Steeds meer gemeenten passen de gewichtsbeperkingen voor voertuigen in hun binnensteden aan. Daardoor mogen zwaardere bestelauto’s, zoals elektrische voertuigen van 4250 kg, niet overal meer rijden. Voor bedrijven in de stadslogistiek leidt dat tot langere routes, extra overslag en hogere kosten.
Binnensteden hebben vaak historische bruggen, kades en smalle straatstructuren die kwetsbaar zijn voor zwaar verkeer. Daarom stellen gemeenten gewichtsbeperkingen in, vaak voor voertuigen boven de 3500 tot 4500 kg. Tegelijk willen steden logistiek en leveringen mogelijk houden. Gemeenten zoeken daarom naar een balans tussen bescherming van de infrastructuur en bereikbaarheid van de stad.
De stad zit al langer in zijn maag met groot en zwaar vrachtvervoer. Na een dodelijk ongeval in januari klonk de oproep om zwaar verkeer uit de stad te weren en het werk over te laten nemen door kleinere, minder gevaarlijke bestelbusjes. Het is een valse tegenstelling. Lichter vervoer is niet altijd beter.
Meer kleinere voertuigen betekent meer bewegingen in de stad. Dat kan de verkeersveiligheid juist onder de druk zetten.
De discussie over gewichtsbeperkingen, toegang voor zware elektrische voertuigen en verkeersveiligheid speelt ook nadrukkelijk in de lokale politiek. Tijdens de gemeenteraadsverkiezingen bepalen partijen welke maatregelen gaan gelden en hoe steden de balans zoeken tussen leefbaarheid en bereikbaarheid. Voor bedrijven die actief zijn in de stadslogistiek heeft dit directe impact op hun dagelijkse praktijk.
Bron: evofenedex