De Arbowet biedt werkgevers en werknemers veel ruimte om zelf invulling te geven aan gezond en veilig werken. In de wet worden met name normen geformuleerd. Welke maatregelen worden genomen om deze normen na te leven, wordt aan de bedrijven zelf overgelaten. Zo geeft de Arbowet wel eisen aan het maximale geluid op de werkplek, maar bepaalt het bedrijf zelf hoe ze dit bereiken. Dit soort maatregelen kunnen worden vastgelegd in een arbocatalogus.
In een arbocatalogus beschrijven werkgevers- en werknemersorganisaties gezamenlijke afspraken over de wijze waarop zij (gaan) voldoen aan de doelvoorschriften van de overheid voor gezond en veilig werken. Een doelvoorschrift is een norm in de wet waaraan bedrijven zich moeten houden. Bijvoorbeeld het maximale geluidsniveau.
De catalogus beschrijft technieken en manieren, goede praktijken, normen en praktische handleidingen voor veilig en gezond werken. Een arbocatalogus kan op branche- of bedrijfsniveau gemaakt worden. Werkgevers en werknemers zijn zelf verantwoordelijk voor de inhoud en verspreiding van een arbocatalogus.
Op het Arboportaal is een overzicht met goed getoetste arbocatalogi te vinden. Voor welke doelvoorschriften uit de arboregelgeving de Nederlandse Arbeidsinspectie de catalogus zal gebruiken als referentiekader bij haar inspecties, is vermeld in de Beleidsregel arbocatalogi.
Strikt genomen komt de term arbocatalogus niet voor in de Arbowet. In de zogeheten Memorie van Toelichting van de Arbowet staat wel dat de arbocatalogus een hulpmiddel kan zijn voor het voldoen aan de doelvoorschriften.
De arbocatalogus wordt gezien als een erkend, breed gedragen en door de sociale partners zelf uitgeschreven recept voor gezonde en veilige arbeidsomstandigheden. Wie met een door de Nederlandse Arbeidsinspectie goedgekeurde arbocatalogus werkt, weet dat hij goed zit en voldoet aan de wettelijke normen en doelvoorschriften voor die onderdelen die in de arbocatalogus staan.
Nieuwe en gewijzigde arbocatalogi worden getoetst door de Nederlandse Arbeidsinspectie. Arbocatalogi die met positief resultaat door de Arbeidsinspectie zijn getoetst, vormen met ingang van de datum van de toetsbrief het uitgangspunt voor het toezicht en de handhaving door de Arbeidsinspectie.
Een arbocatalogus heeft een geldigheidstermijn van zes jaar. Vijf jaar na de toetsbrief krijgen de indieners van de arbocatalogus een verzoek van de Arbeidsinspectie om binnen zes maanden de arbocatalogus in al dan niet aangepaste vorm opnieuw ter toetsing voor te leggen, zodat nagegaan wordt in hoeverre de arbocatalogus nog voldoet aan de stand van de wetenschap en professionele dienstverlening.
Hoewel preventiemedewerkers de arbocatalogus steeds vaker gebruiken, is het nog niet bij iedereen bekend hoe waardevol deze kan zijn. Je hoeft niet de hele catalogus door te nemen – gebruik deze als je tegen een arboknelpunt aanloopt of meer wilt weten over een specifiek thema. Preventiemedewerkers kunnen er bijvoorbeeld maatregelen in vinden, terwijl een ondernemingsraad de catalogus kan benutten bij een initiatiefvoorstel. Ook bij de risico-inventarisatie en evaluatie (RI&E) is de arbocatalogus een nuttig hulpmiddel.
Bron: Arboportaal