Wijzigingen aan de codex inzake re-integratie en preventie van langdurige afwezigheid

Naar aanleiding van het koninklijk besluit van 17 december 2025 tot wijziging van de codex over het welzijn op het werk wat de re-integratie van arbeidsongeschikte werknemers en de preventie van langdurige afwezigheid betreft, wijzigt de codex over het welzijn op het werk wat betreft dit onderwerp vanaf 1 januari 2026. Welke wijzigingen?

  • Vraag tot aanpassing van het werk: de werknemer kan de werkgever om aanpassingen vragen om te voorkomen dat hij arbeidsongeschikt wordt.
  • Contact onderhouden: de werkgever moet contact houden met de werknemer die arbeidsongeschikt is (hiervoor moet een procedure worden uitgewerkt in het arbeidsreglement).
  • Maatregelen na één maand arbeidsongeschiktheid: naast de reeds verplichte informatie over de re-integratiemogelijkheden, kan de arbeidsarts de werknemer ook een gesprek voorstellen.
  • Communicatie via het TRIO-platform: de informatie-uitwisseling tussen de arbeidsarts, de behandelend arts en de adviserend arts van het ziekenfonds over de gezondheidstoestand van een arbeidsongeschikte werknemer met het oog op zijn terugkeer naar het werk verloopt voortaan via het TRIO-platform.
  • Informeel traject: de werkgever kan voortaan een bezoek voorafgaand aan de werkhervatting vragen (voordien alleen mogelijk voor de werknemer).
  • Nieuw begrip ‘arbeidspotentieel’: na elke arbeidsongeschiktheid van een werknemer van ten minste 8 weken, moet de werkgever het arbeidspotentieel van deze werknemer laten inschatten door de arbeidsarts of zijn verpleegkundig personeel, die hiertoe een gestandaardiseerde werkwijze toepassen.
  • Nieuwigheden met betrekking tot het re-integratietraject:
  1. De werkgever kan een re-integratietraject laten opstarten vanaf het begin van de arbeidsongeschiktheid mits toestemming van de werknemer of vanaf 8 weken arbeidsongeschiktheid als de werknemer arbeidspotentieel heeft.
  2. Werkgevers met 20 of meer werknemers zijn verplicht om binnen zes maanden na het begin van de arbeidsongeschiktheid een re-integratietraject op te starten als de werknemer arbeidspotentieel heeft.
  3. Uitnodigingen van de arbeidsarts voor een re-integratieonderzoek moeten per aangetekende zending worden verstuurd en de adviserend arts wordt op de hoogte gebracht als de werknemer niet op deze uitnodigingen is ingegaan (wat kan leiden tot een sanctie in het kader van de ziekte- en invaliditeitsverzekering).
  4. Werknemers die definitief ongeschikt zijn voor het overeengekomen werk worden doorverwezen naar de regionale arbeidsbemiddelingsdiensten als er bij hun werkgever geen aangepast of ander werk mogelijk is.
  • Medische overmacht: de wachttijd om een bijzondere procedure medische overmacht te starten, wordt verkort van 9 naar 6 maanden arbeidsongeschiktheid.
  • Toevoeging met betrekking tot flexibele arbeidsregelingen: het comité voor preventie en bescherming op het werk kan in het kader van zijn taken ook advies geven over deze kwestie binnen het bedrijf.

Bron: BeSWIC, Belgisch Staatsblad, dekamer.be