceton, wie kent het niet?
  • Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 juli 2018
  • Presentatie Masterclass Arbeidsongevallen
  • Geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw
    (ATEX-zonering bij afwezigheid van ventilatie)

 

 

Even voorstellen…Fred Groen

 

Functie: Middelbaar veiligheidskundige bij EPZ - Kerncentrale Borssele.

Woonachtig op de grens van Vlissingen-Middelburg en 54 lentes jong ben ik werkzaam voor Arts Safety Consultants B.V. tijdens de splijtstofwissel en onderhoudsstop bij de Kerncentrale in Borssele als middelbaar veiligheidskundige.

Samen met de andere MVK’ers  en HVK’ers voeren we dagelijks operationele inspecties uit.

Wij hanteren een respectvolle open houding en spreken direct de betrokken medewerkers van zowel EPZ zelf, als de contractors (circa 40 verschillende) aan en geven adviezen over veilig werken en gedrag.

Een kerncentrale is tenslotte geen ouderwetse koekjesfabriek. Niet dat ik dit 1:1 wil vergelijken, het is slechts een uitdrukking die ik nogal eens voorbij heb horen komen.

Verder fungeren we als vraagbaak en adviseurs op alle gebieden van Arbo, Veiligheid en Milieu en streven we naar “0” ongevallen.

Door de enorme diversiteit en disciplines tijdens deze stop, zowel conventioneel als nucleair, is het voor ons als veiligheidskundige een uitdaging om alles in goede banen te begeleiden en waar nodig sturing te geven.

“Samen Veilig Werken en Veilig Werken doe je Samen”

 

 

Betere afstemming normen noodverlichting

 

Onder de nieuwe Omgevingswet, die naar verwachting in 2019 in werking moet treden, wordt het Bouwbesluit opgevolgd door het ‘Besluit Bouwwerken Leefomgeving (Bbl)’.

De eisen blijven grotendeels hetzelfde. Maar er zal ook enige aanpassing plaatsvinden, zoals ten aanzien van noodverlichting. De normen zullen beter op elkaar afgestemd worden.




Noodverlichting dient om mensen in staat te stellen veilig een gebouw te verlaten wanneer de netspanning uitvalt, ongeacht de oorzaak. Voor noodverlichting zijn diverse normen opgesteld. De  NEN-EN 1838 deelt noodverlichting in twee categorieën in, te weten (1) noodevacuatieverlichting en (2) vervangingsverlichting.

Categorie 1 is vluchtrouteverlichting: dit zorgt ervoor dat vluchtwegen en obstakels op de route te herkennen zijn, inclusief de verlichting van de vluchtrouteaanduiding: het ‘rennende mannetje’;

  • anti-paniekverlichting: dit stelt mensen in staat een plek te bereiken vanwaar ze verder gebruik kunnen maken van een vluchtroute;
  • verlichting voor werkplekken met verhoogd risico: dit stelt mensen in staat een juiste afsluitprocedure uit te voeren zodanig dat de veiligheid van anderen niet in het geding komt.

Bij categorie 2 moeten we denken aan volwaardige verlichting die inschakelt bij stroomuitval en ervoor zorgt dat normale activiteiten zo goed mogelijk doorgang kunnen vinden.
 

 

 

Bouwbesluit 2012


In Bouwbesluit 2012 zijn diverse NEN-normen rondom noodverlichting opgenomen.

In artikel 6.24 staat onder andere dat een bouwwerk een vluchtrouteaanduiding moet hebben in iedere ruimte waardoor een verkeersroute voert, en in iedere ruimte die bedoeld is voor meer dan vijftig personen. NEN 3011 stelt eisen aan de gebruikte kleuren en symbolen (pictogrammen) van vluchtrouteaanduidingen.

In NEN-EN 1838 komen eisen aan bod ten aanzien van luminantie en luminantieverhoudingen. Zo moet de luminantie van elk deel van de veiligheidskleur van de vluchtrouteaanduiding minimaal 2 cd/m2 bedragen in alle relevante kijkrichtingen.


Bron: Brandveilig.com

 

 

Herziening normen voor gehoorbescherming


Lawaai is wereldwijd een groot probleem. Vanwege de mogelijk ernstige schade, worden gehoorbeschermingsmiddelen onder de Europese Verordening voor persoonlijke beschermingsmiddel een categorie III product (voorheen categorie II). Dit heeft gevolgen voor de eisen om de producten op de Europese markt te verhandelen.

NEN-EN 352 beschrijft de veiligheidseisen en beproevingsmethoden voor diverse vormen van gehoorbescherming, zoals oordoppen, geluid reducerende gehoorkappen, gehoorkappen bevestigd aan helmen en gehoorkappen met muziekvoorziening.

De markt voor gehoorbeschermingsmiddelen groeit, omdat ze steeds vaker in de privésfeer worden toegepast. Een andere trend is de toepassing van communicatietechnologieën in gehoorbescherming.


 Bron: NEN Elektro juni 2017

 

 

De nieuwe codex is een feit!


Op 28 april 2017 is de nieuwe Codex ondertekend. Op 2 juni 2017 is de Codex verschenen in het Belgisch Staatsblad. De Codex over het welzijn op het werk krijgt een nieuw jasje. De Codex bundelt de verschillende (koninklijke) besluiten die sinds 1993 zijn uitgevaardigd in uitvoering van de Welzijnswet van 4 augustus 1996 en is nu aan een make-over toe, echter zonder (grote) inhoudelijke wijzigingen.
 
De Codex over het welzijn op het werk van 1996 wordt vervangen door een gloednieuwe versie. De nieuwe Codex is op 12 juni 2017 in werking getreden. Alles in één boekwerk.

In de nieuwe Codex wordt na de algemene beginselen van de welzijnsreglementering aandacht besteed aan de interne en externe preventiediensten en aan het sociaal overleg. De boeken behandelen de volgende thematische onderwerpen: arbeidsplaatsen, arbeidsmiddelen, fysische, chemische en biologische agentia, ergonomie en collectieve en persoonlijke beschermingsmiddelen. Het boek spitst zich toe op specifieke werknemerscategorieën, zoals jongeren en zwangere werkneemsters en specifieke werksituaties, zoals uitzendarbeid.
 
Alle oude Koninklijke Besluiten worden opgeheven, maar er is verder niet geraakt aan de inhoud van de teksten. Er zijn wel (weliswaar beperkte) aanpassingen gedaan om de tekst leesbaarder en waar mogelijk eenvoudiger te maken. De opbouw van dit nieuwe wetboek zal het mogelijk maken om later gemakkelijker wijzigingen aan te brengen, bijvoorbeeld wanneer er nieuwe risico’s opduiken, waarvoor regelgeving moet worden uitgevaardigd of wanneer de regelgeving moet worden aangepast als gevolg van vernieuwingen in het preventiebeleid en de in de ondernemingen gebruikte technieken.

 
Meer informatie:
Link naar het Belgisch Staatsblad
Codex maakt wetgeving Welzijn op het werk gebruiksvriendelijker


Bron: www.prebes.be

 

 

Aceton, wie kent het niet?


Helaas komen wij in de praktijk nog steeds bedrijven tegen waar gewerkt wordt met aceton en/of terpentine. Toch zijn deze producten ontzettend brandbaar en vervliegen zeer snel.

Ook werknemers worden zo blootgesteld aan grote hoeveelheden VOS (vluchtige organische stoffen) wat de gezondheid zeker niet ten goede komt.

Concentratieproblemen, vergeetachtigheid, duizelingen en uitval van spierfuncties.
Want niet alleen schilders moeten op hun hoede zijn voor het Organisch Psycho Syndroom (OPS), ook in de schoonmaak ligt het gevaar op de loer.

 

 

Opschorting handhaving Wet DBA verlengd tot 1 juli 2018


De opschorting van de handhaving van de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) is verlengd tot in ieder geval 1 juli 2018. Dat betekent dat opdrachtgevers en opdrachtnemers tot die tijd geen boetes of naheffingen krijgen als achteraf geconstateerd wordt dat er sprake is van een dienstbetrekking. Dat geldt niet voor kwaadwillenden.
 
Sinds de start van de Wet DBA werd duidelijk dat de arbeidswetgeving niet meer past bij de huidige praktijk voor opdrachtgevers en opdrachtnemers. Het kabinet onderzocht daarom of de arbeidswetgeving herijkt kon worden. De handhaving van de wet was daarom opgeschort tot in elk geval 1 januari 2018.

Inmiddels zijn de resultaten van dit ambtelijk onderzoek bekend en worden deze meegenomen in het formatieproces. Het is aan het nieuwe kabinet om daar keuzes in te maken. In ieder geval moeten opdrachtgevers en opdrachtnemers voldoende tijd krijgen om hun werkwijze zo nodig aan te passen. Daarom schort staatssecretaris Wiebes de handhaving op tot ten minste 1 juli 2018.
 
Kwaadwillenden
Zolang er nog geen duidelijkheid is over de herijking van de arbeidswetgeving, krijgen opdrachtgevers en opdrachtnemers geen naheffingen en boetes. De Belastingdienst treedt wel op tegen kwaadwillenden.

U bent kwaadwillend als u opzettelijk een situatie van evidente schijnzelfstandigheid laat ontstaan of voortbestaan, omdat u weet – of had kunnen weten – dat er feitelijk sprake is van een dienstbetrekking (en daarmee een oneigenlijk financieel voordeel behaalt en/of het speelveld op een oneerlijke manier aantast).

De handhaving richt zich nu eerst op de ernstigste gevallen: situaties waarin partijen evident buiten het wettelijk kader treden. Het gaat daarbij dus niet om een zelfstandige professional bij wie er ruis is over de gezagsrelatie. Het gaat wel om gevallen waarin opdrachtgevers opereren in een context van opzet, fraude of zwendel. Daarbij kan worden gedacht aan situaties waarin sprake is van listigheid, valsheid of samenspanning en situaties die leiden tot ernstige concurrentievervalsing, economische of maatschappelijke ontwrichting of waarin het risico aanwezig is van uitbuiting.

Indien u als kwaadwillend wordt gezien, zal de Belastingdienst handhavend optreden. Dit betekent dat de Belastingdienst in geval van kwaadwillendheid correctieverplichtingen of naheffingsaanslagen kan opleggen.
 
Werken met modelovereenkomsten
Opdrachtgevers en ondernemers kunnen voor wie dat wil in de tussentijd gewoon gebruik blijven maken van bestaande modelovereenkomsten.

In afwachting van de herijking is het niet nodig om nieuwe (model)overeenkomsten te laten beoordelen door de Belastingdienst. Overeenkomsten die toch ter beoordeling worden aangeboden, worden uiteraard gewoon beoordeeld.

 

 

Presentatie Masterclass Arbeidsongevallen


Afgelopen dinsdag 23 mei 2017 heeft Stibbe een Masterclass Arbeidsongevallen georganiseerd met betrekking tot de onderwerpen toezicht, handhaving en aansprakelijkheid van werkgevers en leidinggevenden.
 
De presentatie die tijdens deze bijeenkomst is gegeven, kunt u hier downloaden.


Bron: www.stibbe.com

 

 

Geen of beperkte ventilatie in een gesloten gebouw (ATEX-zonering bij afwezigheid van ventilatie)


Een ATEX-zone wordt bepaald door de aanwezigheid van een gevarenbron. Een gevarenbron is hier een plaats waar gas, damp, nevel of vloeistof kan vrijkomen en die een explosieve atmosfeer kan vormen.

Er zijn 4 soorten gevarenbronnen:

  • een continue gevarenbron: geeft in principe een zone 0 (een plaats waar vrijwel continu een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  • een primaire gevarenbron: geeft in principe een zone 1 (een plaats waar regelmatig een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  • een secundaire gevarenbron: geeft in principe een zone 2 (een plaats waar zelden een brandbare atmosfeer aanwezig is)
  • geen gevarenbron: geeft geen ATEX-zone, Niet Gevaarlijk Gebied (een plaats waar vrijwel nooit een brandbare atmosfeer aanwezig is)

Zone-verzwaring bij gebouwen zonder ventilatie
In een gebouw, dat geen open gebouw is (zie deel 1 van deze reeks), is geen ventilatie aanwezig, tenzij er sprake is van beperkte ventilatie (inclusief groot gebouw) of kunstmatige ventilatie. Indien er geen ventilatie aanwezig is, moet er rekening worden gehouden met een zogenaamde zone-verzwaring. In tabel 7 van de NPR 7910-1 zien we dat indien er geen ventilatie aanwezig is, dat een secundaire gevarenbron een zone 1 geeft. Standaard geeft een secundaire gevarenbron een zone 2, maar door de afwezigheid van ventilatie wordt dit een zone 1. Idem voor een primaire bron, dit wordt nu een zone 0.
 
ATEX-gaszones en ventilatie
Bij gasexplosiegevaren dient in het kader van de zonering altijd de ventilatie in beschouwing te worden genomen. In het Explosieveiligheidsdocument dient bij de argumentatie van de ATEX-zones de ventilatieomstandigheden te worden vermeld en waar relevant ook te worden aangetoond met berekeningen.
 
Wanneer we de ATEX-zones gaan bepalen aan de hand van de NPR 7910-1, komen we al gauw terecht bij een van de meest belangrijkste pagina’s uit de NPR 7910-1:2012 en dat is tabel 7. In tabel 7 van de NPR 7910-1 worden de diverse vormen van ventilatie genoemd en wordt aangegeven wat het effect van de ventilatie op de zonering is.
 
Hoe wordt de ventilatiecapaciteit bij ATEX-zones berekend?
In een gebouw dat geen open gebouw is en waarin ook geen kunstmatige ventilatie aanwezig is, is er sprake van natuurlijke ventilatie of natuurlijke trek. Door permanente openingen ontstaat er voldoende luchtbeweging, zodat er sprake kan zijn van voldoende verversing. Middels berekening dient te worden aangetoond dat er een verversingsgraad van minimaal 5x per uur aanwezig is. Daarnaast dient de ventilatiecapaciteit te worden berekend aan de hand van het verwachte lekdebiet. Voor gematigde capaciteit mag 25% van de LEL niet worden overschreden en voor voldoende capaciteit is dat 10% van de LEL.
 
In feite wordt de ventilatiecapaciteit dus door 2 zaken bepaald:

  • verdunning van het lekdebiet op 25% of 10% van de LEL
  • voldoende verversing van de ruimte, minimaal 5x per uur (in de NPR 7910-1 staat dit niet geheel duidelijk omschreven)

Voor het berekenen van de ventilatiecapaciteit op basis van het lekdebiet, staan in de NPR de nodige formules, o.a. VC = a x 100/LEL x 100/k. Hierbij is de factor a = lekdebiet, vaak moeilijk in te schatten. Meestal wordt hier 1 gram / seconde (gas/damp) genomen, dit moet dan worden omgerekend naar m3 / uur.
 
Volume van de ruimte doorslaggevend voor ventilatiecapaciteit
Het volume van de ruimte in combinatie met het ventilatievoud is meestal doorslaggevend voor de capaciteit. Stel we hebben een ruimte van 20 x 10 x 4 m, dus een inhoud van 800 m3, dan dient er een ventilatiecapaciteit te zijn van minimaal 5x 800 = 4000 m3/uur. De ventilatiecapaciteit die is berekend op basis van het lekdebiet is doorgaans veel kleiner.
 
Om een ruwe inschatting te maken van de ventilatie die ontstaan door de openingen in een gebouw, kan worden gerekend met een luchtsnelheid van 0,5 m/s. In de praktijk nemen we meestal een conservatieve waarde van 0,1 m/s, zoals deze ook wordt genoemd in de NPR 3299 (voor acculaadstations). Indien de oppervlakte van de openingen bekend is (deel deze door 2: lucht in en uit) en vermenigvuldig dit met 0,1 m/s, dan weten we de ventilatie in m3 / s en dus ook in m3 / uur.

LET OP: dit is een ruwe schatting.
 
Indien er voldoende ventilatie aanwezig is, kan in tabel 7 weer worden bepaald welke zone er ontstaat. Hiervoor geldt dat, bij beperkte ventilatie, de zone-klasse weer overeenkomstig die van de gevarenbron is. Dus een continue bron is zone 0, primair is zone 1 en secundair is zone 2. Een groot verschil tussen gematigde en voldoende capaciteit is de omvang van de zones.


Bron: IAB Ingenieurs 

 

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com
 


Arts Group Company:

 

 

 

Voorkeuren aanpassen
Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92

info@arts-safety.com

Copyright © 2017 Arts Safety Consultancy B.V. Alle rechten voorbehouden.