Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • VEILIG VERVOER EN OPSLAG VAN LITHIUMBATTERIJEN.
  • GEVAARLIJKE STOFFEN.
  • DE VERVOERDER DEKT NIET ALLE SCHADE BIJ EEN INCIDENT.       
  • GEEF MACHINEVEILIGHEID PRIORITEIT.
  • WIE STRESS HEEFT SLAAPT SLECHT.
  • LAAGGELETTERDHEID.
  • COMMUNICATIE OP DE BOUWPLAATS.
  • NIEUWE BELEIDSREGEL ARBOCATALOGI 2019.
  • GEVAARLIJKE STOFFEN, ZO PAK JE DAT AAN.


cid:5407479238-2

VEILIG VERVOER EN OPSLAG VAN LITHIUMBATTERIJEN         


Lithiumbatterijen zijn de laatste jaren enorm populair geworden. Maar met de populariteit kwamen ook de risico’s: magazijnbranden, incidenten in vliegtuigen en Tesla’s die na een ongeluk enkele dagen later weer spontaan ontbranden. Dankzij het risico op de zogeheten thermal runaway zijn de voorschriften voor het veilig vervoer van lithiumbatterijen worden de laatste jaren steeds verder aangescherpt.

Dit is per modaliteit afzonderlijk geregeld zoals bijvoorbeeld in het ADR 2019 voor het wegvervoer en de IATA Dangerous Goods Regulations voor luchtvracht.

Bron: evofenedex

     

GEVAARLIJKE STOFFEN

Eén op de zes werknemers komt op zijn werk in aanraking met (gevaarlijke) stoffen, dat zijn ruim een miljoen Nederlanders. Dat kan ernstige ziekten veroorzaken zoals een longziekte of kanker. Door bedrijven wordt steeds meer aandacht besteed aan het werken met gevaarlijke stoffen, om hun medewerkers tegen deze blootstelling te beschermen. Maar helaas gebeurt dit in veel bedrijven nog niet genoeg of op een verkeerde manier. 

Om bedrijven en branches te informeren over het werken met veilige stoffen, organiseert Veiligheid NL op 19 september een themabijeenkomst over dit onderwerp.

Tijdens een informatieve middag kunt u het volgende verwachten:
• Informatie over wetgeving rondom gevaarlijke stoffen en Arbeidhygiënische strategie.
• Meer inzicht in theorieën over gedragsverandering op de werkvloer.
• Toelichting 'werk en longen check' door de Longalliantie.
• Praktijkcase van bedrijf over vermindering blootstelling aan gevaarlijke stoffen.

Een uitgelezen kans om in één middag uw kennis bij te spijkeren over veiliger werken met gevaarlijke stoffen binnen uw bedrijf of branche!

Bron: Veiligheid.nl

DE VERVOERDER DEKT NIET ALLE SCHADE BIJ EEN INCIDENT

De koeling van de trailer gaat kapot tijdens de rit met bloemen naar Italië. Een pallet valt van de laadklep op de grond tijdens het laden en lossen met de heftruck. Een bende steelt op een parkeerplaats een kostbare lading tablets. Tot hoever gaat de verantwoordelijkheid van de vervoerder?

Als verlader is er altijd een moment dat je de lading overdraagt aan de vervoerder. En vanaf dat moment is jouw grip en controle beperkt. Maar wat nu als de vervoerder tijdens het vervoer van jouw lading brokken maakt? Dan dekt zijn verzekering de schade toch wel? Deze veronderstelling is niet helemaal juist.

Als er tijdens het vervoer schade ontstaat aan de lading, is de vervoerder daar in beginsel aansprakelijk voor. Maar er zit hier wel een voorbehoud op. Zo is de vervoerder niet aansprakelijk bij zogeheten bijzondere risico’s. Dit zijn situaties waarbij de oorzaak van de schade buiten de invloedssfeer van de vervoerder liggen.

Daarnaast kan het zijn dat de schade is ontstaan door overmacht, denk bijvoorbeeld aan de situatie waarbij de vervoerder buiten zijn schuld wordt betrokken in een verkeersongeluk.

Als komt vast te staan dat de schade aan de lading is ontstaan tussen het moment van in ontvangst name en aflevering door de vervoerder, kan de vervoerder worden aangesproken voor de vergoeding van deze schade. De vervoerder is er namelijk verantwoordelijk voor dat de goederen 'goed erin, en goed eruit gaan’. Ook hier zijn er weer mitsen en maren. De aansprakelijkheid van de vervoerder is namelijk beperkt tot een maximumbedrag per kilo. Behalve bij opzet of bewuste roekeloosheid. In dat geval is de vervoerder onbeperkt aansprakelijk, maar dit is in Nederland weer moeilijk te bewijzen.

Bron: Evofenedex


GEEF MACHINEVEILIGHEID PRIORITEIT

Onlangs publiceerde het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (RIVM) haar onderzoeksrapport naar ernstige arbeidsongevallen met machines: ‘Van gewenning naar herkenning’. Voor dit onderzoek zijn honderd arbeidsongevallen geanalyseerd waarbij er sprake was van contact met bewegende delen van de machine in de periode 2015 tot en met 2016.

Wereldwijd zijn er jaarlijks 2.800.000 doden door werk of werk gerelateerde ziekten, in Nederland zijn er jaarlijks 4100 doden door werk of werk gerelateerde ziekten. En elk jaar verliezen circa 280 mensen lichaamsdelen, vooral vingers of delen daarvan, tijdens werkzaamheden met machines.

Om dit te voorkomen is het van belang dat medewerkers niet in aanraking kunnen komen met bewegende delen van machines. Afschermingen zouden de medewerkers moeten beschermen maar in de praktijk worden deze verwijderd voor onderhoud of men omzeilt de afscherming, veelal met de beste bedoelingen zonder het gevolg te overzien.

Het RIVM heeft op basis van haar analyse praktische lessen voor de praktijk opgesteld. Eén van die lessen is het belang om regelmatig te checken of alles nog veilig is. Ook is het samenspel van een goed machine-ontwerp en een veilige manier van werken met deze machines onlosmakelijk met elkaar verbonden. Daarnaast is het aan te bevelen op te letten op specifieke gedragingen die regelmatig tot ongevallen leiden.

Machines zijn vandaag de dag niet meer weg te denken uit de moderne industriële samenleving. Om risico’s voor medewerkers te beheersen, moeten maatregelen worden getroffen waarbij de arbeidhygiënische strategie gevolgd wordt. Diverse oorzaken tot het optreden van ongevallen in de buurt van machines zijn o.a. bewegende delen die niet voldoende zijn afgeschermd. Factoren die mee tellen zijn onder meer onvoldoende motivatie, betrokkenheid of alertheid voor het veilig werken met machines. 

Bron: RIVM



                         

WIE STRESS HEEFT SLAAPT SLECHT

Iedereen kent het wel, een nacht minder goed slapen omdat je je opwindt over dingen die zich die dag hebben voorgedaan. Of omdat je je druk maakt over wat de volgende dag gaat komen. Het werkt echter ook de andere kant op. Bij slecht slapen ben je meer geneigd om te piekeren, wat weer kan leiden tot stress of de stress kan verergeren.

Als je na een (werk)dag voldoende en goed slaapt, dan herstel je fysiek en mentaal van de inspanningen van de dag en sta je de volgende dag weer fit op. Kun je echter aan het eind van de (werk)dag onvoldoende herstellen, doordat je tekort of onrustig slaapt, dan heb je de volgende ochtend nog een restschuld aan vermoeidheid van de vorige dag over. Slaap je een of enkele nachten te weinig, dan word je moe, je bewegingen worden trager, je bent waarschijnlijk wat prikkelbaarder en minder alert. Dat effect is gelukkig ongedaan te maken door een goede nachtrust met wat extra slaap.

Slaap je langere tijd onvoldoende, oppervlakkig en onrustig, dan begin je elke dag iets minder fit. Je bouwt dan langzaam, maar zeker een slaapschuld op. Wat leidt tot concentratieproblemen, verminderde reactiesnelheid, meer fouten op het werk, verminderde besluitvaardigheid, emotioneler, slechter functioneren, meer stress, vatbaarder voor infecties, meer ziekteverzuim en tot een grotere kans op een burn-out en depressies.

Stress kan verschillende oorzaken hebben, in het werk en/of privé. Een werknemer die goed slaapt, is fitter, heeft meer werkplezier, is gemotiveerder en presteert beter.

Als stress de oorzaak van slecht slapen is, moet dit worden aangepakt. Naast betere organisatie van het werk, heldere verantwoordelijkheden, goede samenwerking vraagt dit om voldoende regelmogelijkheden en meer herstelmomenten binnen en rond het werk. Medewerkers met voldoende regelmogelijkheden en rustmomenten, verdragen de werkdruk beter en worden er minder moe van. Daarnaast blijkt dat ze beter slapen en dus effectiever kunnen herstellen.

Een gezonde levensstijl vergroot de belastbaarheid. Dit betekent gezond eten, minder cafeïne en alcohol. Maar ook zorgen voor voldoende lichaamsbeweging en voor voldoende ontspanning.

Bron: Veiligheid & Werk



                  

LAAGGELETTERDHEID           

De gevolgen van laaggeletterdheid kan gevaren opleveren voor de veiligheid op de werkvloer. Het kabinet heeft in maart 2019 plannen gepresenteerd, maar ziet de urgentie van dit probleem niet voldoende, zegt de Sociaal-Economische Raad (SER). De SER denkt dat het kabinet te weinig geld uittrekt om laaggeletterdheid effectief aan te pakken.

Laaggeletterdheid is in Nederland nog altijd een groot probleem. Niet alleen is het een probleem voor de laaggeletterden zelf, maar ook voor werkgevers en overheid.

Meer urgentie, middelen en samenwerking zijn nodig om deze grote maatschappelijke uitdaging écht aan te pakken. Laaggeletterdheid brengt risico’s met zich mee voor de gezondheid en veiligheid op de werkvloer. Laaggeletterden kunnen bijvoorbeeld veiligheidsvoorschriften en werkinstructies niet lezen.

Om concurrerend te kunnen zijn, hebben werkgevers mensen nodig met steeds meer taal- en digitale vaardigheden. Om laaggeletterdheid aan te pakken is een landelijk beleid met regionale uitvoering hard nodig, Steeds meer mensen moeten kunnen beschikken over digitale vaardigheden maar hebben die nog niet. Niet alle digibeten zijn laaggeletterd, maar omgekeerd geldt dit meestal wel.

De SER geeft in zijn advies een voorbeeld van een organisatie die werknemers taalcursussen aanbood. In deze organisatie steeg het aantal werknemers dat de Nederlandse taal beheerst op taalniveau B1 van 41 naar 81 procent. Op taalniveau B1 kan een werknemer de belangrijkste punten begrijpen uit duidelijke, in alledaagse taal geformuleerde standaardteksten.

De SER adviseert om meer regie te voeren vanuit het kabinet. Daarnaast moet er meer geld ter beschikking komen. Die verantwoordelijkheid ligt nu nog bij gemeenten. Gemeenten moeten effectiever met werkgevers, maatschappelijke organisaties en onderwijs afstemmen, om zo nodig de complexe problemen aan te pakken.

Bron: SER                                                                                                             


COMMUNICATIE OP DE BOUWPLAATS         

 


Veiligheid begint met eenduidige communicatie. Werknemers dragen gehoorbescherming en Nederlands is niet meer de enige taal op de bouwplaats.

 

Bouwspraak is een universele ‘taal’ om de veiligheid in de bouw- en infrasector te vergroten. Door middel van eenvoudige en herkenbare gebaren kunnen werknemers ondanks een eventuele taalbarrière effectief communiceren. Maar ook als er sprake is van veel omgevingslawaai. De verschillende (hand)gebaren worden op de website www.bouwspraak.nl getoond en toegelicht.

 

Het gaat om een aantal veelal signalerende (hand)gebaren, bedoeld om elkaar snel en eenvoudig te attenderen op onveilige situaties. Denk bijvoorbeeld aan gebaren voor: Help, Stop, Naar beneden en Naar voren. De website is beschikbaar in acht talen. Naast Nederlands en Engels is de app in het Bulgaars, Duits, Hongaars, Pools, Roemeens en Turks beschikbaar.

 

Veiligheid begint met heldere, universele communicatie voor en door iedereen. Spraakverwarring en ruis op de lijn vanwege ronkende machines spelen daarin een cruciale rol. De werkgeversorganisaties zijn blij met deze belangrijke stap op weg naar een veiligere bouwplaats.

 

Bron: Bouwend Nederland


NIEUWE BELEIDSREGEL ARBOCATALOGI 2019

 

Met ingang van 14 juni 2019 wordt de oude Beleidsregel arbocatalogi 2010 vervangen door de Beleidsregel arbocatalogi 2019. In deze Beleidsregel is de procedure rond het opstellen, toetsen en hanteren van arbocatalogi bij bedrijfsinspecties vastgelegd.

De belangrijkste verbeterpunten zijn:

1. De arbocatalogus vermeldt bij iedere maatregel van welk arbo-risico deze een invulling is. Arbocatalogi bevatten doorgaans veel informatie. Daarbij is het vaak zeer lastig te achterhalen waar concrete maatregelen staan en voor welke arbo-risico’s deze maatregelen bedoeld zijn. In de nieuwe beleidsregel wordt nu expliciet de eis gesteld dit verband helder aan te geven. Hierdoor zal niet alleen het toetsingsproces efficiënter verlopen, maar is de arbocatalogus ook voor de gebruiker makkelijker toepasbaar.

2. De geldigheidstermijn van een positieve toetsing wordt gelimiteerd tot 6 jaar.
Veel catalogi zijn oud en niet meer bijgewerkt, terwijl de stand der techniek ondertussen wel gevorderd is. Om te stimuleren dat de catalogi regelmatig geactualiseerd worden, wordt nu de regel ingevoerd dat de indieners 5 jaar na goedkeuring van de catalogus van de Inspectie SZW een aanschrijving krijgen dat de betreffende catalogus na een jaar niet meer geldig zal zijn. Daarna heeft men dus nog één jaar om de – zo nodig – aangepaste catalogus opnieuw ter toetsing voor te leggen.

3. Een toelichting met meer inzicht in de wijze waarop de Inspectie SZW toetst en wat de status is van een positief getoetste arbocatalogus bij bedrijfsinspecties.
Bij de introductie van de Arbocatalogus in 2007 werd vastgelegd dat de Inspectie SZW zich zou beperken tot een ‘marginale’ toets. Maar om daadwerkelijk na te kunnen gaan of een maatregel voldoende invulling geeft aan het betreffende arbo-risico, blijkt een marginale toets niet voldoende. Om die reden wordt in de nieuwe beleidsregel niet langer gesproken van een ‘marginale toetsing’, maar eenvoudig van een ‘toetsing’. Hiermee wordt overigens geen koerswijziging doorgevoerd in de praktijk van het toetsen, maar slechts de huidige praktijk vastgelegd.
De nieuwe beleidsregel is tot stand gekomen in nauw overleg met de Stichting van de Arbeid.

Bron:Arboportaal

GEVAARLIJKE STOFFEN, ZO PAK JE DAT AAN

           

Blootstelling aan gevaarlijke stoffen komt op Europese arbeidsplaatsen veel meer voor dan mensen denken. Gevaarlijke stoffen op het werk kunnen diverse gezondheidsproblemen en ziekten veroorzaken en risico's voor de veiligheid meebrengen. De campagne 2018-2019 is bedoeld om mensen bewuster te maken van de risico's van gevaarlijke stoffen op de werkvloer en een risicopreventiecultuur te bevorderen.

Doelstellingen
• Bewustwording creëren over het belang van risicopreventie in verband met gevaarlijke stoffen waarbij we algemene misvattingen de wereld uit willen helpen.
• Het uitvoeren van risicobeoordelingen stimuleren door informatie te geven over praktische hulpmiddelen en kansen te scheppen voor het uitwisselen van goede praktijken, met name gericht op:
• De uitbanning of vervanging van gevaarlijke stoffen op de werkplek,
• De hiërarchie van preventieve maatregelen (d.w.z. het volgen van de in wetgeving geschetste hiërarchie zodat altijd wordt gekozen voor de doeltreffendste maatregel).
• Bewustwording versterken ten aanzien van risico's die samenhangen met blootstelling aan kankerverwekkende stoffen op het werk door de uitwisseling van goede praktijken te ondersteunen.

Focussen op groepen werknemers met bijzondere behoeften en een hoger risico door specifiek op hen toegesneden informatie te verschaffen en goede voorbeelden uit de praktijk te geven. Er kan sprake zijn van verhoogd risico doordat de werknemers onervaren zijn, onvoldoende kennis hebben, fysiek kwetsbaarder zijn, vaak van baan veranderen of werkzaam zijn in sectoren waar weinig bewustzijn van de kwestie is, of vanwege een hogere of andere fysiologische gevoeligheid (denk bijvoorbeeld aan jonge stagiaires, of verschillen tussen mannen en vrouwen).

De kennis versterken over het rechtskader waarin inmiddels is voorzien om werknemers te beschermen, en beleidsontwikkelingen onder de aandacht brengen.

Bron: EU OSHA



            

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com

                                                                           

                 

Arts Group Subsidiaries:

   

 

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright © 2019 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.