Een collega die flauwvalt, een valpartij op de trap of een brand: bij allerlei incidenten komen bedrijfshulpverleners in actie. De Arbowet bepaalt dat iedere werkgever een of meerdere BHV’ers moet aanwijzen.
Zijn/haar belangrijkste taken? Eerste hulpverlenen bij mensen die onwel worden of een ongeluk hebben gehad, een beginnende brand bestrijden en de ontruiming begeleiden. Een BHV’er mag zichzelf niet in gevaar brengen bij het helpen van collega’s.
Het aantal BHV’ers hangt af van de grootte van een organisatie en de risico’s die er spelen. Die risico’s volgen uit de risico-inventarisatie en -evaluatie. Leidt meer BHV’ers op dan op het oog noodzakelijk. Dit geeft de nodige flexibiliteit bij ziekte en vakantie. Er is dan altijd voldoende bezetting.
BHV’ers hebben zo nodig een EHBO-koffer en een portofoon bij zich, zodat bij calamiteiten direct gecommuniceerd kan worden.
Incidenten worden gemeld via een intern calamiteitennummer dat uitkomt bij de receptie of een centrale post. De medewerker daar noteert de melding en roept via de portofoons de dienstdoende BHV’ers op. Vervolgens neemt de leidinggevende BHV’er de coördinatie op zich en bepaalt welke actie nodig is.
Noodhulp bij gevaarlijke situaties wordt het best vastgelegd in een calamiteitenplan. Bij grote calamiteiten is er een crisismanagementteam. Dat team heeft een speciale noodkoffer met contactgegevens, plattegronden en procedures. Er is ook een externe opvanglocatie waar het werk eventueel kan worden voortgezet.
BHV’ers weten precies wat ze moeten doen bij medische problemen. Eerst de situatie observeren en controleren of iemand bij kennis is, gerichte vragen stellen zoals – wat is uw geboortedatum, gebruikt u medicijnen? – en verlenen eerste hulp. Bij twijfel altijd 112 bellen.
Ook kleine ongelukjes komen weleens voor, zoals mensen die een trede missen op de trap of zich verstappen. Dan wordt eerste hulpverleend met een cool pack uit de EHBO-koffer. BHV’ers komen ook in actie bij een brand. Een organisatie heeft duidelijke brandprocedures.
Maandelijks wordt een ronde gelopen, waarbij o.a. noodverlichting en -uitgangen, de bereikbaarheid van hulp- en bestrijdingsmiddelen gecontroleerd wordt. Iedereen moet bij brandveilig naar buiten kunnen, dus er mogen geen obstakels zijn. Daarnaast is er een jaarlijkse ontruimingsoefening en worden noodsystemen zoals omroepinstallatie en brandmeldcentrale periodiek gecontroleerd.
BHV’ers moeten goed worden opgeleid, zo bepaalt de wet. De vorm en inhoud van de opleiding dienen zoveel mogelijk aan te sluiten bij de praktijk en dat er nascholing plaatsvindt. Er dienen realistische scenario’s geoefend te worden.