Weergave problemen?

View this email in your browser

 

DE ONDERWERPEN VAN DEZE NIEUWSBRIEF:

  • Fijne kerstdagen & Gelukkig Nieuwjaar
  • Risico’s die niet in de RI&E staan: het bedrijfsfeest
  • Preventiemedewerker; Pak je invloed met de wetswijziging Arbowet
  • Ontwikkelingen wet en regelgeving
  • Niet het aantal, maar het effect van inspecties
  • NEN 5104 is ingetrokken: wat nu?
  • Leren van incidenten & De grootste industriële ongevallen van de afgelopen 100 jaar

 

 

Fijne kerstdagen & Gelukkig Nieuwjaar
 

Arts Safety Consultants B.V. wenst u alvast prettige kerstdagen en een gezond en veilig Nieuwjaar.

 

Risico’s die niet in de RI&E staan: het bedrijfsfeest
 

Het hele jaar door zijn er feestjes bij bedrijven. Vooral in de laatste maanden van het jaar stijgt het aantal feestmomenten. Gezellig: ja. Veilig: nee. Op het moment dat er een feestje is, worden alle veiligheidsmaatregelen vergeten en zijn regels ineens niet meer van toepassing. Is dit gemakzucht of ondeskundigheid? Waarschijnlijk het eerste.

In de donkere wintermaanden zijn er in ieder bedrijf een aantal feesten: Sinterklaasmiddag, kerstborrels, jaarfeesten en Nieuwjaarsborrels worden trouw ieder jaar georganiseerd. Maar hoe zit het met de veiligheid. Waarom kunnen deze bijeenkomsten vaak zo onveilig zijn?

Kerstlichtjes en kaarsen
Tegen het einde van het jaar komt de kerstverlichting en de kerstboom weer tevoorschijn. Tijdens een rondje door een verzorgings- en bejaardenhuis heb ik in de decembermaand de elektrische lichtjes en verlengsnoeren gecontroleerd. 20% van de verlichting en de verlengsnoeren moest ik toen afkeuren. Het grootste risico was hier elektrocutie en brandgevaar. Ook het branden van kaarsen in houten en slechte kandelaars was bij sommige bewoners een probleem. Het management was zo geschrokken van de resultaten dat ze regels opgesteld hebben. Een van de regels was dat alle elektrische lichtjes en verlengsnoeren voor de kerstdagen gecontroleerd moesten zijn.

Bedrijfsfeestje
Bedrijfsfeestjes worden soms in het bedrijf zelf gehouden, maar vaak ook bij een restaurant, in tenten of andere uitgaansmogelijkheden. Ik adviseer altijd deze locaties goed te controleren op veiligheidsaspecten en brandveiligheid. Vaak vindt de organisatie het overbodig, maar als het management de medewerkers uitnodigt, draagt zij een grote verantwoordelijkheid naar alle genodigden. Naast deze verantwoordelijkheid loopt de organisatie grote risico’s. Kunt u zich voorstellen wat er gebeurt wanneer er een of meerdere medewerkers in één klap uitvallen door een uit de hand gelopen personeelsfeestje?

Bij rondgangen langs feestlocaties wordt 15% van de accommodaties afgekeurd en 25% krijgen aanvullende eisen. Dit zijn geen statistische gegevens, maar het geeft wel aan dat het belangrijk is om vooraf goede afspraken te maken en tijdens de organisatie vroegtijdig een  arbocoördinator erbij te betrekken. Ook het gebruik van tenten dient u extra alert te zijn. Ook hier gebeuren bij onvoldoende deskundigheid jaarlijks tientallen ongevallen. Mocht u de deskundigheid niet is huis hebben, dan kunt u altijd externe adviesdiensten om advies vragen.

Onveilige speeltuin
Een voorbeeld van een onveilige feestlocatie zag ik bij een bedrijf dat een feest organiseerde op een locatie met een speeltuin. Dat was al bepaald voordat ik gevraagd werd de veiligheid te checken. Helaas was de veiligheid van de speeltuin zo slecht dat deze gesloten moest worden voor het feest. Jammer, want de keuze voor deze accommodatie was mede omdat de speeltuin zo leuk was voor de kinderen.

Vier een veilig feestje
Wanneer er een feestelijke bijeenkomst wordt georganiseerd binnen het bedrijf of instelling, zorg dan altijd dat er vooraf preventiemedewerkers en/of BHV-ers worden betrokken. Deze kunnen een risico-analyse maken van de tijdelijke situatie. Dit om niet voor verrassingen komen te staan. Op het moment van de bijeenkomst zou er altijd een of meerdere BHV’ers aanwezig moeten zijn. Deze BHV’ers dienen extra taken krijgen. Bijvoorbeeld om vooraf alle beveiligingen en nooduitgangen te controleren en optreden als ontruimingscoördinator bij calamiteiten. Tijdens deze bijeenkomsten is het ook handig dat er BHV-ers zijn die levensreddende handelingen kunnen verrichten.

Externe feestjes
Wanneer u externe bijeenkomsten gaat houden met grotere groepen medewerkers adviseer ik altijd vooraf de gelegenheid te onderzoeken ten aanzien van bedrijfshulpverlening en vooraf goede afspraken te maken en contractueel vast te laten vastleggen. Bijvoorbeeld over het aantal aanwezige BHV’ers. Tijdens vooronderzoeken heb ik gezien dat een aantal gelegenheden geen of te weinig BHV-ers hebben en van een ontruimingsplan hebben sommigen nooit gehoord. Nooduitgangen zijn vaak geblokkeerd. Ook is het belangrijk dat de nooduitgangen goed aangegeven worden, zodat u ze snel kan vinden bij een calamiteit.

U weet namelijk niet waar ze zijn omdat het een nieuwe omgeving is die vaak ook nog donker is. Gelukkig zijn er gerenommeerde gelegenheden die wel plannen hebben en voldoende BHV’ers die vooraf alles controleren, maar dat zie je vaak niet aan de buitenkant.
Laat de feestdagen niet bederven en zorg vooraf voor goede, tijdelijke RI&E en maak duidelijke afspraken met externe locaties.


Bron: werkenveiligheid.nl            

 

 

Preventiemedewerker; Pak je invloed met de wetswijziging Arbowet


Met de aankomende wijziging van de Arbowet wordt het instemmingsrecht van de OR op de inrichting van de preventiemedewerker versterkt. Het wordt uitgebreid met de persoon en positie van de preventiemedewerker. Hiervoor zal een aparte zinsnede opgenomen worden bij het instemmingsrecht in de Wet op ondernemingsraden (WOR).

De verandering is bij uitstek een aanknopingspunt om je rol als preventiemedewerker op een hoger plan te krijgen. In dit artikel geven we daarvoor een aantal adviezen. Met deze nieuwe wetswijziging in het verschiet, is het belangrijkste advies: werk samen met de OR. Maar ook bij de andere adviezen is de OR een prima bondgenoot.

Advies 1: Werk samen met de OR
De OR krijgt meer invloed op de keuze en positie van de preventiemedewerker. Een goed idee is om te kijken wat je als preventiemedewerker nodig hebt om het preventiewerk te verbeteren.

Denk daarbij aan je takenpakket, de verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Heb je voldoende inspraak? Worden je adviezen overal in de organisatie serieus genomen en (snel) opgevolgd? Maar denk ook aan middelen, zoals tijd, opleiding, extra bemensing en (meer) inhuur van gecertificeerde deskundigen. Is er veel niet in orde, kijk dan opnieuw naar je profiel. Dat zou je ook kunnen doen voor preventietaken die horen bij andere spelers, zoals HR, teammanagers, direct leidinggevenden, enz. Laat het vervolgens een onderdeel zijn van de functioneringscyclus, zodat er ook op gestuurd wordt. Samen met de OR kun je daar een nieuwe dimensie aan geven.

Advies 2: Aandacht voor arbo is een ‘must’ bij organisatieveranderingen
Reorganisaties, veranderingen en bezuinigingen houden veel bedrijven bezig. Daarmee lijkt de aandacht voor arbeidsomstandigheden te verslappen. Er zijn andere vraagstukken waar directie en het management prioriteit aan geven. Ook de preventiemedewerker kan onder druk komen te staan. Bij diverse bedrijven krijgen preventiemedewerker(s) dan minder uren. Maar juist gezien de reorganisatiedruk is de preventiemedewerker hard nodig.

De impact van reorganisaties op de arbeidsomstandigheden is groot, denk aan: een hoge werkdruk, ongewenst gedrag dat meer de kop op steekt, onveilige situaties door bijvoorbeeld meer alleen werken, onprettige roosters en slecht onderhoud. Laat dus als preventiemedewerker merken dat ze niet om je heen kunnen. Dat hoeft niet perse negatief. Jouw inbreng helpt om de verzuimkosten te verminderen, klachten en incidenten te voorkomen en kan bijdragen aan de optimalisatie van de bedrijfsprocessen. Met arbo kun je bezuinigen.


! De OR heeft adviesrecht bij belangrijke investeringen en reorganisaties en kan daarmee eisen dat de preventiemedewerker een belangrijke rol in het proces heeft.

Advies 3: Houd de arbostructuur en het RI&E-proces op peil
Geregeld zie ik de arbostructuur in een organisatie verslechteren, bijvoorbeeld doordat de risico-inventarisatie & evaluatie (RI&E) niet meer bijgehouden wordt, de arbowerkgroep opgeheven wordt, ergocoaches niet meer actief zijn en ook arbocoördinatoren en preventiemedewerkers verdwijnen en niet opgevolgd worden.

Preventiemedewerkers mogen best meer lef tonen en dit een halt toeroepen. Maak goed werk van arbobeleid. Begin bij de doelstellingen.

Die bepaal je samen met je directie, de OR en diverse andere spelers in het bedrijf. Als stok achter de deur kun je de doelstellingen schriftelijk vastleggen en laten ondertekenen. In barre tijden kan je deze ‘steunbetuiging’ uit de bureaula halen. De RI&E is belangrijk. In de Arbowet staat dat omschreven als een van de taken van de preventiemedewerker.

De preventiemedewerker moet zich bezig houden met de RI&E en meewerken aan de daaruit voortvloeiende maatregelen. Bij veranderingen moet de RI&E aangepast worden of zelfs opnieuw uitgevoerd worden. Ook dat staat in de Arbowet en is in feite logisch. In de RI&E worden alle risico’s op het gebied van veiligheid, gezondheid en psychosociale arbeidsbelasting in kaart gebracht. Die risico’s veranderen bij verandering van het pand, functies en/of werkwijzen. Er is dus extra werk te doen bij veranderingen!


! De OR heeft instemmingsrecht op het arbobeleidplan, de uitvoering van de RI&E en het plan van aanpak en kan daarmee invloed uitoefenen op de inhoud en werkwijze. Ook heeft de OR dus adviesrecht bij belangrijke investeringen en kan daarmee eisen dat de RI&E aangepast of opnieuw wordt uitgevoerd bij veranderingen, zoals bijvoorbeeld verbouwingen en/of nieuwbouw.

Advies 4: Zoek aansluiting bij het belang van je directie
De directie moet een zo goed mogelijk arbeidsomstandighedenbeleid voeren en draagt de eindverantwoordelijkheid. De directeur kan best bepaalde taken en verantwoordelijkheden delegeren aan jou als preventiemedewerker, maar hij blijft uiteindelijk verantwoordelijk voor en aanspreekbaar op het gevoerde beleid. In de ideale situatie voelt de directie het belang van arbo in de zin van ‘aandacht voor preventie loont’. Maar vaak heeft de directeur andere zorgen of wil hij zich helemaal niet met arbo bezighouden. Dan is het van belang te bedenken hoe je ervoor kunt zorgen dat de directeur wel dat licht gaat zien (of juist die donkere wolken) of hoe je goed kunt inspelen op de belangen van de directie.

Welke belangen heeft je directeur eigenlijk? Is dat: geen gedoe? Een goedlopende organisatie? Een goed imago? Een laag verzuim? Kostenbesparing? Of heeft hij een opdracht van hogere hand uit te voeren? Als je maatregelen in petto hebt die dit alles bevorderen of juist hinderen, dan zal de directie daar onmiddellijk aandacht aan geven. Verbeteringen worden met ‘open’ armen ontvangen en hindernissen worden juist weggenomen. Bereid je voorstellen in deze gedachtegang voor.
 
Kijk ook waar de directie op het moment mee bezig is. Biedt dat aanknopingspunten om met je idee op de proppen te komen of om de voorheen verstoten maatregelen in een nieuw jasje onder de aandacht te brengen? Bedenk ook welke redenen de directie zou (kunnen) hebben om voor of tegen een bepaalde oplossing te kiezen. Benadruk tijdens het overleg de voors en zorg dat je wat in te brengen hebt tegen de tegens.

Veel arbo-investeringen laten pas op lange termijn resultaat zien. Ook zijn de resultaten niet altijd direct herleidbaar of zichtbaar. Werkgevers verkiezen vaak snel en zichtbaar resultaat. Kies daarom soms bewust voor een maatregel die een korte termijn effect genereert. Evalueer je werk ook goed. Laat zien wat je doet en presenteer de resultaten. Op den duur zijn ook de lange termijn effecten zichtbaar. Dat helpt om je volgende voornemens goed te ‘verkopen’.
 
Tot slot: leef je in. Wat voor een type is je directeur? Staat hij open voor initiatieven of trekt hij liever zijn eigen plan? Als dit laatste het geval is, kom dan niet met een compleet uitgewerkt plan. Richt je energie dan op het overtuigen en het delen van de zorgen. Stel daar veel vragen over om vervolgens af te ronden met de vraag: hoe ga je dat aanpakken? Of nog beter: hoe zullen we dat samen aanpakken?


! De OR is een belangrijke overlegpartner van de directeur en zal vast zicht hebben op wat speelt in de organisatie, wat belangrijk gevonden wordt door de directie en wat helpt om te komen tot  een constructieve samenwerking.
 
Advies 5: Vier successen
Uit onderzoek blijkt dat preventiemedewerkers regelmatig resultaat boeken. Het meest succesvol is de preventiemedewerker in het uitvoeren van zijn wettelijke taken, de RI&E en het bijbehorende plan van aanpak. Na de RI&E zijn respectievelijk veiligheid op de werkvloer en veilig gedrag en de aanpak van fysieke belasting thema’s waarin de preventiemedewerker succesvol is gebleken.

Tegelijkertijd merken we dat veel medewerkers en ook directie weinig besef hebben van wat een preventiemedewerker doet. Pas als we het allemaal doornemen, zien we dat er toch best veel gebeurd is. Daarom is het aan te raden om dat ‘oh ja-gevoel’ meer op de werkvloer te laten zien. Preventiemedewerkers zijn goed in klagen, maar met jubelen kom je verder! Vergeet dus niet de PR. Zorg dat je goed zichtbaar bent en dat er altijd aan je gedacht wordt. Net zo lang blijven doorgaan, totdat het belang van de preventiemedewerker erkend wordt. Dit moet ook daadwerkelijk terug te zien zijn bij belangrijke beslissingen en in overlegstructuren, zoals structureel overleg met de diverse spelers als management en OR.  


Een voorbeeld: je hebt als preventiemedewerker een belangrijke rol gespeeld bij de nieuwe werkplekopstelling. Medewerkers hebben diverse opstellingen mogen uittesten. Met jouw deskundige inbreng en de testervaringen van de medewerkers is uiteindelijk een keuze gemaakt naar ieders tevredenheid. Laat dat weten als de nieuwe opstellingen overal geïnstalleerd worden. Misschien zelfs met een taartje? En als de RI&E voor 70%, 90%, 99% is uitgevoerd? Laat je dat weten?

Advies 6: Begin vandaag!
Preventiemedewerkers hebben genoeg ideeën, is mijn ervaring. Het ten uitvoer brengen is niet altijd gemakkelijk. De volgende tips kunnen je daarbij helpen:

  • Ken de doelen (visie) van je bedrijf
  • Maak meetbare doelen voor 1 jaar
  • Maak helder waarom deze doelen er zijn
  • Bespreek dit met leidinggevende en collega´s en leg ze vast
  • Maak niet te veel doelen. Beperk je tot een paar doelen en acties. De rest haal je later uit de ‘reservebank’.
  • Evalueer regelmatig en koppel dit terug aan belanghebbende
  • Vier feestjes
  • Maak alles inzichtelijk
  • Zorg ervoor dat je het niet doet omdat het moet, maar omdat het wat oplevert voor het bedrijf
  • Word geen eiland, maar onderdeel van het bedrijf

En wat betreft uw doelen en voornemens heb ik goed nieuws: goede voornemens zijn wel degelijk effectief. Onderteken ze of vertel je collega’s, vakgenoten, vrienden en familie er uitgebreid over. Hoe meer je je verplicht voelt of ermee geconfronteerd kunt worden, hoe groter de kans dat je voornemens slagen. Dus: begin vandaag!

Bron: werkenveiligheid.nl

 

 

Ontwikkelingen wet en regelgeving


Inmiddels zijn zowel de vernieuwde versie van PGS 6 als van NTA 8620 uitgebracht. Hiermee zijn alle kaders voor de doorvoering van de Seveso III Richtlijn in Nederland (BRZO richtlijn, RRZO, NTA 8620 en PGS6 ) nu vastgesteld.

arts-safety.com/O NTA 8620-2016
arts-safety.com/O PGS 6-2016
 
Ook een vernieuwde PGS 29 en PGS 15 zijn inmiddels uitgebracht. In onze workshop dit najaar over ‘gevaarlijke stoffen’ heeft Jan van Dixhoorn toelichting gegeven op de nieuwe PGS29 en het Beleidskader bestrijding plasbrand in tankputten PGS29 

arts-safety.com/Beleidskader bestrijding plasbranden in tankputten PGS29


Bron: bzwmasterclassveiligheid.nl

 

 

Niet het aantal, maar het effect van inspecties
 

 Het aantal inspecties zegt (te) weinig over het bereikte doel van de inspecties, vindt inspecteur-generaal Marc Kuipers. Hij schrijft dit in het Jaarplan 2017 van de Inspectie SZW dat recentelijk naar de Tweede Kamer is gestuurd.

Kuipers: “Daarom benoemen we in dit jaarplan per programma de beoogde effecten en resultaten.”

Bekijk het Jaarplan 2017 Inspectie SZW 

Bron: arbo-online.nl

 

 

NEN 5104 is ingetrokken: wat nu?


In maart 2016 is NEN 5104 'Geotechniek - Classificatie van onverharde grondmonsters' ingetrokken. Dit heeft tot vragen in de markt geleid over welke norm nu moet worden toegepast wanneer dergelijk onderzoek wordt uitgevoerd. Er worden met name vragen gesteld wanneer in de wetgeving nog naar NEN 5104 wordt verwezen.

De aanleiding om NEN 5104 in te trekken, is de publicatie van de volgende internationale normdocumenten in februari 2016:

NEN-EN-ISO 14688-1+A1+C11:2016 (nl) 'Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 1: Identificatie en beschrijving'. Dit deel is bestemd voor uitvoering in het veld.

NEN-EN-ISO 14688-2+A1+C11:2016 (nl) 'Geotechnisch onderzoek en beproeving - Identificatie en classificatie van grond - Deel 2: Grondslagen voor classificatie'. Dit deel is bestemd voor uitvoering in het laboratorium.

Beide delen van deze internationale norm zijn tevens Europees aanvaard. Het Nederlands Normalisatie-instituut is daarom gehouden om deze normen ook nationaal te implementeren en daarbij eventueel inhoudelijk overlappende nationale normen in te trekken. Dit heeft ertoe geleid dat NEN-EN-ISO 14688-1 en NEN-EN-ISO 14688-2 binnen het normalisatiekader gezamenlijk NEN 5104 per maart 2016 hebben vervangen.

Implementatietraject loopt
De implementatie van de nieuwe normen in de Nederlandse uitvoeringspraktijk vindt nu plaats voor zowel geotechnisch onderzoek als milieukundig onderzoek. Hierbij is het belangrijk dat de te rapporteren bodemgegevens ook digitaal uitgewisseld kunnen worden, bijvoorbeeld voor het vastleggen van de beschrijving van boorprofielen. Pas dan kan ook de wetgever naar de nieuwe normen verwijzen.

Een aantal nationale normen voor milieuhygiënisch bodemonderzoek verwijzen naar NEN 5104. De commissie ‘Veldwerk-Monsterneming’ is aan het inventariseren of NEN-EN-ISO 14688-1 voor milieuhygiënisch onderzoek de verwijzing naar NEN 5104 kan vervangen. Daarbij wordt dus niet alleen naar de normen zelf gekeken, maar ook of en hoe de gegevens digitaal uitgewisseld kunnen worden.

Gevolgen voor milieukundig veldwerk?
Wat betekent deze overgangsperiode nu voor de bureaus die zich bezig houden met milieukundig bodemonderzoek en die met NEN 5104 werken?
 
Vanuit de wetgeving, BRL’s en andere NEN richtlijnen wordt nog steeds (statisch) verwezen naar NEN 5104. Dit blijft ongewijzigd totdat NEN-EN-ISO 14688 ook in de praktijk geïmplementeerd kan worden. Het aanpassen van wetgeving op normreferenties vindt periodiek plaats. Zolang de wetgeving niet is aangepast, moet de markt NEN 5104 toepassen: de wetgeving is leidend, niet de status van de norm bij NEN. Het Nederlands Normalisatie-instituut mag NEN 5104 niet meer actief onderhouden, maar blijft de ingetrokken versie wel beschikbaar stellen via www.nen.nl. Zolang de wetgeving niet is aangepast, zal de verwijzing naar NEN 5104 in NEN- en SIKB-documenten die in bepaalde wetgeving staan vermeld, niet worden aangepast.


Bron: Nen.nl

 

 

Leren van incidenten & De grootste industriële ongevallen van de afgelopen 100 jaar


U vindt links naar een tweetal onderzoeksrapporten van de Chemical Safety Board (CSB) en een aantal safety alerts van de AIChE.

Tevens een rapport van de Onderzoeksraad Voor Veiligheid (OVV) naar aanleiding van een biogasemissie bij een bedrijf in Son. Vooral ook interessant vanuit de context dat het bedrijf nog maar kort BRZO plichtig is. .

arts-safety.com/P Rapport CSB – Processveiligheidscultuur Teroso Martinez
arts-safety.com/I Rapport  CSB – fire olefins plant
arts-safety.com/V CCPS Safety Beacon – lab veiligheid
arts-safety.com/I Rapport OVV - biogasemissie
 
Interessant om te lezen is een speciale editie van het Loss prevention Bulletin met aandacht voor de grootste industriële ongevallen van de afgelopen 100 jaar.  Wat opvalt is dat de ramp bij Bhopal niet in het lijstje voorkomt.

arts-safety.com/I Loss prevention bulletin – special anniversary issue


Bron: bzwmasterclassveiligheid.nl

Uitgebreide omschrijvingen van bovenstaande onderwerpen kunnen vrijblijvend bij ons worden opgevraagd via info@arts-safety.com
 


Arts Group Company:

 

 

 

Voorkeuren aanpassen
Uitschrijven

Postbus 5690
 4801 EB Breda
    NL: +31 85 8880460
 BE: +32 38 080892

    info@arts-safety.com

Copyright © 2016 Arts Safety Consultancy B.V. Alle rechten voorbehouden.