Ademhalingsmaskers: fit test of fit check

Richtlijn 89/656/EEG stelt dat een PBM in beginsel bestemd is voor gebruik door één persoon. Indien de omstandigheden vereisen dat een persoonlijk beschermingsmiddel door meer dan één persoon gebruikt wordt, moeten passende maatregelen worden genomen, opdat een dergelijk gebruik geen gezondheids – of hygiëneproblemen oplevert voor de onderscheiden gebruikers.

Italië, Duitsland en het VK hebben voorschriften die stellen dat dragers van ademhalingsmaskers in beroepsscenario’s een test van de pasvorm op het gezicht moeten ondergaan. Finland, Frankrijk, Noorwegen, Zweden, Spanje, België en Nederland stellen dat het testen van de pasvorm op het gezicht noodzakelijk is wanneer ademhalingsmaskers worden gebruikt tegen bepaalde verontreinigingen, zoals asbest of kristallijn silica.

Zelfs wanneer pasvormtesten niet verplicht zijn, moeten alle landen in Europa zich houden aan de richtlijn voor persoonlijke beschermingsmiddelen (PBM-richtlijn 89/656/EEG) die in artikel 4 stelt dat “Werkgevers verplicht zijn om persoonlijke beschermingsmiddelen te verstrekken die de drager goed passen.”

Deze tekst legt de verantwoordelijkheid bij de werkgever om ervoor te zorgen dat het masker past, maar geeft geen instructies hoe je dat moet controleren. De richtlijn is “doelgericht”: het resultaat (een passend masker) is verplicht, de methode niet.

Voor de “fit check” en “fit test” moet je naar drie andere bronnen kijken:

  • Geharmoniseerde Europese normen (EN-normen): De technische specificaties voor ademhalingsbescherming staan in normen zoals EN 529 (Aanbevelingen voor selectie, gebruik, verzorging en onderhoud). Hierin worden procedures voor gelaatsafdichtingstesten (fit tests) uitgebreid beschreven. In de norm ISO 16975-3 Respiratory protective devices – Selection, use and maintenance, Part 3: Fit-Testing Procedures, staat een meer specifieke omschrijving hoe deze fit testen best worden uitgevoerd.
  • De gebruiksaanwijzing van de fabrikant: Volgens de Europese PBM-Verordening (2016/425) is de fabrikant verplicht om gedetailleerde instructies te leveren over hoe het masker moet worden aangepast en gecontroleerd op lekken (de fit check).
  • Codex over het welzijn op het werk, Boek IX, Titel 2 (Persoonlijke beschermingsmiddelen): de omzetting van de Europese richtlijn 89/656/EEG in Belgische wetgeving. In Artikel IX.2-10 van de Codex wordt de verplichting uit de richtlijn herhaald. Er staat dat een PBM moet: 2° beantwoorden aan de bestaande omstandigheden op de arbeidsplaats;” “3° rekening houden met de ergonomische eisen en de vereisten met betrekking tot de gezondheid van de werknemers;” “4° na de nodige aanpassingen, geschikt zijn voor de drager.”

In de praktijk wordt in de technische gidsen (die de richtlijn aanvullen) dit onderscheid gemaakt:

  • Fit Check (Afdichtingscontrole): Een snelle controle die de gebruiker elke keer uitvoert bij het opzetten (bijv. door de handpalmen op de filters te leggen en in/uit te ademen om te voelen of er lucht ontsnapt).
  • Fit Test (Pasvormtest): Een officiële, vaak jaarlijkse test (kwalitatief met een smaakstof of kwantitatief met apparatuur) om te bewijzen dat een specifiek type masker daadwerkelijk aansluit op het gezicht van die specifieke werknemer.

De technische details van hoe je een fit check uitvoert staan niet letterlijk in de tekst van de Codex zelf. De Codex legt de resultaatverbintenis vast (het masker moet passen). Voor de uitvoering verwijst de Belgische wetgeving (via de algemene preventiebeginselen) naar:

  • De instructies van de fabrikant: Artikel IX.2-21 stelt dat werknemers moeten worden opgeleid in het gebruik en dat houdt in dat ze de methode van de fabrikant moeten volgen om de goede afsluiting te controleren (de dagelijkse fit check).
  • De stand van de techniek: In België wordt voor ademhalingsbescherming sterk gesteund op de praktijkrichtlijnen van de FOD Werkgelegenheid. Zij adviseren voor nauwsluitende maskers (zoals FFP2, FFP3 of halfgelaatsmaskers) een Fit Test (kwalitatief of kwantitatief) bij de eerste ingebruikname en bij belangrijke wijzigingen.

In de Belgische context (Art. IX.2-13) moet jij als preventieadviseur advies verlenen over de keuze van het PBM. Hierbij wordt tegenwoordig (zeker na de ervaringen in de zorg en industrie) algemeen aanvaard dat een Fit Test-protocol deel uitmaakt van de “geschiktheid voor de drager”. Let hierbij ook op de gezichtsbeharing die mogelijks aanwezig is bij de gebruiker.

Bronnen: NVVA, Europese Commissie