Rijkswaterstaat wil gladheid door winterse situaties zoveel mogelijk voorkomen. Daarom worden bij gladheid strooiwagens ingezet. Aan de hand van informatie uit het Gladheidmeldsysteem, meteorologische data en KNMI-weersverwachtingen wordt bepaald of er gestrooid gaat worden. Er wordt ook gekeken hoeveel strooizout er al op de weg ligt.
Bij kans op gladheid, komt een signaal van het landelijk dekkend gladheid meldsysteem. Dit systeem meet met sensoren in de weg onder andere de temperatuur van het wegdek, de luchtvochtigheid en het zoutgehalte.
Er zijn 3 soorten gladheid. De 1e soort is het bevriezen van een natte weg. De 2e soort is gladheid door neerslag, bijvoorbeeld sneeuw en ijzel. En de 3e is condensatiegladheid oftewel rijp. Deze verschillende soorten worden bestreden met zout strooien. Zout verlaagt het vriespunt met een aantal graden. Hierdoor wordt de weg minder snel glad en ontdooit bestaande sneeuw of ijzel weer. Voor een zo goed mogelijke werking, is het belangrijk dat het verkeer het zout inrijdt.
Binnen 2 uur na het strooibesluit, ligt de laatste korrel zout op de weg. Hierin wordt nauw samengewerkt met provincies en gemeenten. Op de strooikaart is live te zien waar strooiwagens rijden.
Per 1 oktober is een nieuwe beschikking van kracht die specifiek geldt voor het inzetten van materieel bij gladheidsbestrijding. In de beschikking zijn vrijstellingen opgenomen van bepalingen uit de Wegenverkeerswet 1994. Deze gelden voor het gebruik van de weg. Deze vrijstellingen zijn bedoeld om de uitvoering van gladheidsbestrijding mogelijk te maken ook wanneer dit in strijd is met bepaalde verkeersregels. De vrijstelling geldt voor de periode van 1 oktober 2025 tot en met 30 september 2030.
De beschikking geldt voor alle wegbeheerders (het Rijk, de provincies, de gemeenten en de waterschappen) én voor de partijen die in hun opdracht werken zoals aannemers en hun medewerkers. Zij zetten zich in om onze wegen veilig en begaanbaar te houden door gladheid te voorkomen en sneeuw te ruimen. Dit gebeurt met motorvoertuigen die zijn uitgerust met onder meer zand- en zoutstrooiers, sneeuwploegen, sneeuwblazers, sneeuwfrezen en ander materieel dat helpt om gladheid te bestrijden en wegen sneeuwvrij te maken.
Houd bij winterse omstandigheden de weersverwachting en verkeersinformatie goed in de gaten als u de weg op moet. Pas uw rijstijl aan bij ijzel, sneeuw of gladheid. Verlaag waar nodig uw snelheid, houd voldoende afstand en wissel niet onnodig van rijstrook.
Bron: Rijkswaterstaat, evofenedex