Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) heeft de SZW-lijst met kankerverwekkende (C), mutagene (M) en voor de voortplanting giftige stoffen (R) en processen geactualiseerd. Deze lijst wordt twee keer per jaar gepubliceerd en is 2 januari 2026 verschenen in de Staatscourant (2026, 46).
Stoffen die op de SZW-lijst staan, kunnen voorkomen in vrijwel elke werkomgeving. Denk aan fabrieken, bouwplaatsen en ziekenhuizen. Werkenden kunnen deze stoffen inademen of via hun huid binnenkrijgen. Dat kan schadelijk zijn voor de gezondheid. Werkgevers zijn daarom verplicht om blootstelling aan deze stoffen te voorkomen of zoveel mogelijk te beperken. Ze moeten werknemers die met deze stoffen werken bovendien de juiste kennis en materialen geven om veilig te kunnen werken.
De SZW-lijst helpt werkgevers en werkenden bij het analyseren van de risico’s van gevaarlijke stoffen op de werkplek. In de Arboregelgeving wordt op meerdere plekken verwezen naar dit soort stoffen. Onder andere in artikel 4.2a, 4.11 en 4.105 van het Arbobesluit.
Daarnaast gaan artikel 4.13 en 4.15 in op de verplichtingen bij blootstelling aan kankerverwekkende en mutagene stoffen of reprotoxische stoffen, of aan stoffen die vrijkomen tijdens een kankerverwekkend proces. De SZW-lijst is een bron die aangeeft om welke stoffen en processen het in elk geval gaat.
Een andere bron is het veiligheidsinformatieblad: dit document wordt meegeleverd bij de aankoop van een stof en bevat informatie over veilig gebruik, risico’s en beschermingsmaatregelen. Werkgevers zijn verplicht om informatie in te winnen over de stoffen waarmee gewerkt wordt en kunnen onder andere deze lijst gebruiken bij het opstellen of actualiseren van hun risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E) en om hun veiligheidsinformatiebladen te updaten.
Bedrijven zijn verplicht om de bijgewerkte SZW-lijst te raadplegen. Het teken ‘•’ in de tabellen laat zien dat een bepaald proces is toegevoegd of gewijzigd sinds de vorige publicatie. Bedrijven die werken met stoffen op de nieuwste SZW-lijst, horen direct in actie te komen. Voor die stoffen is het verplicht om de STOP-strategie toe te passen.
De STOP-strategie is ooit voor CMR-stoffen in het leven geroepen om veilig en gezond werken te borgen. Bij die strategie nemen werkgevers maatregelen in de volgorde van de letters STOP.
Om te beginnen staat de letter S voor substitutie. Een werkgever kijkt eerst of hij een CMR-stof kan vervangen door een veiliger alternatief. De T staat voor technische maatregelen. Kan de werkgever bijvoorbeeld een afzuiginstallatie plaatsen? De O staat voor organisatorische maatregelen. Taakroulatie kan bijvoorbeeld een vervolgmaatregel zijn.
En tot slot staat de P voor persoonlijke beschermingsmiddelen. Een werkgever moet bijvoorbeeld voor ademhalingsbescherming zorgen als werknemers met CMR-stoffen werken. Maar kiezen voor dit soort maatregelen mag alleen als de andere maatregelen − de S, T of O − niet mogelijk zijn. Let op: geld mag geen rol spelen. Als maatregelen onder S, T, of O te duur uitpakken, is dat geen geldige reden om te kiezen voor maatregelen volgens de letter P.
Bron: Arboportaal, evofenedex