Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:                       


• Werken op hoogte
• Ladingzekering en gewichten op vrachtwagens

• Ideale kantoortemperatuur
• Arbeidsongevallen 2016
• Update veiligheidsnorm voor spuitcabines
• Lasrook
• Nederlandse werknemer ziet werkomstandigheden verslechteren
• Eikenprocessierupsen en bastaardrupsen geven overlast

• Lang zwaar tillen veroorzaakt vaak klachten
• Aandachtspunten bij oogbescherming

• Klaar voor 1 juli 2018?
• Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)





Werken op hoogte                                                        

Het Arbeidsomstandighedenbesluit is van toepassing indien er valgevaar van 2,5 m of meer is. In de Arbo catalogus van de branche kan een lagere waarde afgesproken zijn. In het Arbeidsomstandighedenbesluit is o.a. opgenomen dat bij het verrichten van arbeid waarbij valgevaar bestaat zo mogelijk een veilige steiger, stelling, bordes of werkvloer is aangebracht of het gevaar is tegengegaan door het aanbrengen van doelmatige hekwerken, leuningen of andere dergelijke voorzieningen. Het hekwerk of de leuning moet minimaal één meter hoog zijn met een tussenregel of knieleuning op ongeveer een halve meter hoogte. Aan de vloerzijde moet een kantrand of -plank van 15 cm hoogte aangebracht zijn.
Indien genoemde voorzieningen niet of slechts ten dele kunnen worden aangebracht kunnen ook grote vangnetten aangebracht worden of doelmatige veiligheidsgordels met vanglijnen gebruikt worden. Let op: maatregelen gericht op collectieve bescherming hebben voorrang boven maatregelen gericht op individuele bescherming ofwel volg de arbeidshygiënische strategie.

Bron: Werk en Veiligheid


Ladingzekering en gewichten op vrachtwagens                          

Recent wijzigde de verschillende overheden (in België) de regels voor ladingzekering, verpakkingen en lastverdeling verantwoordelijkheid. Deze wetswijziging heeft betrekking op elke onderneming die goederen verstuurt.
Recent besliste de Vlaamse regering - in navolging van de Waalse - de regels bij ladingzekering en gewichtsverdeling aan te scherpen en te verduidelijken. In het kader van de EU-richtlijn die de controle op vrachtwagen langs de weg regelt, werden deze regels bijgesteld. Vlaanderen doet dit met een aanpassing van de Wegcode Wallonië met een besluit.

De wijzigingen zijn ingrijpend en maken veel zaken duidelijk.
•  Het toepassingsgebied wordt uitgebreid en de verantwoordelijkheden en taken voor de
   diverse betrokken partijen worden in detail vastgelegd en wettelijk vastgelegd.
•  Er zijn nieuwe taken en verplichtingen voor de vervoerders, bestuurders, verpakkers, 
   verladers en verzenders.
•  Verpakkingen moeten aan bepaalde voorwaarden voldoen.
•  Door de wijzigingen verschuift de verantwoordelijkheid van overladingen volledig naar de 
   verlader.

Deze wetswijziging heeft dus allicht óók gevolgen voor úw bedrijf want ze treft elke onderneming die goederen verstuurt.

Bron: GC-Advice


                  

Ideale kantoortemperatuur                                

Hoe warm moet het eigenlijk zijn op kantoor om tot goede prestaties te komen? Onderzoek toont aan dat het kiezen van een optimale temperatuur niet alleen goed is voor werknemers, maar ook voor de portemonnee van de werkgever. Er zijn verschillende studies gedaan naar de optimale temperatuur in een kantooromgeving. In een onderzoek uit 2006 van de Helsinki University of Technology staat dat de hoogste productiviteit op het werk wordt bereikt bij een temperatuur van rond de 22 graden Celsius. Productiviteit laat een stijgende lijn zien van lage temperaturen tot aan 22 graden Celsius en neemt juist weer af bij temperaturen boven 23-24 graden Celsius. Een stijging naar een temperatuur van 30 graden Celsius, brengt de productiviteit naar een percentage van 91.1.

Bij een temperatuur van 25 graden Celsius was de kwaliteit van het werk hoger en maakten werknemers minder fouten dan bij een lagere temperatuur. Door de temperatuur te verhogen van 20 naar 25 graden Celsius, maakten werknemers bijvoorbeeld 44 procent minder typefouten en tikten ze 150 procent meer.

Arbokennisnet, een samenwerking tussen beroepsverenigingen, bedrijfsartsen en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft een rapport gepubliceerd over thermisch binnenklimaat. De onderzoekers geven aan dat het in de zomer moeilijker is om het binnenklimaat aangenaam te houden dan in de winter, bijvoorbeeld door grote ramen zonder goede zonwering en het toenemende gebruik van elektrische apparatuur. In de winter kunnen er juist klachten ontstaan door lokale temperatuurveranderingen, bijvoorbeeld door tocht of koude straling van ramen. De onderzoekers maken een onderscheid tussen een ideale temperatuur in de winter en in de zomer. In de zomer ligt de ideale kantoortemperatuur volgens hen tussen 23 en 26 graden Celsius en in de winter tussen 20 en 24 graden Celsius.
Er zijn verschillende maatregelen mogelijk om problemen met het binnenklimaat op te lossen. Wat het lastig maakt om tot een ideale situatie te komen, is dat er individuele verschillen bestaan tussen werknemers ten opzichte van wat zij als een prettige temperatuur ervaren. In de Arbowet staan geen specifieke regels wat betreft temperatuur. Artikel 6.1 van het Arbobesluit bepaalt dat de temperatuur op de werkplek niet nadelig mag zijn voor de gezondheid van de werknemer. Hoewel er geen specifieke temperaturen genoemd worden, is wel bepaald dat werkgevers er alles aan moeten doen om gezondheidsklachten en gezondheidsschade te voorkomen. Er zijn zowel organisatorische maatregelen als technische maatregelen denkbaar om problemen met het binnenklimaat op te lossen.

Bron: Werk en Veiligheid.


     

                         

Arbeidsongevallen 2016

In 2016 waren naar schatting 210.000 werknemers in de leeftijd van 15 tot en met 74 jaar als slachtoffer betrokken bij een of meer arbeidsongevallen. Op basis van het Letsel Informatie Systeem (LIS) schatten we dat in 2016 47.200 SEH-bezoeken (95% betrouwbaarheidsinterval) (SEH = Spoed Eisende Hulp) plaatsvonden in verband met letsel door een arbeidsongeval waarbij voor negen procent van slachtoffers vervolgens een ziekenhuisopname nodig was. Zeventig personen overleden aan de gevolgen van een arbeidsongeval.

Het zal geen verrassing zijn dat net als in eerdere jaren de bedrijfstak bouw het meest ongunstig scoort: zowel het absolute aantal SEH-bezoeken in verband met letsel door een ongeval als de kans om slachtoffer te worden van een dergelijk ongeval (op basis van het relatieve aantal ongevallen per 100.000 gewerkte uren) is in die bedrijfstak het hoogst. De industrie en de handel komen op plaats twee en drie als er naar het absolute aantal SEH-bezoeken wordt gekeken maar dit geen risicovolle bedrijfstakken zijn in de zin dat het aantal SEH-bezoeken per 100.000 gewerkte uren niet hoog is vergeleken met andere bedrijfstakken. De land- en tuinbouw is daarentegen wel een bedrijfstak met een hoog risico. Dit is tevens terug te zien als we kijken naar de ongevallen die (na SEH-bezoek) tot een ziekenhuisopname leiden. De kans op een ziekenhuisopname is in de land- en tuinbouw het grootst maar werken in de bouw leidt absoluut gezien tot de meeste ongevallen met ziekenhuisopnamen. 
Wat betreft leeftijd vormen jonge mannen de belangrijkste risicogroep als het gaat om arbeidsongevallen die leiden tot letsel waarvoor behandeling op een SEH-afdeling nodig is. Een hoge leeftijd vormt een risicofactor voor ernstigere letsels die een ziekenhuisopname noodzakelijk maken. Met het toenemen van de leeftijd stijgt het aandeel opnamen na SEH-bezoek en is in de oudste leeftijdsgroep (65 jaar en ouder) vier keer zo groot als onder 15-24-jarigen.

Welke typen ongevallen tot letsel leiden waarvoor een behandeling op een SEH-afdeling nodig is, verschilt uiteraard per bedrijfstak doordat de werkzaamheden verschillen. Overall kwamen snijongevallen en ongevallen waarbij sprake is van contact met een bewegend object (zoals bouwmaterialen, (onderdelen van) motorvoertuigen of een machine) het meeste voor. Contact met een bewegend object en een val van hoogte leiden tot de meeste ziekenhuisopnamen. In 2016 vonden naar schatting 900 SEH-bezoeken (95%BI 400-1.500) plaats in verband met een arbeidsongeval waarbij het letsel veroorzaakt was door een gevaarlijke stof. 
Het aantal SEH-bezoeken in verband met letsel door een arbeidsongeval is in de afgelopen tien jaar flink gedaald. Omdat hierbij veranderingen in de gezondheidszorg een rol spelen, is het zinvol om ook naar de ontwikkeling van het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel. Het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel door een arbeidsongeval in de afgelopen 10 jaar (2007-2016) noch gestegen noch gedaald is. Dit geldt ook voor de kans op een dergelijk arbeidsongeval uitgedrukt als het aantal SEH-bezoeken in verband met ernstig letsel per 100.000 gewerkte uren.

Bron: Nieuwsbrief Veilig werken mei 2018.


Update veiligheidsnorm voor spuitcabines                          

Er is een nieuwe veiligheidsnorm voor spitcabines, versie van de BGI 740, de DGUV Information 209-046 (download via: http://publikationen.dguv.de/dguv/pdf/10002/209-046.pdf).
Ons advies: download de DGUV Information 209-046 en controleer of in uw eigen spuitcabine volgens deze norm wordt gewerkt.

Bron: IAB Ingenieurs.


Lasrook

Inleiding.
Bij laswerkzaamheden en aanverwante processen zoals snijden, slijpen, solderen komen (ultra)fijne stofdeeltjes, gassen en dampen vrij die schadelijk zijn voor de gezondheid. De werkgever is verplicht om met de juiste beheersmaatregelen het vrijkomen van lasrook zo veel mogelijk te voorkomen. Daar tegenover staat dat de lasser de aangeboden beschermingsmiddelen zo goed mogelijk moet gebruiken.
Werknemers die aan lasrook worden blootgesteld, lopen het risico stoffen in te ademen die onder meer schade aan de luchtwegen kunnen veroorzaken.
Veelvoorkomende acute gezondheidseffecten zijn irritatie van de luchtwegen, metaaldampkoorts en astmatische bronchitis. Ook kunnen door de blootstelling aan lasrook heesheid, keelpijn en oogirritaties optreden. Op de lange termijn kunnen ijzerdeeltjes zich ophopen in de longen. Het is dus van groot belang om de blootstelling aan lasrook en eventuele componenten hierin te verkleinen.

Grenswaarde.
In lasrook kunnen bijzondere componenten voorkomen (bijvoorbeeld metalen) waarvoor specifieke grenswaarden zijn vastgesteld. Met name voor laswerkzaamheden aan roestvast staal bestaat de kans dat het kankerverwekkende chroom-VI ontstaat. Zodra er een mogelijkheid bestaat dat iemand kan worden blootgesteld aan kankerverwekkende stoffen, zijn de specifieke regels die daarvoor gelden van toepassing. Naast (vaste) deeltjes komen ook gassen voor in lasrook. Deze kunnen zijn toegevoegd tijdens het lasproces als (be)schermgas (argon, helium, stikstofdioxide, koolstofdioxide) of zijn ontstaan tijdens het lasproces (ozon, onder invloed van uv-licht). Ook hiervoor zijn specifieke grenswaarden beschikbaar.
Lasrook kan als mengsel van niet exact gedefinieerde samenstelling worden beschouwd en hiervoor geldt een wettelijke grenswaarde van 1 mg/m3 voor een 8-urige werkdag.
Voor de risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) moet de werkgever de blootstelling aan lasrook beoordelen. Om aan de RI&E verplichting te voldoen is de Verbetercheck Lasrook opgesteld. Door deze methode toe te passen is het niet nodig metingen uit te (laten) voeren. Als de Verbetercheck Lasrook niet wordt toegepast, moet in de meeste gevallen een deskundige een meting of een schatting doen.

(Beheers)maatregelen.
Er bestaan veel verschillende maatregelen om de blootstelling aan lasrook te verlagen. Bij voorkeur worden bronmaatregelen ingezet, waarbij het vrijkomen van lasrook in de (werk)atmosfeer wordt voorkomen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan het treffen van aanpassingen in de lastechniek. Onder beheersmaatregelen verstaan we onder andere de afvoer van vrijgekomen lasrook. Een voorbeeld hiervan is het gebruik van een lastoorts met geïntegreerde afzuiging waarbij 95% van de lasrook kan worden weggezogen. Het zijn geen echte bronoplossingen aangezien de lasrook al vrijgekomen is.

Er bestaat onderscheid tussen maatregelen op werkplekniveau en op werkruimteniveau. Deze laatsten richten zich op de afzuiging van vrijgekomen lasrook op ruimtelijk of lokaal niveau (puntafzuiging/afzuiginstallaties voor las- en snijrookafzuiging).
Ruimtes kunnen met fijnstofsensoren gemonitord worden. Ook kan via persoonlijke monitoring (sensor op beschermende kleding of helm) potentiële blootstelling worden geschat. Bij deze laatste optie is het belangrijk om op een juridisch juiste wijze met individuele gegevens om te gaan. Van monitoring gaat een sterke bewustwording uit.
Ook kunnen persoonlijke beschermingsmiddelen worden ingezet. Er bestaat een groot verschil tussen de reductie van blootstelling die technisch haalbaar is e de reductie die in de praktijk behaald wordt. Deze laatste is vaak lager. Om de efficiëntie van beheersmaatregelen (inclusief persoonlijke beschermingsmiddelen) zo hoog mogelijk te laten zijn, is het noodzakelijk dat de middelen op de juiste manier gebruikt worden. Ook onderhoud is van groot belang.
Uit de praktijk blijkt dat bewustwording van het gezondheidsgevaar van blootstelling aan lasrook in combinatie met goede voorlichting over het gebruik van beheersmaatregelen ervoor kan zorgen dat de lasserzijn gedrag aanpast. Met een reductie van de blootstelling tot gevolg.

Bron: Arboportaal.

 

Nederlandse werknemer ziet werkomstandigheden verslechteren

Werknemers in Nederland vinden dat op sommige vlakken de arbeidsomstandigheden het afgelopen decennium minder goed zijn geworden.
Dat schrijven het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en TNO in hun publicatie Dynamiek op de Nederlandse arbeidsmarkt.
Werknemers melden vaker dan voorheen dat hun werk minder autonomie en uitdaging met zich meebrengt. Daarnaast zien zij de promotiemogelijkheden teruglopen. Vooral laagopgeleiden, jongeren en migranten vinden dat de arbeidsomstandigheden minder aantrekkelijk zijn geworden.
Koks en kelners, postpersoneel, winkelpersoneel, schoonmakers, huishoudelijk personeel en bejaarden- en kinderverzorgers zijn voorbeelden van beroepen waarin werkenden minder tevreden zijn over hun omstandigheden.
Zij ervaren hun werk vaak als fysiek zwaar, niet zo uitdagend en weinig zelfstandig en flexibel. Ook gaat het vaak om deeltijdwerk met een grote baanonzekerheid.
Door de toename van het aantal flexibele contracten is de werkzekerheid afgenomen. Voor ouderen geldt dat zij weliswaar minder vaak werkloos worden dan jongeren, maar dat zij, als dit ze toch overkomt, minder kans hebben om weer aan de slag te kunnen. Als ze weer aan het werk gaan is dit vaak als flexwerker, of als zelfstandige. In zowel hoog- als laagbetaalde beroepen is de werkgelegenheid de afgelopen tien jaar gegroeid. In het middensegment neemt de werkgelegenheid juist af. Hierin zijn vaak beroepen te vinden met veel routinematige taken of handwerk, zoals drukkerijmedewerker, lasser, land- en bosbouwer, secretaresse en boekhouder. Vooral laag- en middelbaaropgeleiden worden hierdoor geraakt.

Bron: NU.nl


Eikenprocessierupsen en bastaardrupsen geven overlast

De ontwikkeling van eikenprocessierupsen verloopt snel vanwege de hoge temperaturen. De periode met de grootste kans op overlast door de brandharen van de rupsen start mogelijk al begin juni.
De afgelopen week zijn op veel plaatsen in Nederland al de eerste rupsen met brandharen aangetroffen. Nog niet eerder zaten rupsen met brandharen al zo vroeg in het jaar laag in de bomen.
De brandharen van de rupsen kunnen leiden tot klachten zoals ontstoken ogen, jeuk en koorts. De periode van overlast zal naar verwachting in juni starten en in juli eindigen. De precieze duur van de periode hangt af van de temperatuurontwikkeling.
Vanwege de hoge temperaturen wordt verwacht dat de meeste rupsen rond eind mei nesten gevormd hebben en dan ook duidelijk waarneembaar zullen zijn.
De duinen aan de kust worden geteisterd door een rupsenplaag. De bastaardrupsen hebben al bij tientallen mensen heftige allergische reacties veroorzaakt. Contact met deze rups jeukt en brandt echt heel erg. De rupsen hebben miljoenen kleine haartjes, die vervolgens aan de huid blijven kleven.

Bron: Dagbladen 


Lang zwaar tillen veroorzaakt vaak klachten

De Arbowet stelt dat bedrijven hun werknemers geen werk mogen laten doen dat een nadelig effect heeft op hun gezondheid. Op het vlak van fysieke belasting gelden dan ook allerlei regels. Zo mogen werknemers geen lasten tillen die zwaarder zijn dan 25 kilo. Voor alles daarboven geldt: met zijn tweeën tillen of gebruikmaken van een tilhulpmiddel. Dat lijkt allemaal goed geregeld als je als werkende op je benen staat bij het tillen.
Maar bagagemedewerkers tillen liggend of zittend op hun knieën. Ze pakken doorgaans loodzware koffers aan die ze ook nog moeten opstapelen. In een ruimte niet veel hoger dan een gemiddelde tafel. En voor mensen die zittend of liggend tillen, blijken er helemaal geen regels te zijn. Wat het werk nog zwaarder maakt, is de hoge werkdruk. Soms hebben de bagagemedewerkers amper veertig minuten om alle bagage in een vliegtuig te proppen. Dat leidt tot klachten aan nek, rug, heup en knie. In de norm NPR-ISO/TR 12295 vindt u veel nuttige informatie.

Bron: Arbo Online/NEN Nieuwsbrief



Aandachtspunten bij oogbescherming

Oogschade is zo opgelopen, pijnlijk en in het ergste geval onherstelbaar. Daarvoor kan een piepkleine metaalsplinter of een spat van een chemische stof al voldoende zijn. Ook ultraviolet- en infraroodstraling vormen een serieus risico. Voor oogbescherming is er in eerste instantie de arbeidshygiënische strategie. Daarbij wordt er gekeken naar maatregelen die het dragen van een beschermende bril overbodig maken. Is dit niet mogelijk, dan is het verkorten van de blootstellingstijd de volgende stap. In alle andere gevallen moeten werkgevers een veiligheidsbril aan hun medewerkers geven.
Veiligheidsbrillen, overzetbrillen en ruimzichtbrillen zijn vormen van oogbescherming. Ze bieden een goede bescherming tegen (grof) stof, slijpspatten (spaanders) en vloeistofspatten. Oftewel, tegen kleine deeltjes die niet schadelijk zijn voor de huid in het gezicht. Een veiligheidsbril heeft een soortgelijk montuur als een gewone bril. Het verschilt zit in de glazen. Die zijn gemaakt van speciaal materiaal: gehard glas of polycarbonaat.
Een overzetbril is een vorm van oogbescherming die over een gewone bril wordt geplaatst om te voorkomen dat die beschadigt. Ook is er de zogenaamde beschermbril. Die wordt meestal ingezet als overzetbril voor tijdelijke bezoekers van een werkplek.
Een ruimzichtbril beschermt zowel de ogen als de eigen bril. Daarnaast biedt deze bril rondom de ogen bescherming tegen stof.

Bron: Arbo-online/NEN Nieuwsbrief.



Klaar voor 1 juli 2018?

Bijna is het zover. Dan is het 1 juli 2018, hét moment waarop werkgevers alles geregeld moeten hebben in het kader van de nieuwe Arbowet.
Nieuw in de Arbowet is het basiscontract. Het basiscontract stelt minimumeisen aan het contract tussen arbodienstverleners en werkgevers, onder andere over de toegang tot de werkvloer en de second opinion. In de meeste gevallen zal de werkgever een basiscontract sluiten met een gecertificeerde arbodienst. De werkgever maakt dan gebruik van de vangnetregeling. In sommige situaties kan de werkgever zelf bepalen wie hem ondersteunt bij de uitvoering van zijn taken volgens de Arbowet. De werkgever organiseert het Arbo- en verzuimbeleid dan via een maatwerkregeling. Hoe het ook geregeld is, iedere werkgever is uiteindelijk zélf verantwoordelijk voor de inhoud van het basiscontract.

Een andere belangrijke wijziging in de Arbowet is de mogelijkheid voor werknemers om een second opinion te vragen van een andere bedrijfsarts. De second opinion is erop gericht om de kwaliteit van de bedrijfsgezondheidszorg te verhogen en de werknemer meer zekerheid te geven over de juistheid en onafhankelijkheid van een advies. Op het Arboportaal is nu informatie te vinden over de situaties wanneer een second opinion kan worden aangevraagd, hoe privacy en de second opinion geregeld is en wat het verschil is met het deskundigenoordeel van UWV.
Werkgevers hebben tot 1 juli 2018 nog de tijd om hun Arbo contract met de arbodienstverlener te wijzigen. Daarna kunnen boetes volgen van de Inspectie SZW.

Bron: Arboportaal Nieuwsbericht.


Algemene verordening gegevensbescherming (AVG)

Sinds 25 mei 2018 is de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) van toepassing. Dat betekent dat in de hele Europese Unie (EU) dezelfde privacywetgeving geldt. De Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp) geldt niet meer.

De AVG is ook wel bekend onder de Engelse naam: General Data Protection Regulation (GDPR).

Onder de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG) mag u niet zomaar persoonsgegevens verwerken. U moet daarvoor een zogeheten wettelijke grondslag hebben. Daarom is het goed om vooraf inzicht te hebben in het type persoonsgegevens dat u wilt verwerken. Zodat u weet welke AVG-regels er voor u gelden.

Voor zover Arts Safety B.V. gegevens verwerkt heeft u derhalve recht op inzage, aanpassing en verwijdering. Daarnaast is er op www.arts-safety.com een privacy statement geplaats voor onze veiligheidskundigen.

Meer informatie: www.autoriteitpersoonsgegevens.nl/nl

   

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com

 



                                                                


Arts Group Companies:

   

             

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright © 2018 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.