Weergave problemen?

View this email in your browser


DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Hitte.
  • Strenge controle voor werken met gevaarlijke stoffen.
  • PMO/PAGO.
  • Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.              
  • Veiligheid en gezondheid op het werk is goed voor uw bedrijf.
  • Optreden tegenover risico’ i.v.m. de SEVESO-sites.


cid:5407479238-2

Hitte                                           
                       

In deze zomermaanden ervaart iedereen weleens (te veel) warmte op de werkvloer. Daarnaast zijn er functies waarbij hitte (bijna) altijd voorkomt, bijvoorbeeld omdat gewerkt wordt bij een oven of met hete producten. Zorgen voor een werkbare temperatuur is in ieders belang, want al bij een ‘beetje warmte’ wordt het concentratievermogen minder, neemt de productiviteit af en wordt de kans op ongelukken groter.

Onze lichaamstemperatuur moeten we rond de 37 °C kunnen houden. Bij een luchttemperatuur boven de 37 °C wordt inspanning steeds moeilijker. Het lichaam kan de warmte niet meer kwijt aan de omgeving. Het hart moet harder werken om warmte af te voeren. Op korte termijn zijn er warmteziekten die onafhankelijk of in combinatie kunnen voorkomen.

• Door een langdurig natte huid ontstaat blaasjesuitslag die in verschillende mate van ernst kan optreden, vaak gepaard gaand met een brandend en jeukend gevoel. De oorzaak ligt in het verstopt raken van de afvoergangen van de zweetklieren.

• Ook kunnen krampen ontstaan vermoedelijk door een gebrek aan zout.

• Bij zware inspanning en hoge temperaturen kan het lichaam de bloedvoorziening van spieren, hersenen en huid moeilijk op peil houden. Als de inspanning stopt, kan men onwel worden omdat de bloeddruk dan ineens snel inzakt. Tekenen van hitte-uitputting zijn onder andere bleekheid, vochtig gezicht, duizeligheid, misselijkheid, hoofdpijn en onstabiele loop.

• Een hitteberoerte kan ontstaan uit een ernstiger wordende hitte-uitputting. De lichaamstemperatuur komt dan boven de 41˚C, waardoor het zenuwstelsel beschadigd kan raken. Bij een lichaamstemperatuur van boven de 40˚C voelen personen zich niet altijd warm, maar soms juist koel door de verminderde huiddoorbloeding. Kippenvel, hoofdpijn, tintelingen in de armen en een ‘heet’ hoofd geven warmteproblemen aan. Signalen van een hitteberoerte zijn naast de tekenen van een hitte-uitputting, onder meer een hoge lichaamstemperatuur (boven de 40˚C), afwijkend gedrag (slecht aanspreekbaar, verwardheid, angstigheid, agressiviteit, prikkelbaarheid).

Artikel 6.1 van het Arbobesluit geeft aan dat de temperatuur dusdanig moet zijn dat er geen schade wordt veroorzaakt. Globaal kan gesteld kan worden dat temperaturen boven 37˚C zo veel mogelijk voorkomen moeten worden. Maar niet alleen de omgevingstemperatuur is bepalend.

Ook factoren als de relatieve luchtvochtigheid, de luchtsnelheid, de warmtestraling, kleding en de mate van fysieke inspanning spelen een rol. Hoe hoger bijvoorbeeld de relatieve luchtvochtigheid, hoe minder makkelijk het zweet verdampt. Daardoor heeft de koelende werking van het verdampen minder effect.
Logisch is ook dat je het bij zwaar lichamelijk werk eerder warm krijgt. Het is dus nog best lastig om vooraf vast te stellen onder welke omstandigheden de gezondheid van een medewerker schade kan oplopen. De werkgever moet er alles aan doen om gezondheidsklachten en -schade te voorkomen.

Bron: Werk en Veiligheid.                

     

Strenge controle voor werken met gevaarlijke stoffen.

Werknemers worden nog te vaak aan gevaarlijke stoffen blootgesteld. Elk jaar overlijden drieduizend mensen aan de gevolgen daarvan. Dat cijfer moet omlaag, schrijft staatssecretaris Tamara van Ark in een brief aan de Tweede Kamer. De controle moet worden aangescherpt, zodat bedrijven wel moeten handelen om een boete te voorkomen.

Daarnaast is de aanpak van het ministerie (I-SZW) ook gericht op de bewustwording en het delen van kennis over het werken met gevaarlijke stoffen, bijvoorbeeld door het organiseren van symposia en congressen.

Een belangrijke prioriteit in de aanpak is een duidelijke normering bij het werken met gevaarlijke stoffen. Voor dertig stoffen en stofgroepen zijn publieke grenswaarden vastgesteld of aangepast op het gezondheidskundig veilige niveau. Om alles goed te kunnen monitoren, wordt het team van gespecialiseerde inspecteurs bij de I-SZW voor het toezicht op gevaarlijke stoffen de komende tijd verder uitgebreid.

De gevolgen van werken met gevaarlijke stoffen voor de gezondheid zijn vaak pas te merken lang nadat blootstelling heeft plaatsgevonden. Voor slachtoffers is het meestal een hele worsteling om erkenning en genoegdoening te krijgen. Een commissie heeft nu de opdracht gekregen aanbevelingen te doen voor een eenvoudiger schade afhandeling. Eind van dit jaar moet dat advies er liggen.

Bron: Arboportaal

PMO/PAGO

Het PMO (Preventief Medisch Onderzoek) van medewerkers kan alleen bijdragen tot gezondheidsbevordering als het juiste onderzoek wordt uitgevoerd, op de juiste manier en als daarop de juiste interventies volgen. Het PMO is primair bedoeld voor individuele werkende (eigen) medewerkers. Daarnaast kan men met het PMO ook een beeld krijgen van de gezondheid van groepen medewerkers (afdelingen, functiegroepen, maar ook bijvoorbeeld leeftijdsgroepen).

Een PMO kent meerdere doelen:
• Preventie van beroepsziekten en arbeid gebonden aandoeningen bij individuele en groepen medewerkers;
• Bewaken en bevorderen van de gezondheid van individuele en groepen medewerkers in relatie tot het werk;
• Bewaken en verbeteren van het functioneren en de inzetbaarheid van individuele medewerkers.

Deze drie doelen gelden voor elk PMO. Afhankelijk van de bedrijfssituatie en de gezondheidsrisico’s kan een bepaald doel een hogere prioriteit krijgen. Het is dus belangrijk om goed na te denken wat men nu precies met een PMO wil bereiken.
Bedrijfsspecifieke doelen kunnen bijvoorbeeld betrekking hebben op de aanpak van specifieke problemen in het bedrijf of onderdelen daarvan, bijvoorbeeld werkstress, klachten van het bewegingsapparaat, of (een toename van) het ziekteverzuim op een afdeling. Het is dus belangrijk dat er, naast HR, ook een inbreng van de preventiemedewerker is.

Werknemers dragen een eigen verantwoordelijkheid met betrekking tot de eigen inzetbaarheid en vitaliteit. De SER geeft in het rapport ‘Een kwestie van gezond verstand’ aan dat, als een werkgever met een werknemer met een ongezonde leefstijl, die gevolgen heeft voor zijn of haar inzetbaarheid, meerdere malen in gesprek gaat en allerlei faciliteiten aanbiedt waarna er in het leefpatroon van de werknemer geen verandering optreedt met als gevolg verminderde inzetbaarheid, dat dit dan kan en mag leiden tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst.

Een tweede punt dat duidelijk wordt, is dat de werkgever een nadrukkelijke rol heeft in het faciliteren van de werknemer om de eigen inzetbaarheid op peil te houden. De invulling van deze rol, het in gesprek gaan en het aanbieden van faciliteiten (zoals een PMO en de vervolginterventies) wordt opgevat als onderdeel van het leiderschap dat van een werkgever verwacht mag worden.

Investeren in duurzame inzetbaarheid betekent in deze context investeren in eigenaarschap, leiderschap en dialoog. Hierbij kan het PMO een nuttig onderdeel zijn.

Een PMO is niet verplicht. Een Periodiek Arbeid Geneeskundig Onderzoek (PAGO) uiteraard wel. De Arbowet legt werkgevers de verplichting op om een PAGO aan hun medewerkers aan te bieden. De werkgever stelt de medewerkers periodiek in de gelegenheid een onderzoek te ondergaan, dat erop is gericht de risico’s die de arbeid voor de gezondheid van de medewerkers met zich brengt zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken.

De werkgever moet een PAGO aanbieden aan de medewerkers en neemt ook de kosten van het PAGO voor zijn rekening. De ondernemingsraad kan de werkgever wijzen op zijn verplichting om een PAGO aan te bieden. Ook individuele medewerkers kunnen om een PAGO vragen. Het is niet verplicht voor medewerkers om deel te nemen, al is het uiteraard wel verstandig.

Bron: Werk en Veiligheid


Bepalen van ATEX-zonering met verschillende normen en praktijkrichtlijnen.

Naar aanleiding van een inspectie door I-SZW wordt de volgende opmerking gemaakt: ‘Het is niet de bedoeling de zonering vast te stellen met verschillende normen en praktijkrichtlijnen’.

Bij het vaststellen van een ATEX-zone bij een tank waren zowel de NPR 7910-1 als de NEN EN IEC 60079-10-1 gebruikt. Los van de conclusie van de zonering stelt
I-SZW dat het niet de bedoeling is om de NPR en de NEN norm naast elkaar toe te passen.

In de wetgeving vinden we nergens terug dat bepaalde normen of praktijkrichtlijnen niet naast elkaar mogen worden toegepast. De opmerking is dan ook niet gepast.

Sterker nog, in de NPR 7910-1 wordt bijvoorbeeld in hoofdstuk 9.2 verwezen naar de NEN EN IEC 60079-10-1 voor het bepalen van het zogenaamd hypothetisch volume.

Bij het vaststellen van een ATEX-zone brengen we wettelijk gezien de gebieden in kaart waar een explosieve atmosfeer kan voorkomen.

Nergens lezen we in de wetgeving of een bepaalde norm of praktijkrichtlijn gebruikt moet worden. Uiteraard is het verstandig om aan de hand van normen of praktijkrichtlijnen de zonering te bepalen. Enerzijds omdat het gebruikelijk is om dat op deze manier te doen en anderzijds omdat het anders knap lastig is om zoneringen te bepalen. Immers wat wordt bedoeld met begrippen als: niet waarschijnlijk, korte duur, herhaaldelijk, etc. Normen en praktijkrichtlijnen geven, voor zover mogelijk, een nadere aanvulling aan deze begrippen.

Het is de bedoeling om zo realistisch mogelijke ATEX-zones vast te stellen. Op basis van de ATEX-zones worden er immers gepaste maatregelen genomen, waarbij geldt dat hoe lager het cijfergetal van de zone, des te meer maatregelen we moeten nemen om ontsteking te voorkomen.

Dus voor bijvoorbeeld een zone 0 nemen we meer maatregelen tegen ontsteking dan voor een zone 1 of 2. Idem voor zone 20 en 21 of 22.

Bron: IAB Ingenieurs



                         

Veiligheid en gezondheid op het werk is goed voor uw bedrijf.

Slechte veiligheid en gezondheid op de werkplek kosten geld. Casestudy’s hebben een samenhang aangetoond tussen goede veiligheid en gezondheid op het werk enerzijds en betere prestaties en hogere winstgevendheid anderzijds.

Niemand, van individuele werknemers tot de nationale gezondheidszorg, is erbij gebaat als veiligheid en gezondheid op het werk worden verwaarloosd. Maar dit betekent ook dat iedereen kan profiteren van een beter beleid en betere werkwijzen.

Landen met slechte arbosystemen/preventiesystemen verspillen kostbare middelen om met vermijdbare verwondingen en ziekten om te gaan. Een sterk nationaal beleid biedt tal van voordelen:
• Hogere productiviteit dankzij minder ziekteverzuim;
• Lagere ziektekosten;
• Oudere werknemers langer in dienst;
• Stimulering van efficiëntere werkmethoden en -technologieën;
• Vermindering van het aantal mensen dat zich genoodzaakt ziet minder uren te werken om voor een familielid te zorgen.

Wat zijn de economische gevolgen van een goed en van een slecht VGW-beheer? Het is van essentieel belang dat beleidsmakers, onderzoekers en tussenpersonen het antwoord op deze vraag begrijpen. Hiervoor zijn echter gegevens van goede kwaliteit nodig. EU-OSHA tracht daarom in deze behoefte te voorzien met het tweefasig overzichtsproject ‘Kosten en voordelen van veiligheid en gezondheid op het werk’. Dit project is erop gericht een economisch kostenmodel vast te stellen voor het maken van betrouwbare kostenramingen.

Fase 1: een grootschalige studie om na te gaan welke gegevens in iedere lidstaat beschikbaar zijn voor het ontwikkelen van een kostenberekeningsmodel en deze gegevens te evalueren.
Fase 2a: ontwikkeling van een economisch kostenmodel bij benadering, gebaseerd op internationaal beschikbare gegevensbronnen (in samenwerking met de Internationale Arbeidsorganisatie (IAO), Finland en Singapore).
Fase 2b: ontwikkeling van een geperfectioneerd economisch kostenmodel, gebaseerd op nationale gegevensbronnen.

Het project omvat ook een seminar voor belanghebbenden en de verdere verspreiding en evaluatie in 2019.

Dankzij een data visualisatie tool en info grafieken zullen de gegevens ook gemakkelijk kunnen worden geraadpleegd en geëvalueerd.

Bron: EU-OSHA



                  

Optreden tegenover risico’ i.v.m. de SEVESO-sites           

Een Seveso-onderneming is een onderneming die gevaarlijke stoffen produceert, behandelt of transformeert (bijvoorbeeld raffinaderijen, petrochemische vestigingen, chemische fabrieken, aardoliedepots, opslagplaatsen voor explosieve stoffen).

«Seveso» verwijst naar een industrieel ongeval dat op 10 juli 1976 plaatsvond nabij de stad Seveso in Italië. Sinds deze ramp bepalen de Europese « Seveso »-richtlijnen de veiligheidsmaatregelen en preventieacties die getroffen moeten worden door en voor de betrokken ondernemingen. Er zijn 394 Seveso-ondernemingen in België.

Elke Seveso-onderneming is onderworpen aan een strikte reglementering en worden er regelmatig controles georganiseerd. Ondanks deze strikte veiligheidsmaatregelen kan een incident nooit uitgesloten worden.

Bedrijven moeten daarom over een intern noodplan beschikken. Ook overheden en hulpdiensten stellen externe noodplannen op voor elk van deze locaties.
Deze plannen worden regelmatig getest. Zo wordt er minstens elke drie jaar een grootschalige oefening georganiseerd.

Het Nationaal Crisiscentrum (NCCN) ondersteunt de Federale diensten van de Gouverneurs bij het opstellen van hun plannen, helpt bij het organiseren van oefeningen te organiseren of schrijft handleidingen voor de betrokken bedrijven.
Daarnaast is het NCCN ook lid van de Samenwerkingscommissie Seveso-Helsinki. Deze commissie brengt de verschillende federale en regionale overheden bij elkaar, die zich bezighouden met de toepassing van de regels die door de Europese Unie zijn vastgelegd.
 
Wat moet u doen in geval van een chemisch ongeval? Er zijn drie adviezen voor een goede bescherming:
• Ga het dichtstbijzijnde gebouw binnen, sluit ramen en deuren;
• Blijf op de hoogte via de (traditionele en sociale) media;
• Schrijf je in op BE-Alert en word verwittigd bij een noodsituatie.

Ken jij Seveso bedrijven in jouw buurt? En weet jij wat te doen voor tijden en na een chemisch ongeval? Kijk voor meer informatie op www.seveso.be/nl

Bron: Nationaal Crisiscentrum België.                                                                                                                         



            

cid:9886654666-10

    cid:0749386227-11

             

cid:9814659452-12

 

 

Uitschrijven

Postbus 5690
4801 EB Breda
   NL: +31 85 888 04 60
 BE: +32 3 808 08 92
  info@arts-safety.com

Copyright U 2018 | Arts Safety B.V. | Alle rechten voorbehouden.