Sinds 23 juli 2025 gebruikt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening (RVA) een aangepaste versie van het formulier C6 voor aanvragen van tijdelijke werkloosheid wegens medische overmacht. De kernboodschap: een “tijdelijke ongeschiktheid” staat voortaan nooit meer los van een re-integratieprocedure. Het vernieuwde C6-formulier is afgestemd op het nieuwe formulier gezondheidsbeoordeling van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg en maakt enkele zaken explicieter:
- Optie zonder re-integratie verdwijnt. Vroeger kon een arbeidsarts iemand tijdelijk ongeschikt verklaren via een gezondheidsbeoordeling (oude C3.2-optie), zonder dat er meteen een re-integratie liep. Dat kan niet meer: elke beslissing over tijdelijke of definitieve ongeschiktheid moet nu gekoppeld zijn aan aanbevelingen én aan het formulier C27 Re-integratie.
- Behandelend arts explicieter vermeld. De mogelijkheid dat een werknemer een aanvraag indient op basis van een attest van de behandelend arts bestond al, maar was vroeger minder duidelijk zichtbaar op het formulier. In de nieuwe versie is dit expliciet als afzonderlijke optie opgenomen. Belangrijk: de aanvraag is enkel geldig met een aanvullend attest van de werkgever dat er geen aangepast of ander werk beschikbaar is.
- Re-integratie en medische overmacht apart aangeduid. Er zijn nieuwe vakjes voorzien voor 1 een lopend re-integratietraject, en 2 de opstart van de procedure einde arbeidsovereenkomst wegens medische overmacht.
- Uniforme taal. Terminologie is afgestemd op de FOD WASO-documenten.
Voor arbeidsartsen: elke beoordeling van tijdelijke of definitieve ongeschiktheid moet vergezeld zijn van aanbevelingen voor aangepast werk en een formulier C27. Het klassieke “tijdelijk ongeschikt verklaren” zonder bijkomende context verdwijnt.
Voor HR en preventieadviseurs: meer administratie, maar ook meer duidelijkheid. HR moet formeel bevestigen dat er geen aangepast werk kan worden aangeboden wanneer de behandelend arts ongeschiktheid vaststelt. Preventiediensten moeten de koppeling met re-integratie correct documenteren.
Voor werknemers: de procedure wordt transparanter, maar ook complexer. Ze moeten beseffen dat een RVA-aanvraag vaak meerdere formulieren vergt (C6 én C27) en dat nieuwe informatie binnen 15 kalenderdagen moet worden doorgegeven.
Men kan zich afvragen of dit echt vooruitgang is. Enerzijds dwingt het nieuwe formulier tot meer structuur en samenwerking: arbeidsarts, HR en werknemer moeten samen aan tafel. Anderzijds is het risico reëel dat het hele proces vooral aanvoelt als “formulieren schuiven”.
Een voorbeeld uit de praktijk: een werknemer komt terug van de mutualiteit en de arbeidsarts verklaart tijdelijk ongeschikt. Vroeger kon die persoon met een C6 meteen bij de RVA terecht. Vandaag moet er tegelijk een C27 ingevuld worden, HR moet attesteren dat er geen aangepast werk beschikbaar is, en de werknemer moet dit alles tijdig indienen. Resultaat: meer helderheid, maar ook meer kans op vertraging.
- Maak interne flows duidelijk. Leg vast wie welk formulier aanvult, nakijkt en indient.
- Voorzie sjablonen. HR kan standaardattesten klaar hebben liggen om te bevestigen dat er geen aangepast werk mogelijk is.
- Communiceer proactief. Leg aan werknemers helder uit welke documenten nodig zijn, zodat ze niet verdwalen in de administratie.
- Zie de formulieren als hefboom. Gebruik deze procedures als aanleiding om re-integratie serieus te nemen, in plaats van louter als papieren verplichting.
Het vernieuwde formulier C6 is geen revolutie, maar wel een duidelijke signaalfunctie: tijdelijke ongeschiktheid is nooit vrijblijvend. Voor arbeidsartsen betekent dit consequenter rapporteren, voor HR en preventie extra verantwoordelijkheid om inspanningen rond re-integratie te documenteren.
Bron: Prebes